Nog
altijd bestaat de buurt Veldhuizen, maar daarnaast kende men vroeger ook de Doesburger
en de Maanderbuurt. Vooral de bezittingen van laatstgenoemde buurt waren niet
gering: Buurtheide, Maanderzand met Oortveld en Turfveld, dat doorliep tot De
Klomp. Daarbij nog kilometers aan zandwegen, oorspronkelijk breed van opzet, maar
daar de aangrenzende boeren elk voorjaar bij het ploegen een vore aan hun grond
toevoegde, teruggebracht tot vaak onbegaanbare karresporen.
Toch moesten deze
wegen onderhouden, waarvoor gezien de geringe inkomsten van de buurt, weinig geld
beschikbaar was.
Daarom gingen op de diverse jaarlijkse buurtspraken, veelal
gehouden op de deel van geërfde Stunnenberg, steeds meer stemmen op om grond
te verkopen.
Die kans kreeg men in het begin van deze eeuw, toen vast kwam
te staan, dat Ede garnizoensplaats zou worden. Op de bijeenkomst van 1900 werd
met 29 tegen 22 stemmen, dus toch nog met slechts krappe meerderheid, besloten
de buurtheide ten Oosten van de Stationsweg en ten Noorden van de spoorlijn Ede-Arnhem
aan het Rijk te verkopen voor de bouw van kazernes en oefenterrein. Dat bracht
10.000 gulden op, voor die tijd een aardig bedrag.
De netto opbrengst werd
echter niet voor de wegen bestemd, maar onder de geërfden verdeeld. Een eigenaar
van een huis ontving 115 gulden, bezitters van meer dan een hectare grond 28,75
gulden, terwijl voor een halve hectare 11,50 gulden werd uitbetaald.
In
1902 werd het turfveld verkocht voor bijna 11.000 gulden, terwijl enkele jaren
later, op 1mei 1905, het Maanderzand, het huidige Beatrixpark en Oortveld voor
18.000 gulden van de hand gingen. Ook deze bedragen werden verdeeld, zodat menig
geërfde er aardig op vooruit ging.
Het gemeentebestuur, dat de bui zag
hangen, waarschuwde tegen deze gang van zaken, maar stond verder machteloos. Men
had liever gezien, dat een fors bedrag was gereserveerd voor onderhoud en verharding
van wegen. Inmiddels waren ook diverse percelen grond aan particulieren verkocht,
zodat de bezittingen tot een minimum waren teruggebracht en voortbestaan van de
buurt weinig zin meer had.
Op de buurtspraak van 1906 ten huize van Brand
van Kampen werd dan ook besloten contact op te nemen met de gemeente voor overname
van alle buurtwegen. Na jaren onderhandelen werd het volgende accoord bereikt:
de gemeente nam de wegen over, kreeg bovendien de nog aanwezige grond en ontving
het resterende kasgeld, een bedrag van ruim 8.000 gulden.
De laatste
buurtspraak werd juni 1911 gehouden in Koffiehuis Van Laar onder leiding van buurtrichter
W. H. Toewater en buurtschrijver A. van de Craats.
Alle geërfden waren
tevreden met de getroffen regeling. De buurtbank in de kerk, een voorrecht, dat
elke buurt bezat, werd aan het kerkbestuur teruggegeven.
Op 16 november
van genoemd jaar waren alle bescheiden opgemaakt en behoorde de buurt Manen tot
het verleden.
De naam Maanderpark heeft zich nog jaren kunnen handhaven,
maar dit gebied is nu al lang Ede-Zuid geworden. Aan de Doesdburgerbuurt was reeds
in 1902, een eind gekomen, maar de buurt Veldhuizen is er nog altijd en roept
elk
jaar door klokgelui de geërfden bijeen voor haar buurtspraak.
H.
J. Nijenhuis

