Oplichting

Hotel Buitenzorg aan de Amsterdamseweg in Ede was jarenlang een gerenomeerd hotel. In 1916 werd
de heer J. G. Pieterse eigenaar en onder zijn leiding nam het bedrijf een enorme vlucht. Het aloude hotel met zwaar geboomte fraai terras en tennisbaan kreeg een bekende naam in binnen en buitenland. Dat
er onder de vele gasten ook kaf onder het koren kon schuilen heeft de heer Pieterse eens tot zijn schade
ondervonden, althans volgens de verslaggever van de Edese Courant.

Op een donderdag begin april 1953 verscheen een ongeveer zestig jarige man vergezeld door zijn
veel jongere vrouw in de ontvangkamer van het hotel. Het echtpaar wilde voor een periode van drie
weken volledig pension bespreken en informeerde of er nog een behoorlijke kamer vrij was. Dat bleek
zo vroeg in het seizoen natuurlijk wel het geval en daar de man die zich liet inschrijven onder de naam
Witte een zeer prettige en beschaafde indruk maakte, werden de gasten welwillend ontvangen.

De man vertelde zijn vermogen in de mijnen in Zuid Afrika te hebben verdiend. Nu vond hij het welletjes en wilde rustig in Holland gaan wonen. Ede, zo centraal in het land gelegen, leek hem bij uitstek geschikt om zich hier te vestigen.
Daarom vroeg hij het adres van een erkende makelaar ten einde in deze omgeving een huis te kunnen kopen.
De heer Pieterse meende: Die zijn hier wel,ik zal er wel een bellen. De volgende morgen vervoegde zich een huizenverkoper bij hotel Buitenzorg en er werden meteen zaken gedaan. Het echtpaar kocht een riante villa aan de Stationsweg en na bezichtiging werd een voorlopig koopcontract getekend. Dat maakte de nodige indruk.
Iemand die zo vlot zakenkan doen moest wel behoorlijk in de slappe was zitten. De twee leefden er ook
naar, bestelden het beste eten en de duurste drankjes en werden op hun wenken bediend. Ook in het dorp
werden diverse inkopen gedaan. Alleen, zo vertrouwde Witte de hotelhouder toe, hij beschikte nog
niet over contanten. Het overmaken van zijn geld uit Johannesburg kostte meer tijd dan was verwacht.
Maar geen nood. Hij betaalde voorlopig met cheques van de Nederlandse Handel Maatschappij te
Arnhem, waar hij een rekening had lopen. Bovendien hij had zojuist bericht ontvangen, dat zijn geldzaken aanstaande donderdag geregeld waren. Op woensdagmiddag daarvoor had het echtpaar een taxi
met chauffeur besteld. Zij wilden eens in Utrecht gaan winkelen. Duidelijk zichtbaar stak Witte bij het
vertrek zijn chequeboek in de zak en juist dat gebaar wekte argwaan bij Pieterse op.
Als de man werkelijk de volgende dag over geld kon beschikken, waarom dan nu nog op deze manier
inkopen gaan doen. Hij belde naar de Nederlandse Handel Maatschappij in Arnhem en kreeg te horen dat
Witte daar totaalonbekend was en niet over een bankrekening of enig tegoed beschikte.
Hoe hij aan dat chequeboek kwam, bleef een raadsel, maar in ieder geval waren ze ongedekt. Direct werd de Edese politie ingeschakeld en bij terugkomst, waarbij zich ook een aantal aangeschafte kledingstukken bevond, werd het echtpaar ingerekend. Ze werden al gauw ontmaskerd als ordinaire oplichters en konden hun gerieflijke hotelkamer inruilen voor een kale cel. Na afloop van het onderzoek konden de meeste goederen aan de rechtmatige eigenaars worden teruggegeven. Maar zowel de hotelhouder, die hen bijkans een week logies had verstrekt als de taxichauffeur konden naar hun centen fluiten.

H.J.Nijenhuis