De Versmade minnaar


In mijn jeugd was voetballen voornamelijk een aangelegenheid voor vrijgezellen, vrijwel geen vrouw of meisje toonde er belangstelling voor. Als een van ons verkering kreeg ,wat vroeg of laat gebeurde dan had hij als
voetballer afgedaan, was bij de v. v. v. terecht gekomen, verliefd, verloofd, verloren.
En de club kon niet meer op hem rekenen. Een enkele maal raakte de omgang uit en werd als
een verloren zoon weer in ons midden opgenomen. Maar afgedankte minnaars, die niet op
voetballen konden teruggrijpen, konden in een dergelijke situatie wel eens heel anders afreageren,
zoals een paar berichtjes uit oude Edesche Couranten weten te melden.


Zo had een negentienjarige Edervener al vanaf de schoolbanken kennis aan een plaatselijke schone. Het tweetal was onafscheidelijk, maar ouder geworden, zag haar vader in hem blijkbaar niet de ideale schoonzoon en gelastte zijn dochter een eind aan deze, wat hij kalverliefde noemde, te maken. Trouw aan het ouderlijk gezag voldeed het meisje hieraan tot begrijpelijke woede van de betreffende jongeman.
Hij zon op wraak en meende zijn kans schoon te zien, toen de man, die hij zich eens als zijn schoonvader had voorgesteld, eind oktober zijn verjaardag vierde. Nadat de duisternis was ingevallen, trok de jongen naar het ouderlijk huis van zijn verloren geliefde en luisterde aan de gesloten luiken. Een gemormel van stemmen toonde aan, dat nu alle gasten wel binnen waren, waarop hij naar de grote schuur trok.
Daar lag een groot aantal strobalen, waarmee hij aan het sjouwen ging en die hij opstapelde tegen voor en achterdeur. Het was zwaar werk, maar na een half uur kon hij het resultaat met welgevallen bekijken. De deuren waren geheel gebarricadeerd. Wat zouden de feestvierders op hun neus kijken als zij straks naar huis wilden.


In zijn enthousiasme besloot hij ook de ramen een beurt te geven maar dat werd zijn ongeluk.
Naarmate de stapel vorderde begonnen de luiken te rammelen hetgeen binnen natuurlijk argwaan wekte. Eén raam werd opgeschoven, twee, drie man sprongen naar buiten en grepen hem in de kraag. Dank zij het feit,
dat men hem herkende, kwam hij er af met de opdracht alle balen weer naar de schuur te brengen.
Geheel anders reageerde in een soortgelijk geval een reserve tweede luitenant die tijdens herhalingsoefeningen in Ede was gelegerd . Na terugkeer van een zware marsdag lag er een brief voor hem van zijn verloofde, waarin zij schreef een ander te hebben ontmoet, die haar meer aantrok.
De man stond perplex, ze hadden serieuze trouwplannen en nu kreeg hij de bons. Onze luitenant
wilde niet eten, maar trok naar de kantine om met de nodige biertjes het leed te verzachten.
Daarna pakte hij zijn revolver, greep een fiets en reed het kazerneterrein af. Van elke lantaarn.
die hij tegenkwam schoot hij het glas aan diggelen. wat hem grote voldoening verschafte. Vervolgens reed hij naar de wacht en gaf opdracht die avond vooral op tijd de lichten en lantaarns te ontsteken.
Op hetzelfde moment werd hij echter door de militaire politie die door het glasgerinkel gewaarschuwd was, in de kraag gegrepen. Voor de Krijgsraad werd hij later, toen al met zijn lot verzoend, veroordeeld tot twee weken voorwaardelijke gevangenisstraf en tweehonderd vijftig gulden, gelijk aan de totale schade, die door hem was aangericht.

H. J. Nijenhuis