Met zevenmijlslaarzen over de weg van vroeger naar nu

Oude, vertrouwde trekken in Ede's gezicht
worden meer en meer uitgewist

Lokale schrijvers hebben de historie van Ede en de andere kerspeldorpen der gemeente van de vroegste tijden af nageplozen en aan de hand van charters, rekeningen en andere archiefstukken op verdienstelijke wijze geboekstaafd. Maar is het beeld van die vervlogen eeuwen ooit zo ingrijpend veranderd als in de laatste vijftig jaar? Is er in zulk een kort tijdsbestek minder dan de duur van een normaal mensenleven ooit meer ondersteboven gegaan aan waarden, begrippen en verworvenheden, die voor de eeuwigheid geschapen schenen? Een krant, die in 1910 het levenslicht aanschouwde en thans zijn gouden jubileum beleeft, heeft als klankbord van de publieke opinie en spiegel der gebeurtenissen daarvan kunnen getuigen.

De twintigste eeuw. Ze wordt wel in het bijzonder gekenmerkt door de stormachtige evolutie van de techniek. Een revolutie mogen we gerust zeggen. Terwijl onze ouders en grootouders nog met nieuwsgierige ogen van achter de gazen horretjes naar de voorbij ratelende omnibus keken,in donkere bedsteden sliepen en tevreden waren met het tempo van : Kom ik er vandaag niet dan kom ik er morgen ,staan u en wij een goede vijftig jaar later met televisie ,robot en raket op de drempel van het atoomtijdperk.

Rustig dommelend
Ede, zo ongeveer ten tijde van de eeuwwisseling. Een rustig dommelend dorpje op de grens van hoog en laag.
Achter Kernhem, voorbij 't hoge dennebosje. waar een spook huist, beginnen de weilanden van het Broek. Aan de andere kant, naar de berg en bos toe ligt het glooiende ruitenpatroon van de roggevelden en aardappelakkers.
Er staan nog boerderijen en hooibergen in het dorp.
Zo maar tussen de andere huizen ,de winkels en de werkplaatsen van wagenmaker,kuiper,timmerman en smid. Een dorp zoals er dertien in een dozijn gaan. Smalle beklinkerde straten met goten aan weerszijden hoge olmen om de oude kerk en brede linden voor de huizen der notabelen. Bij de voornaamste straatkruisingen een grote kastanjeboom en een pomp, waar de buurt water haalt en op de hoogte blijft van de laatste nieuwtjes.

Vreemden komen
Reeds hebben enkele goed gesitueerden uit de stad, die zich de weelde van een zomerverblijf kunnen veroorloven, de stilte en de mooie omgeving van Ede ontdekt. Hier en daar verijzen villa 's en 's zomer komen er tijdelijk meer vreemden in het dorp. De hotels, gewoonlijk annex stalhouderij, varen er wel bij.

Op de Zonneberg, woont de schilder-etser Willem Witsen en hij ontvangt er zijn vrienden van de Nieuwe Gids, Hein Boeken en Willem Kloos. De Driehoek, dat karakteristieke buurtje achter de kerk met zijn Saksische huizen is nog volkomen ongerept en Witsen schildert het meenmalen, zoals hij het zag onder de grijze hemel van een winterdag. Verdwenen is die driehoek en zo ging het ook met het smalle paadje,da tussen de korenvelden door naar het bankje bovenaan de Kleefseweg en het tegenwoordige Op den Berg voerde.
Het bankje,waar Jan Toorop zo gaarne heen wandelde,als hij bij Arthur van Schendel op Parcifica logeerde .

Duivelse monsters.
Herinneringen aan het oude dorp. Men is zo tegen de eeuwwisseling wel langzamerhand gewend geraakt aan het rook en vuurspuwende monster dat trein heet. Maar er is een nieuwe ,duivelse uitvinding gedaan. De automobiel!
Men wordt er op brute wijze mee geconfronteerd ,als bij een wedstrijd Parijs-Amsterdam de deelnemers hun gromenden gevaarten ook door de nauwe straten van Ede moeten sturen.
De dorpelingen zitten buitenshuis naar het onaardse tumult te luisteren. Tot drie maal toe vliegt een automobiel,waar slager Ten Broeke heeft gewoond,uit de haakse bocht om tegen de muur aan de overkant verpletterd te worden. Hulp is snel bij de hand, maar ze baat niet meer voor de gruwelijk verminkte doden.
Zoiets schreit ten hemel en eist maatregelen!

