De vroeger zo fraai omsloten markt mocht zich
altijd in een grote belangstelling van publiek en koop
lieden verheugen. Cachet
hieraan , gaven destijds de vele boeren, die na afzet van hun eieren een afzakkertje
namen in Café Marktzicht. Jaren geleden kwam op een bepaalde maandagmorgen
nog vrij laat een
koopman aanzetten, die een standplaats uitzocht in de Brouwerstraat.
Op een wankel opklapbaar tafeltje deponeerde de man aardappelen, bieslook,
uien, knoflook en wat ordinaire brandnetels. Zo op het eerste gezicht geen handel
waar brood in zat, maar zodra zich voldoende publiek in hem heen had verzameld
,brak een ware spraakwaterval los. Jullie zullen wel denken wat wil die vrijer
ons nu weer aansmeren.
Maar luister goed. Wat daar op tafel ligt, behoeft
nadere uitleg. Het gaat om een levensbelang. Het heeft betrekking op onze voeding.
Laten we allereerst vaststenen, dat wel denkende mensen geen dieren zijn, die
eten wat hen wordt voortgezet.
Ik heb een boer gekend, die als in de nawinter
de hooivoorraad krap werd, een vracht hei ging maaien, de koeien een grote groene
bril opzette en zodoende de dieren suggereerde, dat zij vers gras vraten.
Nee
mensen zo gek krijgen ze ons niet. Hier op tafel liggen de ingrediënten,
die ons van veel lastige
kwalen kunnen afhelpen. Maagkramp verstopping,aambei
of bloeddruk verdwijnen bij een juist
gebruik van deze artikelen, die bij elke
groenteboer verkrijgbaar zijn.
Maar, dat is het kernpunt, het hangt af van
de juiste bereiding en daar kan ik jullie aan helpen.
Hij stopt even en haalt
een klein boekje met blauwe kaft te voorschijn en vervolgt: Hierin wordt
precies
beschreven hoe je voor een bepaalde ziekte de juiste maaltijd kunt bereiden. Dank
zij de welwillendheid van de uitgever, die niet uit winstbejag heeft gewerkt,
kan ik U dit unieke werkje aanbieden voor de prijs van slechts vijf en twintig
cent .
Net toen hij met de verkoop wilde beginnen, tikte de marktmeester hem
op de schouder: " Tachtig cent
staangeld, graag" .De koopman werd
woest en viel uit: Maar man, wat haal je je in je hoofd. Ik heb geen
cent verdiend
en bovendien ik sta helemaal niet op de markt maar op straat. Dat maakt niets
uit
meende de marktmeester op maandagmorgen hoort dit gedeelte bij de markt:
Je ziet maar, dat je ze krijgt , repliceerde de koopman en keek daarbij zijn tegenstander,
die zeker een kop kleiner was, grimmig aan. De
marktmeester waagde zich niet
aan verdere discussies, maar ging zijn licht opsteken bij een agent. Deze
had
ook al geen pasklare oplossing bij de hand. De Brouwerstraat was op maandagochtend
niet voor het
verkeer afgesloten, hetgeen bij de markt wel het geval was.
Inmiddels
hadden zich om het gammele tafeltje talrijke toeschouwers verzameld, die nieuwsgierig
waren wie er op den duur aan het langste eind zou trekken: de koopman of de marktmeester.
Even later
kwam laatstgenoemde met een agent aanzetten, die een wijs man bleek
te zijn en een Salomons oordeel gaf: Ga maar door met verkopen tot het sluiten
van de markt. Als je dan een voldoende omzet hebt gehaald, wordt het marktgeld
alsnog voldaan.
De koopman keek met een half oog naar het uniform, dat altijd
nog een zeker gezag uitstraalt en verklaarde zich akkoord, terwijl de marktmeester
ook tevreden met de oplossing. Hij had voor het Edese publiek, waaronder vele
kennissen stonden, zijn gezicht gered.
H. J. Nijenhuis
 
|