Na
de Eerste Wereldoorlog breidde het politiekorps van Ede zich gestadig uit. De
vanouds bekende veldwachter verdween van het toneel en werd opgenomen in de
gemeentepolitie. Toch was het aantal agenten nog niet zo groot of elke dorpeling
kende hen bij naam of toenaam. Hun optreden bleef in de gemoedelijke dorpstrant,
niet meteen met het bonboekje klaar staan als met een waarschuwing kon worden
volstaan. Daarbij, in die jaren boezemde alleen hun uniform al een heilig ontzag
in.
Een heel bekende figuur op dit terrein was Jan Bakker, afkomstig van de
Amsterdamse politie.
Bakker had zijn diensttijd bij de veldartillerie in Ede
doorgebracht, werd daarna politieman in de hoofdstad maar verlangde terug naar
de rustige Veluwe. Hij solliciteerde bij het Edese politiekorps en werd hier op
15 juli 1920 als agent aangesteld.
De tijden veranderden; het oude vertrouwde
beeld van paard en wagen op de wegen werd verdrongen door de opkomende auto. Al
het doorgaande verkeer uit Wageningen en Arnhem, moest door het dorp heen, hetgeen
de nodige moeilijkheden opleverde. Vooral het kruispunt onderaan de sterk hellende
Arnhemseweg, waar de bocht naar rechts genomen moest worden en bovendien nog
een zware kastanjeboom stond, werd uiterst gevaarlijk.
Daar moest iets aan
gedaan worden en inspecteur Kruysdijk,destijds hoofd van de politie, besloot de
nieuwe agent Bakke , die ongetwijfeld in de grote stad de nodige routine op
dit gebied had opgedaan, met verkeerszaken te belasten.
Onder diens leiding
werden een paar agenten opgeleid om tijdens drukke uren op de splitsing Maandereind-Grotestraat
en Arnhemseweg-Nieuwe Stationsstraat, het verkeer in goede banen te leiden.
Het werd een bezienswaardigheid: als de dienstdoende agent zijn fiets tegen de
boom zette, de zwart-witte manchetten aan deed en de voorstelling begon, bleven
altijd wel mensen een poosje kijken.

De
verkeerspost bleek namelijk een lastig punt; hoe de man zich ook opstelde, van
één zijde werd zijn uitzicht belemmerd door de machtige boom.
Dan konmhet gebeuren dat zijn stopteken juist even te laat kwam en de auto hem
al voorbij stoof. Boos keek hij dan de overtreder na om bijkans op hetzelfde moment
bijna van de sokken te worden gereden door een wagen uit de andere richting.
Na
de ingebruikname van de rijksweg in 1933, waardoor het verkeer met een boog om
het dorp trok, werd deze verkeerspost opgeheven. Maar Jan Bakker bleef de verkeersspecialist
van Ede, vooral na de oorlogsjaren. Nauwkeurig hield hij zich op de hoogte met
de nu in snel tempo volgende nieuwe regels en borden.
Hij was van mening dat
speciaal de jeugd niet vroeg genoeg met dit belangrijk werk geconfronteerd kon
worden en gaf jarenlang verkeerslessen op alle lagere scholen inde gemeente. Talrijke
kinderen hebben van hem na een geslaagde cursus, het diploma van de vereniging
" Veilig verkeer" ontvangen. Zij noemden hem, heel familiair "Ome
Jan", het geen hij zelf prachtig vond.
Jan Bakker was, mede door
zijn huwelijk met een rasechte Edese, al gauw ingeburgerd en werd een populair
man, die naast zijn werk, volop deelnam aan het verenigingswerk. Zo was hij jarenlang
bestuurslid van het ziekenfonds "Helpt Elkaar". ijs en pluimveevereniging.
Vooral op dit laatste gebied was hij een expert, die tevens als keunneester optrad
bij tentoonstellingen.
Nadat Jan Bakker in 1947 tot brigadier was bevorderd
nam hij per 1 januari 1950 afscheid van het politiecorps om van een welverdiend
pensioen te genieten.