Nog tot in het begin van deze eeuw werd ook
in Ede bij een sterfgeval niet alleen de betreffende familie, maar de gehele buurt
van de overledene betrokken. Burenplicht was heilig: in gezamenlijk overleg werd
voor de begrafenis gezorgd en voor wat daarmee samen hing.
Een oudere man
fungeerde als aanzegger gestoken in zwart pak bracht hij de naaste omgeving op
de hoogte deed, vergezeld van een getuige, van bij de burgelijke Stand en maakte
de afspraak met de dominee die de rouwdienst zou leiden.
Bovendien was het
zijn taak een groep van twaalf meerderjarige mannen bij elkaar te krijgen, die
als dragersdienst deden. De naaste twee buurvrouwen zorgden op de dag van de begrafenis
na terugkomst van het kerkhof voor koffie en een broodmaaltijd. Een oeroude traditie
wilde dat daar uitsluitend witte brood met kaas werd voorgezet: enig ander
broodbeleg kwam niet op tafel.
In het sterfhuis zelf had de rouw:"
haar intrede gedaan en werden "de nodige maatregelen getroffen: de luiken
werden zodanig afgesloten ,dat slechts een kiertje licht naar binnen kwam, de
klok werd stil gezet en de spiegel met een wit laken afgedekt. Foto's, voor
zover aanwezig, werden verwijderd. De naaste familieleden van de overledene waren
druk doende de rouwkleding in orde te brengen.
Gelukkig waren de zondagse kleren
van de meeste mensen toch al zwart voor hen was er niet direct een probleem. Maar
bij anderen met meer wereldse , opvattingen moesten als men nieuw kopen niet kon
lijden, in allerijl diverse kledingstukken zwart worden geverfd.
Rouw dragen
was een oeroude plicht, waaraan strteng de hand werd gehouden.. Slechts een enkeling,
die zich aan de gebruiken durfde te onttrekken. Er bestonden vaste regels en tijden
voor bij het overlijden van ouders, echtgenoten of kinderen diende men, constant
twee jaar en twaalf weken in het zwart gekleed te gaan, voor broers of zusters
werd dat tot de helft teruggebracht, dus tot een jaar en zes weken. Betrof het
een oom of tante dan werd een half jaar en drie weken rouw gedragen.
Vooral
bij het overlijden van familie in de eerste graad een behoorlijk lange periode,
vooral
voor de huisvrouw, want van haar werd verwacht dat zij ook tijdens de
dagelijkse werkzaamheden donkere kleding zou dragen. Geen wonder, dat vooral vrouwen
uit grote families, waar uiteraard vaker sterfgevallen voorkwamen, vrijwel
hun gehele leven in het zwart 'liepen. In de volksmond noemde men zoiets:"
van de ene rouw in de andere vallen " .
Mannen hadden het veel gemakkelijker:
landbouwers of bouwakkers , konden moeilijk met ene zwart pak
aan hun werk
verrichten. Zij beperkten zich ook tot het dragen van een zwarte rouwband om de
linkerarm
vervangen . Ook kinderen werden vaak op die manier in de rouw betrokken
al werd bij hen de band om
de arm vervangen door een opgenaaid zwart ruitje.
Thans
is burenhulp overbodig geworden: een begrafenis onderneming regelt alles: vanaf
de kennisgeving tot de dank betuiging.Rouw' dragen komt nog slechts sporadisch
voor, maar met het verdwijnen van deze
oude gebruiken, waarvoor in de moderne
samenleving geen plaats meer is, ging ook veel eerbied voor de dood verloren.
H.J.Nijenhuis
 
|