Clandestiene borrel

Ook in de heeft sterke drank door de jaren heen op bepaalde mensen een grote aantrekkingskracht uitgeoefend. Zelfs werd vanwege het grote drankmisbruik de kermis op voorstel van Baron van Wassenaar in 1852 afgeschaft. Bij dit jaarlijkse feest dat aanvankelijk, nog wel op zondag, nabij het kerkplein werd gehouden, maar later naar de maandag verhuisde, werden enorme hoeveelheden bier en drank door het keelgat gegoten, hetgeen later op de avond ontaardde in talrijke relletjes en vechtpartijen.


Ook de zgn. erfhuizen, waar een inboedel publiekelijk bij opbod werd verkocht en een aangelegenheid was voor het hele dorp, vormde een goede aanleiding om de fles rond te laten gaan. Een ander hoogtepunt om het geestrijk vocht te laten stromen, leverde de paardenmarkt, waar ook de veehandelaars van buiten vooral na geslaagde transacties het hunne bijdroegen. Deze markt werd gehouden op de tweede dinsdag in augustus, verliep echter geleidelijk en is in 1925 opgeheven. Tegenwoordig is deze dinsdag bestemd voor de schapenmarkt.


Omtrent de eeuwwisseling waren er voor de gewone man in het oude dorp niet minder dan zes bekende café's, die elk hun vaste klantenkring bezaten. Vooraan in het Maandereind Café Romeijn en aan het eind van diezelfde straat Café Centraal. In de Grotestraat, tegenover de Bergstraat, bevond zich het aloude "De Roskam" en aan de vroegere Bospoortstraat lagen Café ,De Bospoort" en "De Korenbloem", terwijl zich in de huidige Not. Fischerstraat, ook al van eerbiedwaardige leeftijd, "De Posthoorn" bevond. Op "De Bospoort" na, zijn zij allen verdwenen, al zijn er tal van moderner gelegenheden voor in de
plaats gekomen.
Vrijwel elk café bezat tevens een slijterij, waar de thuisdrinker zijn borrel per fles of per maatje, een tiende liter kon kopen.


Blijkbaar was de winstmarge op sterke drank behoorlijk hoog, want er waren ook adressen die zonder de officiële vergunning te bezitten het publiek ook op dit terrein van dienst wilden zijn.
Daar werd echter door de politie streng op gelet, hetgeen de kruidenier K. op 29 december 1952 tot zijn schade ondervond, bij een onderzoek in zijn winkel nam de politie op die dag niet minder dan drie en twintig volle en een aantal aangebroken flessen sterke drank in beslag. Een particulier mag een dergelijke voorraad rustig in zijn kelder hebben. maar Je man bezat een vergunning voor zwak alcoholische dranken wijnen en bier, en mocht deswege niet over sterker spul beschikken.


Later, voor de kantonrechter, kwam onze kruidenier met talrijke zo op het oog redelijke argumenten. Oud en Nieuw stond voor de deur, binnenkort zou zijn dochter gaan trouwen en hun eigen twintigjarige bruiloft lag in het verschiet; redenen genoeg om vast wat in te slaan. "En die aangebroken flessen dan?" informeerde de kantonrechter.
"Och", meende verdachte, "dat waren simpelweg wat restjes van de Kerstdagen".
"Ja, ja" was de repliek.,dat alles bewaarde u voor het gemak maar onder de toonbank. Ik maak me sterk dat in uw zaak ook wel per maatje werd verkocht.


De ambtenaar van het O.M. bleef van mening dat hier clandestien sterke drank werd verkocht en eiste vijf gulden boete af twee dagen hechtenis, met inbeslagname van de aanwezige drank; het vonnis luidde conform. Die vijf gulden was nog overheen te komen, maar de verbeurdverklaring betekende voor de kruidenier een hele schadepost.


H. J. Nijenhuis