Kantongerecht

In de vooroorlogse plaatselijke bladen werd naast uitgebreide verslagen van gemeenteraadsvergaderingen ook regelmatig aandacht besteed aan de zittingen van het kantongerecht te Wageningen. Deze rubriek werd zorgvuldig gelezen, immers de te behandelen gevallen betroffen ook personen uit onze gemeente en het blijft voor een aantal mensen nu eenmaal prettig wat over de zonden van anderen te vernemen. Alleen, de namen van overtreders der wet werden, kiesheidshalve, met de beginletter aangeduid, zodat er wat te raden overbleef. Dikwijls stonden er zaken op de rol, waarvoor men nu de schouders zou ophalen maar die destijds een niet malse straf opleverde, hetgeen de volgende geschiedenis bewijst.


Op de zitting van vrijdag 8 juli 1938, moest mevrouw W. v. D. huisvrouw van M. te Harskamp voor het hekje verschijnen. De voorlezing van de beschuldiging deed wat wonderlijk aan: zij was gedagvaard omdat op een bepaalde avond, haar dienstbode, B. v.d. C. uit Harskamp zich in de caféruimte had bevonden zonder toestemming van de burgemeester. Men zou de indruk krijgen dat destijds elk meisje dat een café wilde bezoeken eerst een briefje aan het gemeentehuis moest halen. Dit werd echter op de zitting uit de doeken gedaan: verdachte had namelijk geen vergunning voor vrouwelijke bediening, terwijl, volgens de verbalisant, haar dienstbode die bewuste avond in de gelagkamer aanwezig was. Op een vraag van het O.M. of dat klopte, antwoordde verdachte: "Dat kan wel, maar haar werktijd was afgelopen en dan kan zij gaan waar zij wil". De dienstbode, als getuige gehoord, verklaarde: "Och, er waren een paar militairen en die vroegen mij wat mee te drinken, dan kan toch geen kwaad". "Dus u deed dienst als animeermeisje?" vroeg de kantonrechter. Dat woord was het meisje te geleerd, maar toen het haar werd uitgelegd, stoof zij verontwaardigd op: " Wat dacht u wel, ik ben meer dan een half jaar verloofd en kijk zelfs nooit naar een ander". De rechter hield aan: "In het proces-verbaal staat dat u met drie militairen zat te flirten". Ook dit woord behoefde nadere uitleg, waarna de dienstmaagd volstond met de schampere opmerking: "Zeg dan gewoon vrijen".

Voor de ambtenaar van het O.M. was de zaak duidelijk, ondanks het ontkennen van verdachte en getuige, was hier wel degelijk sprake vaneen overtreding weshalve hij zeven dagen hechtenis eist te.
Daarna was het woord aan de verdediger, mr. Ten Cate,deze wees er op dat verdachte haar dienstbode geen opdracht had gegeven naar de gelagkamer te gaan en allerminst als lokvogel had gediend, zoals het O.M. wilde suggereren. Bovendien gebeurt in bedoeld café nooit iets wat het daglicht niet kan verdragen. Daarom vraagt hij, wegens gebrek aan bewijs, ontslag van rechtsvervolging. Hij kreeg echter de kous op de kop, ook de kantonrechter was van mening dat deze zaak geen zuivere koffie zou zijn. Hij wilde echter geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf opleggen maar veroordeelde verdachte tot zestig gulden boete of een maand hechtenis. Voor die tijd een abnormaal hoog bedrag waarvoor de caféhoudster heel wat glaasjes bier moest verkopen om deze noodlotsavond weer goed te maken.

H. J. Nijenhuis