In een gemeenteraadszitting komt anno 1903 een voorstel ter tafel de bestaande verordeningen ter bescherming van de voetgangers aan te vullen met de volgende bepalingen:
Berijders van motorfietsen zullen daar, waar de kom van het dorp een aanvang neemt, afstijgen en naast
hun fiets lopen, tot zij de plaats bereikt hebben, waar de kom eindigt.
Bestuurders van automobielen zullen in de kom van het dorp een persoon stapvoets voor hun. voertuig doen uit lopen, totdat de andere zijde bereikt is. Bij mist zal onophoudelijk van hoorn of schel gebruik gemaakt worden en niet harder gereden worden dan 60 meter per minuut. Buiten de kommen mag ook zonder mist niet harder gereden worden dan 15 km per uur

Soms onverdraagzaam.
Ede in het begin der twintigste eeuw . Aangetrokken door de rust van bos en hei,komen steeds meer vreemdelingen hier hun vakantie doorbrengen.
Renteniers laten er hun huis bouwen. Zo worden al meer nieuwe loten geënt op de oude stam,maar deze behoudt voorlopig nog zijn weerbarstige en eigenzinnige aard. Vreemde elementen,eerst geduld,worden geleidelijk met meer respect bejegend,als het maar geld in het laadje brengt. Maar het vreemde of buitenissige moet niet trachten te infiltreren op het terrein van kerk of politiek. Dan steekt het monster van onverdraagzaamheid en fanatisme de kop op. De annalen van het Leger des Heils vertellen daar weinig opwekkende dingen over.

Garnizoensplaats.
Het is niet overdreven te spreken van een mijlpaal,of zo ge wilt van een keerpunt,in de ontwikkeling van Ede,als op een voorzomerdag in het jaar 1906 een regiment infanterie met volle muziek door de straten trekt. Na verwelkomd te zijn door het gemeentebestuur ,betrekt het de kazernes,die in de omgeving van het station gebouwd werden. Ede is garnizoensplaats geworden en vooral de middenstand,die er profijt van heeft. De kleine knusse winkeltjes van Piet Foeke , Ida van de Wetering en Aal Busser blijven nog lang zichzelf maar er komen meer nieuwe ,grote winkels bij die het straatbeeld geleidelijk aan een ander straatbeeld geven.
Doch de jongens, die dienen moeten, schelden het heidorp voor het grootste gat, dat ze ooit gezien hebben. Toch
komt er langzamerhand wat meer leven in de brouwerij. Aan het wegennet worden voorzieningen getroffen, waterleiding en gas en licht doen hun intrede. Het bevolkingscijfer gaat vooral door nieuwe vestiging omhoog. Slechts de mummelende oudjes zien al die veranderingen hoofdschuddend aan en beweren, dat men op de verkeerde weg is. Als ze
horen, dat op de Doesburgerhei, achter het bos, elke avond een Indische jongen in de weer is om een vliegmachien van de grond te krijgen, stijft hen dit eens te meer in hun mening, dat de wereld zachtjesaan op z'n end loopt.

Vliegveld op de hei
Maar Hilgers maakt in het jaar 1910 met zijn kleine Blériot een schamel samenstel van latten, draden doek en een 25 pk Anzanimotor ,zijn eerste vlucht!
De eerste vlucht van een Nederlandse vlieger boven Nederlandse bodem! En de wereld vergaat niet.
Een goed jaar later er is inmiddels al een complete vliegweek gehouden op de hei bij Ede verschijnt een rijzige jonge dame in het dorp. Ze logeert in Het Hof en heeft het in haar hoofd gehaald de eerste Nederlandse vliegenierster te worden. Ze krijgt lessen van Hilgers, maar stort met het toestel neer.
Dat komt ervan zeggen de oudjed,die het wel geweten hadden.
Een vrommes hoort niet in de lucht,maar in de keuken of aan de wastobbe.
Al die nieuwerwetse kunsten,niks gedaan!
En weer een jaar later ,als het mobilisatiebevel van 1914 inslaat als een donderslag bij heldere hemel ,dan knikte ze wijs: Daar heb je het nu . Wat heb ik je gezegd? De wereld gaat kapot aan zo'n vooruitgang. Nou komt de Pruis en dan is het gedaan met ons.

