Hoewel
er heel wat soorten rustige en trouwe honden zijn, kan één zo'n
dier voor de nodige opschudding
zorgen, hetgeen de volgende geschiedenis uit
1957 bewijst.
Twee bewoners van De Bosrand in Ede hielden voor gezamenlijke
rekening konijnen, die naar zij hoopten tegen Kersmis de nodige winst zouden opleveren.
De dieren waren ondergebracht in een ruimte, met gaas afgezette ren en namen,
dankzij de goede verzorging, gestadig in gewicht toe.
Wie schets dan ook
de verbazing, die al gauw in woede overging, toen één van de eigenaren
op een oktobermorgen het dagelijks rantsoen haver kwam brengen, er niet minder
dan vijf en dertig konijnen, her en der verspreid doodgebeten op de grond lagen.
IJlings waarschuwde hij zijn compagnon; al spoedig zagen zij een gat in het gaas
en ook de dader.
Tussen zijn talrijke slachtoffers lag, ondanks het bloedbad
dat hij had aangericht, een flinke geelbruine hond rustig te slapen. De twee zagen
direct dat het geen hond uit de buurt was, die kenden we allemaal wel.
Verhoor
Dus
werd de politie gewaarschuwd en er op gelet dat het dier niet weg kon komen. Een
uurtje later kwam een agent opdagen, deze ging de ren binnen, deed de hond, die
niet tegenstribbelde of gromde, een halsband met riem om en stapte er mee naar
het bureau.
Nu kan men een hond moelijk een verhoor afnemen, maar de met het
onderzoek belaste agent kreeg een
helder idee. Hij ging met de hond aan de
riem op stap in de hoop dat het dier direct koers zou zetten naar zijn baas.
Blijkbaar was het een snuggere hond, die er niet aan dacht zijn meester te verraden,
want wel maakte het dier vrolijk en blij lange wandelingen met zijn begeleider,
maar huizen werden angstvallig vermeden.
Het begon er op te lijken dat de hond
de agent aan de lijn hield en niet omgekeerd.
Na een aantal mislukte zwerftochten,
gooide de politieman het over een andere boeg. Hij nam de hond weer
mee naar
de Bosrand, liet hem daar zijn eigen gang gaan, maar volgde per rijwiel. Dat leverde
meer succes
op, de hond liep recht door , het Edesche Bosch naar de Doesburgerbuurt.
Bij
benadering van een woonhuis hoorde de agent meerdere honden blaffen, de geelbruine
vloog er vandoor en was uit het gezicht verdwenen. Toch ging de politieman bij
de bewoner het erf op en deed de zaak uit de doeken. Het bleek een al bejaarde
man. die met stelligheid ontkende een dergelijke hond te bezitten: wij hebben
drie honden, kijk maar op het erf, daar loopt hij niet bij.
Inderdaad, de
konijnendoder bleek spoorloos. "Bovendien", vervolgde de man, "ik
ben verzekerd tegen eventuele schade die mijn honden veroorzaken, maar eerst bewijzen".
Dat bleek moeilijk, dus ging de agent eens bij de buren informeren, die zich wijselijk
op de vlakte hielden: "Ja, er kan hier best een geelbruine hond rondlopen,
maar van wie? ledereen in deze buurt heeft één of meer honden".
Niettemin,
ondanks gebrek aan overtuigend bewijs, kreeg de bewoner een proces verbaal. De
kantonrechter veroordeelde de man tot een tientje boete en toewijzing van de
ingediende schadevergoeding van 190 gulden.
Waarschijnlijk zal dit laatste
de doorslag hebben gegeven: verdachte had immers verklaard tegen dergelijke gevallen
verzekerd te zijn, waardoor de gedupeerde konijnenfokkers toch aan hun trekken
kwamen.
H. J. Nijenhuis