In
de vorige eeuw behoorde het overgrote deel van het huidige Ede-.Zuid aan de aloude
buurt Manen. Gelijdelijk verminderde deze de eigendommen, het begon reeds v oor
1840 met de verkoop van grond aan het Rijk ten behoeve van de aanleg van de spoorlijn
Amsterdam-Arnhem.
Even na 1900 volgde het gedeelte ten oosten van de Stationsweg,
ditmaal voor militair oefenterrein bouw van kazernes.
Daarna werden turfveld
en Maaderheuvels in veiligheid gebracht terwijl in de omgeving van het station
een aantal percelen in handen kwam van de Amsterdamse firma Cruyff en Co, die
toekomst in Ede zag.
Al deze transactie 's spekten wel de portemonaie van
de geërfden, maar van de eens zo uitgebreide bezittingen, bleef niet veel
meer over. Derhalve werd, 11 maart 1911 besloten de buurt op te heffen; de wegen
en de nog resterende grond gingen over naar de gemeente.
De buurt Manen verdween
maar daar voor in de plaats kwam het park Manen,in de volksmond al gauw aangeduid
als 't Park ". Er verrezen, gebouwd door de firma Cruyff, ruime villa's,
bestemd tvoor officieren en beter gesitueerden
en zelfs een groots opgezet
"Parkhotel". De eerste en tweede Parkdwarsweg werden aangelegd waar
een aantal blokken arbeiderswoningen verrezen.
Al spoedig kwamen de eerste
winkeliers café "Nieuw Ede " werd geopend en zo onststond aan
de Parkweg een woonwijk
Import
De bewoners waren vrijwel allemaal
import , voor het merendeel werkzaam bij garnizoen en spoorwegen .Zij bezaten
een levenspatroon dat sterk afweek van de gemiddelde Veluwse normen waren levenslustiger
van aard en hadden weinig aanleiding nodig om een onderling feestje te bouwen
.Contact tussen het oude en nieuwe Ede was er, mede door de grote afstand weinig.
Wel moest de jeugd uitt 't Park dagelijks de langs weg naar één
van de drie scholen in het dorp maken. Het zou tot het begin van de twintiger
jaren duren alvorens in 't Park de eerste school werd gebouwd.
De nieuwe
woonwijk werd al gauw een hechte buurtgemeenschap waar de mensen voor elkaar opkwamen
en lief en leed deelden. Verschillende namen van mensen die hier eens woonden,
bezitten nu nog een bekende klank. Daar had je o.a. Kees Abo, altijd Keesje Aboe
genoemd, een klein mannete, sjofel gekleed, een grijs petje met vettige zwarte
klep, op het hoofd. Keesje was een oud-koloniaal en had uit de tropen een klein
pensioentje en veel dorst meegebracht, te groot voor zijn bescheiden inkomen.
Om
dat te verhelpen was hij voor elke bijverdienste te porren. Vaak fungeerde hij
als reclameman, in het oude dorp kende men de klepperman die de bevolking van
alle mogelijke zaken op de hoogte hield. Hier werden dergelijke mededelingen op
een groot bord geschilderd, waarmede Keesje, tegen beloning van een kwartje, een
hele middag rondsjouwde. Ook was hij veel bij het station te vinden om voor reizigers
koffers te dragen, hetgeen soms wel eén paar centen voor een borrel op
bracht, maar waardoor hij permanent op voet van oorlog met de officiële witkiel
liefde.
Kolenhandel
Verder Dekker, de man die reeds in 1896 in
deze toen nog zeer schaars bewoonde omgeving een kolenhandel begon en wiens
zaak, tot aan de opheffing, in 1968, grote bekendheid kreeg.
Dan Van Bemmel,
ook al een oud Indië-ganger die handelde in alle mogelijke zaken met als
enig. vervoermiddel een kruiwagen. En wie herinnert zich niet Joh.Plooy: hij bezat
een schildersbedrijf, deed veel aan verenigingswerk, maar kreeg zijn grootste
bekendheid door zijn actuele gedichtjes, die hij, onder de naam Sjonny, wekelijks
in de Edese
Courant publiceerde. Nog een paar namen: Bakker Snippenberg, de
militaitre kleermakers Buel en Lens, de krantenbezorger Jacobsen en de grappenmaker
Oudste, die zich altijd bekend maakte als " de oudste van Ede".
Zijn
vrouw stond bekend als waarzegster en heeft met behulp van kaarten en koffiedik,
heel wat goedgelovige mensen een zonnige toekomst voorspeld.
Politielman
Van de Brink zorgde voor rust en orde in 't Park, hij kende zijn pappenheimers
en wist hoe hij hen moest aanpakken. Kwajongenstreken bestrafte hij op zijn manier
door hen een paar uur in het cachot, naast zijn woning, op te sluiten met daarna
de dreiging dat hij bij een volgende betrapping nog heel anders uit de hoek zou
komen.
Voor ouderen liet hij het veelal bij een vermanend woord met het gevolg
dat in 't Park vrij weinig ongeregeldheden voorkwamen.
Helaas is deze, vroeger
zo bekende politieman die tevens een fel aanhanger van de v.v. "Ede"
was, met zijn vrouw omgekomen tijdens het bombardement van 17 .September 1944.
Daarbij werd ook de tweede Parkdwarsweg vrijwel geheel verwoest en na de oorlog
niet weer opgebouwd terwijl de eerste Parkdwarsweg werd omgedoopt tot
Willem
Witsenlaan.
Maar reeds lang voordien had 't Park al een ander aanzien gekregen.
Na de komst van de A.K. U. werden hier honderden woningen gebouwd, vooral ten
behoeve van het fabriekspersoneel. Deze uitbreiding zette zich ook na de oorlog
gestadig door om uit te groeien tot het huidige Ede-Zuid.
H. J. Nijenhuis

