De papklok


Tijdens de grote restauratie van de aloude Nederlands Hervormde Kerk in Ede in de eerste helft van de jaren zestig werd op het middenschip van de kerk een bescheiden torentje gebouwd met daarin een luidklok. Getuige de nog altijd aanwezige steunbalken moet een dergelijk kloktorentje, in de jaren dat het gebouw nog een roomskatholieke kerk was, daar ook reeds aanwezig zijn geweest.
Van hieruit klonk toen in de avond uren het bekende Angelus. Na de hervorming verdween dat Angelus. Voortaan sprak men van papklok. Als deze 's avonds om negen uur haar klanken liet horen, zei de moegewerkte huisvader ,'t Is welletjes vrouw.
Schep de pap maar op en dan gaan we naar bed.


De buurt Ede- Veldhuizen schonk uit historische overwegingen in dit nieuwe torentje een klok, waarvan de kosten rond 2500 gulden bedroegen. Op 26 januari 1965 was de zaak in kannen en kruiken. Die morgen bevonden zich in de consistoriekamer vertegenwoordigers van het kerkbestuur, van de buurt Ede- Veldhuizen en een aantal genodigden.

Buurtrichter J. Versteeg memoreerde de al eeuwenoude, goede verstandhouding tussen kerk en buurt en bood, als bewijs daarvan, het kerkbestuur de nieuwe klok aan. De president kerkvoogd R. Hansman aanvaardde in dankbaarheid het geschenk en zette klokslag elf uur met een druk op de knop de geluidsinstallatie in werking.
Aandachtig luisterden de aanwezigen naar de heldere klanken tot er door opnieuw drukken een
eind aan werd gemaakt. Daarna vertrok het gezelschap naar Calluna om op de goede afloop een kopje koffie te drinken.

Tot zover een berichtje in de Edese Courant van die week. Waar de heren, de verslaggever
inbegrepen, totaal geen weet van hadden, was het feit, dat zij eigenlijk in de boot waren genomen.


De timmerman A. W. Ott werkzaam bij de restauratie heeft daar later een en ander over verteld. Op de bewusten morgen kwam al bijtijds een monteur van de klokleverancier om een kastje te plaatsen met een transformator daar in, benodigd om de klepel in beweging te brengen. De leiding van boven naar de consistoriekamer met toebehoren was al kant en klaar.
Eigenlijk dus nog maar een kleinigheid, maar helaas, het apparaat bleek veel te groot en paste niet. De timmerman werd er bij gehaald om een gedeelte lood en hout te verwijderen. Zonder resultaat. Men zat met de handen in het haar. De tijd drong. Binnen een uur konden de genodigden aanwezig zijn.
De elektricien vond een oplossing: de elektrische leiding werd, nadat de spanning er even van
was afgezet, in het torentje onderbroken en hij monteerde op die plaats een lamp. Aan de klepel werd een stuk touw bevestigd, daarna de stroom weer ingeschakeld, even proberen en hetm klopte.


Het moment kwam dat de heer Hansman op de knop drukte, de lamp ging branden en de elektricien begon door middel van het touw op ouderwetse manier de klok te luiden. Hij ging daarmee door tot een volgend lichtsignaal het einde aankondigde.
Voor alle zekerheid bleef de man nog enige tijd op zijn post voor het geval de een of ander nog eens de klok wilde horen.
Begrijpelijk, dat de elektricien opgelucht adem haalde, toen het gezelschap wat later vertrok. De volgende dag werd het juiste apparaat aangebracht en sindsdien werkte de papklok perfect hetgeen men nog elke avond, klokslag half negen, kan horen.

H. J. Nijenhuis