In
onze omgeving, met uitgestrekte bossen en heidevelden, is stropen voor bepaalde
personen altijd een geliefde bezigheid geweest. Sommige mensen zat die clandestiene
jacht in het bloed, een soort sport die van vader op zoon overging.
Vooral
in vroeger jaren betekende het echter ook wel bittere noodzaak als een uitgevroren
bouwvakker, zonder enige uitkering, met een gezin moest trachten een strenge winter
door te komen.
Aartsvijanden
Maar om wat voor reden er ook gestroopt
werd, achter de stroper stond altijd zijn aartsvijand, de boswachter. Hij moest de
terreinen en het wild, waarover hij het toezicht had, tegen ongenode gasten beschermen.
Het
was voor een stroper van groot belang om uit de handen van een schut te blijven,
want de kantonrechter stond met een fikse boete klaar . Die boete werd bij
herhaling steeds hoger,tenzij de stroper zo vindingrijk was als een landbouwer
in de omgeving van de Driesprong.
Geweer
In het voorjaar
van 1952 hoorde een jachtopziener tijdens een controletocht op Westerode schoten
vallen. Hij liep op het geluid af, zag een paar reeën wegrennen en een
schim van een man met een geweer, die ijlings verdween. Een stroper moet op
heterdaad betrapt worden, maar de jachtopziener thuis in deze omgeving meende
de man herkend te hebben en liet het er niet bij zitten. Hij gaf de politie
het adres en verzocht huiszoeking te verrichten. Hieraan werd voldaan en de agent
vond in een schuur, verborgen onder aardappelzakken, een Engels jachtgeweer. De
bewoner deed stomverbaasd, hij ontkende met klem een spuit in zijn bezit te hebben.
Dat breng je de rechter maar aan zijn verstand, aldus de man der wet. Je krijgt
een procesverbaal wegens het onbevoegd in bezit hebben van een vuurwapen.
Kantonrechter
De
zaak kwam in juli daaraanvolgend voor het kantongerecht in Wageningen. "Is
dat uw geweer?", vroeg de rechter, wijzend naar het wapen op een tafel. Geen
sprake van. Maar het lag toch in uw schuur? Da's mogelijk,
maar het mot een streek van de één of de ander zijn. Voor
nadere uitleg ging verdachte verder: Kiek, dat he'k vroeger zelf ook wel eens
gedaan, toen ik nog boerenknecht op Eschoten was en daarom kan ik het begriepen.
Daar
gingen we af en toe licht, bakken; mijn maat de lamp en ik het geweer. Op een
keer zat de schut ons knap achter de vodden en wij holden allebei een andere
kant uut. Ik moest dat geweer kwiet en toen he'k 't as de mieter bij Mees Broekhuizen
in zijn schuur verstopt. Zo iets motten ze mien nou ook gelapt hebben, besloot
de man. "Dus u bent geen leek op stropersgebied", concludeerde de kantonrechter.
"Och, edelachtbare, in je jeugd doe je allemaal wel eens wat niet door de
beugel kan".
Daar ging de kantonrechter maar niet op in. Hij voelde wel
dat verdachte, zacht uitgedrukt,stond te fantaseren. Maar hij kon, evenmin
als het O.M.,het tegendeel bewijzen, dus moest vrijspraak volgen. Hij besloot:"
Het in beslag genomen vuurwapen krijgt u niet meer terug, dat wordt vernietigd".
"Het zal me een zorg zijn wat met dat geweer gebeurt, 't is immers
toch
niet van mien", besloot verdachte.
Waaruit blijkt dat ook een eenvoudig
man een geraffineerde verdediging kan opbouwen.
H. J. Nijenhuis