Industrie en sport.
De oorlog komt en gaat,maar de wereld draait door,al heeft Ede na 1918 met genoeg problemen te kampen:woningnood,werklozen,schaarste en duurte. Doch het staat daarin niet alleen,het hele land laboreert aan deze kwaal.
En dan valt ineens het woord industrie .


Fabrieken ? Fabrieken in een gemeente waar tot nu toe landbouw en en vreemdelingenverkeer de bestaansbronnen waren.
Er rijzen bedenkingen, maar hoe zal men anders orde op zaken kunnen stellen en een nieuwe periode van vooruitgang kunnen bevorderen! Eerder dan men denkt of had voorzien, ontwikkelen zich de plannen. Niet alleen de officiële raadsverslagen van die tijd gewagen ervan, maar ook het schoolschrift, waarin de secretaris van een plaatselijke voetbalclub de notulen neer krabbelt .


Met het veertigjarig bestaan van de voetbalvereniging Ede in zicht, is een kleine uitwijding hier wel verantwoord. Sport is zo omstreeks een halve eeuw geleden in Ede nog een schaars artikel. Er wordt geschaatst op de spoorsloten en op de Kreelseplas.


De gymnastiekvereniging Sparta beleeft haar eerste ups en downs, achter in de overtuin van het Hof staat het clubgebouw van de schietvereniging en er kan gekegeld worden. Maar van veldsporten is nog geen spoor te bekennen.


Schraaljammer
Achter de kazernes doen de infanteristen aan atletiek en voetbal. Daar kijken een -paar schooljongens de kunst af en op een goede dag -hun was door de officier een voetbal,een echte voetbal beloofd ,als ze een terreintje konden vinden- stappen dan de drie knapen naar Sjaak Mulder. Die was rentmeester over de terreinen rondom het oude Reehorst en aan de overzijde van de Bennekomseweg.
Hij was ook een man,die 't beter vond,dat gezonde jongens hun vrije tijd achter de bal aan draven ,dan dat ze tot straatslijperij vervallen.
Sjaak mulder lachte boven zijn walrussnor,toen hij van de plannen van de jongens hoorde en hij zei: Nou veel bijzonders heb ik niet.
Maar weet je wat: jullie kunnen op Schraaljammer terecht Ga je gang maar en veel plezier! Schraaljammer deed zijn naam eer aan. een barre vlakte, waar een oud karrespoor in het zand verliep. Op sommige plekken was het zand weggestoven en lag de grindbank bloot. De drie kameraden hadden 't snel bekeken:hier moest het veld komen en dat bosje van eikenstruiken was een mieterse kleedkamer.
Op Schraaljammer stond de wieg van Juliana ,kleuren zwart oranje, waaruit later de voetbalvereniging Ede voortkwam.
Hier werden jongensdromen werkelijkheid, maar ze werden na enkele jaren ook wreed verstoord.

De kunstzijdefabriek
We herinneren ons dat nog als de dag van gisteren.
We zien nog, hoe een man in rijbroek met grote stappen over ons veld beent.
Hij geeft aanwijzingen aan andere mannen die met een driepoot sjouwen en door een soort verrekijker turen en korte paaltjes in de grond slaan. De rijbroekman komt naar ons toe en het is een vriendelijke meneer.
Maar wat hij te zeggen heeft, is vreselijk. Hij verteld dat er op Schraaljammer een grote,, héél grote fabriek wordt gebouwd.
We kunnen er nog wel een jaartje blijven voetballen, maar dan is 't onherroepelijk uit.
Dit is de meest smadelijke nederlaag,die we ooit op dit terrein leden. Hoe heeft Sjaak Mulder ons dit kunnen aankunnen doen?
Zou hij er wel van weten ? Als we 'savonds bij hem aanbellen en ons hart uitstorten lacht hij. Zo gaat 't nou eenmaal in de wereld, jongens.
Neem het maar niet al te zwaar op. Die grond is aan de Enka verkocht. En 't is waar: er komt een fabriek, waar ze kunstzijde maken. En jank nou maar niet ,ik kijk wel voor jullie uit naar aan ander stuk grond.
Dat heeft Sjaak Mulder toen ook keurig gedaan. We verhuisden naar de grote vlakte ,waar Ede nu nog de velden heeft.

