Het mag bekend zijn, dat bepaalde gedeelten
van ons dorp,zij het soms met tussenpozen van jaren, bij een zomerse onweersbui,
blank komen te staan. Voor de aanleg van riolering in de dertiger jaren was dit
euvel nog veel groter, want van de hoger gelegen onverharde wegen werd met het
water ook het nodige zand meegevoerd. Dagenlang waren dan gemeentewerklui
met de gebrekkige hulpmiddelen van die tijd in de weer om de straten weer toonbaar
te maken.
Maar ook na ingebruikneming van de vloeivelden kwam het voor dat
de rioleringsbuizen niet zo snel het aangevoerde water konden verwerken. Vooral
het Maandereind maar ook andere laaggelegen buurten werden herschapen in uitgestrekte
watervlakten die van gevel tot gevel stonden waar de jeugd, zodra het droog
werd, zich een paar uur kostelijk amuseerde en er zelfs roeibootjes aan te pas
kwamen.
Slagregen
Een dergelijk noodweer ontlastte zich boven
het dorp in de nacht van zondag 31 juli op maandag 1 augustus 1939 Debliksem was
niet van de lucht en de ene zware donderslag volgde op de ander. Daarna viel van
half een tot half twee een slagregen die het halve dorp onder water zette. Geen
mens bleef in bed iedereen wachtte gespannen op het einde van de bui om daarna
buiten poolshoogte te nemen het geen een ongekende drukte op dit nachtelijk uur
veroorzaakte.
Alleen bij een woning onder aan de Kreelseweg, waar zich het
nodige had verzameld, bleef alles donker. De buurt wist echter dat de bewoners
juist die zaterdag met vakantie waren gegaan maar was niet op de hoogte dat zij,
voor veertien dagen, van huis geruild hadden met een echtpaar uit Rotterdam. Deze
twee waren die zelfde dag per fiets, een dergelijke afstand fietsen was destijds
heel normaal, naar Ede gekomen.Vermoeid door de tocht gingen beiden die eerste
avond bijtijds naar bed en sliepen zo vast dat zij van het onweer niets bemerkten
.
Daar kwamen zij de volgende morgen wel achter: tot hun ontzetting bleek
inde hal, keuken en kamer bijkans een decimeter water te staan, terwijl een vuile
streep op het behang aantoonde dat deze stand nog aanmerkelijk hoger was geweest.
In
arren moede werd de politie gewaarschuwd die op haar beurt weer de brandweer alarmeerde.
Deze
mensen die reeds de gehele nacht in touw waren geweest, met het leegpompen van
kelders,
namen dit karweitje er ook nog even bij, waarna het echtpaar de benedenverdieping
een grondige
schoonmaakbeurt gaf. In plaats van de geplande fietstocht door
de bossen werd de eerste vakantiedag voor de Rotterdammers een behoorlijke werkdag
en nog wel in andermans woning.
Verbitterd
In de
Edesche Courant van 8 september 1958 werd melding gemaakt van een wolkbreuk dien
zich in de vooravond van zaterdag 6 september boven ons dorp ontlaste. Opnieuw
ondergelopen straten en na afloop weer veel mensen op straat, waaronder diverse
autobezitters, die op deze manier verscheidene punten konden bekijken. De winkeliers
waren daarover en niet ten onrechte zeer verbitterd.
Hun etalages werden hier
en daar bedolven onder het opspattende water zodat sommigen op
zaterdagavond
aan het ruiten zemen moesten. Enige zakenmensen zonden een schrijven aan
burgemeester
Oldenhof met het verzoek, zodra de straten weer onder water zouden komen te staan,
daar alle verkeer te verbieden. Maar het is mij niet bekend of zij succes hebben
gehad.
H. J. Nijenhuis
 
|