Tijdens
een zitting van het kantongerecht in Wageningen in januari 1956 riep de deurwaarder
voor een zaak niet minder dan negen namen af: van zeven mannen en twee vrouwen,
die zich in een lange rij voor het hekje opstelden. De kantonrechter staarde enigszins
verbaasd naar de stoet verdachten, keek nog eens in zijn papieren en gelastte
daarna splitsing van de groep.
Weliswaar stonden allen voor het zelfde delict
terecht, maar de datum van overtreding bleek verschillend. Twee mannen en beide
vrouwen werden naar de wachtkamer gebracht, waarna de zitting een aanvang nam.
Uit de tenlastelegging bleek, dat vier verdachten, alle Edenaren, zich op zaterdagavond,
13 augustus 1955, na sluitingstijd bij politieverordening vastgesteld op 23 uur,
in restaurant Calluna hadden bevonden met toestemming van de vijfde verdachte,
beheerder D.
Verdachte Van S. trad als woordvoerder op. Hij begon met de
constatering, dat de kantonrechter in één klap vier bestuursleden
van de Edese VVV voor zijn balie had, wat niet elke dag voorkomt. De zaak zelf
was zeer simpel. Bedoelde zaterdag was in het Openluchttheater een toeristenweek,
in 1955 in de plaats gekomen van de traditionele Heideweek, met een bont programma
geopend. Helaas had een onweersbui voor een half uur oponthoud gezorgd en daar
toch het gehele programma moest worden afgewerkt, was men in tijdnood gekomen.
Na afloop moest de afrekening met de opgetreden artisten, die naar hun goed recht
boter bij de vis wilden nog plaats vinden.
Woordvoerder
Daarvoor
was het buiten al te donker geworden. Dus trok men naar het restaurant. Tegen
kwart over elf stapten twee politieagenten naar binnen, die van geen nadere tekst
of uitleg wilden horen, maar prompt de vier bestuursleden en de heer D. een bekeuring
gaven wegens het overschrijden van de sluitingstijd.
Beminnelijk
De
kantonrechter glimlachte beminnelijk. Hij beurde niet zo zwaar aan dit geval,
maar niettemin, het bleef een overtreding.
Derhalve veroordeelde hij de vier
bestuursleden tot de minimumstraf: een geldboete van twee kwartjes. De heer D.
wilde ook nog een duit in het zakje doen, maar had beter zijn mond kunnen houden.
Hij beweerde namelijk niet precies op de hoogte te zijn van de sluitingstijd,
hetgeen voor de kantoorrechter aanleiding gaf hem tot een tientje boete te veroordelen.
Daarna kwamen de vier andere bestuursleden opdraven en ook de heerD. werd weer
opgeroepen. Hetmwaren twee echtparen. Hen werd hetzelfde ten laste gelegd, zij
het enkele dagen later geconstateerd, op dinsdagavond 16 augustus.
Er was die
avond een muziekuitvoering in het openluchttheater gegeven en na afloop had D.
het viertal, dat hij goed kende uitgenodigd nog een afzakkertje te komen drinken.
Opnieuw verscheen de politie na elf uur op het toneel en de procedure van afgelopen
zaterdag had zich herhaald. De kantonrechter vond het blijkbaar zonde van zijn
tijd.
Hij maakte er niet veel woorden aan vuil. Het viertal kreeg eveneens
vijftig cent boete en de restauranthouder voor eenzelfde overtreding binnen een
week moest ditmaal twee gulden betalen. Zodoende zal de zaak van de negen Edese
verdachten wel meer gekost hebben dan de totale boetes opbrachten, maar het kantongerecht
is er nu eenmaal
niet om winst te maken.
H. J. Nijenhuis