Naar andere structuur.
Het enorme bedrijf van de Enka ,later Aku heeft uiteraard een grote ontwikkeling van Ede gedurende de laatste dertig jaar. Het was in feite de eerste stap op weg,die leiden zou naar een andere structuur,waarbij het accent van het zuiver agrarische werd verlegd naar het industriële . de nieuwe bedrijven,die zich na de tweede wereldoorlog in en om Ede hebben vestigden, hebben deze verschuiving natuurlijk sterk in de hand gewerkt.


Zo zijn de laatste vijftig jaar rijk aan diep ingrijpbare veranderingen .Rijker dan alle voorgaande eeuwen tezamen,is men geneigd te zeggen. Wel voltrekt deze miraculeuze ontwikkeling ,nog gestimuleerd door de eisen en gevolgen van twee wereldomvattende oorlogen,zich voornamelijk in het technische vlak.
Of verdieping in geestelijk opzicht en de bevordering daarvan op het terrein van religie,kunst en cultuur hiermede gelijk tred houden,wagen wij te betwijfelen.

Winst-verlies
Het wiel van de tijd wenstel verder. De groei van Ede in zielental,huizen en bedrijven -procentueel de sterkste van alle Gelderse gemeenten- wordt naar men wil thans ook reeds beïnvloed door de verminderde capaciteit van de Randstad Holland. En het is vooral het eerste dorp der gemeente Ede zelf, dat de grootste concentratie van mensen en industrieën te zien geeft.


Het oude vertrouwde beeld van het dorp met de silhouetten van toren en molen,de kerkpaden en de intieme steegjes ,veranderd radicaal. In west,oost,noord en zuid verrijzen nieuwe woonwijken met flats,winkels en sportvelden en bedrijfsgebouwen. Werk en huisvesting voor duizenden.
De Driehoek waar Willem Witsen eens zijn schildersezel had staan,is nu een straat met huizen in de rij,zoals u ook in Tiel ,Koevorden of Lutjebroek kunt zien. Keurig maar karakterloos. Het huis waar van Schendel woonde en voor hem schilder Arnold Koning,is er niet meer,en de lommerijke tuin erachter evenmin. Daar staan huizenblokken,keurig met elk een voortuintje van tien vierkante meter. De Slijpkruik wordt ingebouwd en vergeefs zult u langs de Molensteeg de hoge bermen zoeken,bekroond met meidoornstruiken.
De Posthoorn ,waar de deftige ambtsjonkers uit de vorige eeuwen beslisten over het wel en wee van de boer en burger ,heeft plaats gemaakt voor flatgebouwen. Het vliegveldje op de Doesburghei werd omgeploegd,daar groeien nu aardappels en rapen.

Woonnruimte en recreatie
In een halve eeuw,maar speciaal na de laatste oorlog, werden de oude trekken in het gelaat van Ede radicaal uitgewist. En waar iets er nog aan herinnert,maakt men zich op ook dat te laten verdwijnen. Zij,die aan de touwtjes trekken,zeggen dat het niet anders kan.
Nu liggen in oost en noord Bentinck's beuken en dennenbossen als een machtige gordel van groen, maar het is de vraag,of ze op den duur de schreeuw om ruimte voor huizen en straten kunnen weerstaan.
Ieder zinnig mens hoopt het ,want Ede zal in eigen vlees snijden,als het de deur open vindt om dit kostbare areaal aan te tasten.
Onmiddellijk tegenover deze veronderstelling staat de werkelijkheid,dat het gemeentebestuur zorgde voor het reserveren van een indrukwekkend recreatiegebied op Ginkel en Hindekamp,nu nog vergroot met de bossen van Roekel en Westerrode. Ook in de piëteit ,die de overheid de laatste jaren occasioneel betracht ten aanzien van behoud en restauratie van een oude boerderij hier , een molen daar,kan met tekenen zien,die het vertrouwen schenken.
Vertrouwen en hoop ,dat Ede,al verandert zijn gezicht en al neemt het in zijn verbijsterende snelle groei de allures aan van een stad in wording ,toch in de toekomst ,de hoeder zal zijn van natuur en cultuurbezit. En van de herinneringen,die een brug slaan naar het verleden,dat wel voorbij is ,maar niet vergeten mag worden.