Politieman in Wekerom
In een klein dorp was vroeger de veldwachter, misschien niet letterlijk maar figuurlijk zeker, een man van gewicht. Hij bezat een grote mate van zelfstandigheid, was van het doen en laten van de inwoners op de hoogte en bezat veelal de gave de orde te kunnen handhaven zonder direct naar het bonboekje te grijpen. Ook Wekerom heeft een dergelijke man gekend in de persoon van G.J. Wassink, die op 7 november 1914 in dienst trad bij de politie te Ede. Drie jaar later werd hij, als veldwachter 1e klasse, overgeplaatst naar Wekerom, waar hij door zijn verstandig optreden al gauw populair werd. Op latere leeftijd heeft hij een aantal van zijn belevenissen uit deze omgeving gepubliceerd, waaraan we het volgende voorval
ontlenen. Het bewijst dat de dorpsagent soms om bijstand wordt gevraagd voor zaken die weinig met zijn taak hebben te maken.
Wassink bezat het E.H.B.O.diploma, waardoor zijn verbanddoos bij
kleine verwondingen vaak nuttig werk deed. Op zekere morgen kwam een landbouwer bij Wassink aanzetten en verzocht hem een kies te trekken. Heb de hele nacht zo’n pijn gehad, geen oog dicht gedaan, aldus zijn toelichting. Wassink meende: Ik ben geen tandarts, dan moet je naar Ede,trouwens gereedschap heb ik daar ook niet voor .Dat is het ergste niet, ik heb een goede combinatietang meegebracht, daar deed mijn vader het altijd mee Wassink, altijd bereid iemand te helpen, antwoordde: Geef op die tang, ik zal het proberen. Wettelijk was dit geneeskundig optreden van een politieman niet verboden, alleen mocht hij er geen geld voor aannemen. Daarvan was blijkbaar ook de patiënt op de hoogte ,want nadat Wassink inderdaad de kies er uit had gekregen,klonk het : Vriendelijk bedankt,je hebt me niet alleen een gang naar die tandarts,maar ook een daalder bespaard .

Natuurlijk dezen zich overtredingen voor waarbij Wassink moest ingrijpen. Zo was er in Harskamp een man die het schoolgeld voor zijn kinderen niet wilde betalen,overigens een klein bedrag,maar het recht moet zijn loop hebben, Twee aanmaningen en een dwangbevel leverden geen resultaat op dus toog Wassink ,vergezeld van een getuige zoals wettelijk is voorgeschreven,naar zijn huis om beslag op de boedel te leggen. De deur stond gastvrij open,maar geen mens te bekennen. De twee snuffeleden wat rond,kwamen bij de bedstede en schrokken zich mottig. De man lag onder een laken ,stokstijf,met gesloten ogen . Hun eerste indruk was dan ook ,dit is een lijk. De begeleider wilde direct rechtsomkeer maken,maar het politie-instinct van Wassink vertrouwde de zaak niet. Hij trok het laken weg en zag ,haast onmerkaar ,een ooglid knipperen. Het lijk schoot in de lacht,sprong overeind en meende : jij bent ook een doorzetter,Wassink ,ik wou eens zien hoe ver dat kon gaan ,maar jij hebt gewonnen. Prompt kwam de portemonnee voor de dag om de schuld te betalen ,maar het bleek toch een dure grap.,daar de kosten van de aanmaningen en het dwangbevel hoger waren dan het verschuldigde bedrag.
In 1929 werd Wassink overgeplaatst naar Bennekom waar hij in 1932 tot hoogdagent werd bevordertd. De inwoners van Wekerom hebben zich nog ingespannen om deze populaire man voor hun dorp te behouden. Men wilde zelfs gezamenlijk het bedrag dat hij in zijn nieuwe standplaatst meer ging verdienen,bijpassen. Maar het mocht niet baten,.Wassink vertrok naar Bennekom.
Op 7 november 1946 ,inmiddels opgeklommen tot brigadier ,nam hij na 32 jaren dienstjaren ,in café Marktzicht afscheid van het gemeentelijke politiekorps , Opmerkelijk is dat deze alom bekende man al zijn dienstjaren in de gemeente Ede heeft doorgebracht.