In
aansluiting op ons vorig verhaal thans een beknopt overzicht van de actie's in
Lunteren. De Lunteranen vormden door de tijden heen een hechte gemeenschap, voelden
zich sterk op elkaar aangewezen en waren wars van inmenging buitenaf. Heel vroeger,
een vier honderd jaar geleden, vormden zij zelfs het grootste dorp van de gemeente,
beter gezegd, ambt Ede.De pastoor van Ede, Johan Arntz liet, om Lunteren bij het
bisdom Utrecht, aan een eigen parochie te helpen, in 1570 een woningtelling houden.
Daaruit kwam vast te staan dat Lunteren met de buurtschappen de Valk en het Woud,
honderd en twintig huizen telde tegenover Ede en omgeving slechts vijf en negentig.
Maar
sinds dien had het hoofddorp Lunteren al lang overvleugeld, zo zelfs dat veel
Luntenaren meenden dat zij maar een bijwagen vormden. Met hun belangen werd hun
insziens weinig rekening gehouden, vooral het laatste oorlogsjaar, met slechte
en moeilijke verbindingen betekende een gang naar het gemeentehuis of distributiekantoor
een moeilijke en soms gevaarlijke opgaaf. Daarom wilde men,na verlost te zijn
van de Duitse bezetting, meteen maar een stapje verder .
Er werd een comité
opgericht dat de plannen om Lunteren tot zelfstandige gemeente te verheffen moest
verwezenlijken.
Terwijl de bevolking met de Canadezen nog volop het bevrijdingsfeest
vierden, trokken reeds collectanten er op uit om het comité de nodige financiële
armslag te geven.
Vooral de Canadezen, die geen nauwe notie hadden omtrent
de bestemming van het geld, gaven met gulle hand. Het gros van de bevolking stond
weliswaar achter de plannen, maar men verzuimde een behoorlijk bestuur in het
leven te roepen.
Alle zaken werden overgelaten aan de heren Menger en Mulder,
resp. voorzitter en secretaris. Dit duo ging overvaard aan het werk: op 28 juli
1945 stuurden zij een brief vol klachten naar B. en W. van Ede, die het schrijven
voor kennisneming aannamen.
Men kreeg dus geen antwoord en zocht het hogerop,
18 augustus van genoemd jaar ging een verzoekschrift naar de minister van binnenlandse
zaken waarin werd gevraagd Lunteren tot zelfstandige gemeente te verheffen. Dat
was duidelijke taal maar de aangevoerde redenen waren minder sterk. De brief begon
met een frontale aanval tegen het beleid van de burgemeester en zijn houding tijdens
de bezettingstijd. Niet erg steekhoudend daar de man, na het uitbreken van de
oorlog al spoedig vervangen werd door een NSB functionaris. Ondanks zijn passiviteit
gedurende de achterliggende jaren, zo ging de brief verder werd hij na de bevrijding
op 17 april 1945 door Militair Gezag, onmiddellijk weer als burgemeester aangesteld.
Daar koos hij zijn medewerkers naar hem goed dacht en stelde een noodgemeenteraad
samen naar de politieke verhouding van voor de oorlog, zonder rekening te houden
met de veranderde omstandigheden.
De minister toonde al evenmin veel haast,
ongeduldig geworden stuurde de heer Mulder op 27 december 1945 een telegram naar
Den Haag om zijn geheugen op te frissen waarop 3 januari 1946 al antwoord kwam.
Hierin werd medegedeeld dat de minister de nodige voorlichting omtrent de kwestie
had gevraagd bij de huidige burgemeester van Ede.
Het comité zeer verontwaardigd,
de minister had er beter aan gedaan zich tot de ontevreden Lunterse bevolking
te wenden. Nu werd ook de pers ingeschakeld de Edese Courant bracht verslagen
van bijeenkomsten en "Het Vrije Volk" van donderdag 24 januari 1946
wijdde er, onder het hoofd "Lunteren vraagt zelfstandigheid" een artikel
aan. Op 21 februari ging opnieuw een schrijven naar de gemeenteraad, waarin
ditmaal ook wat reële klachten naar voren kwamen.
Dankzij de gemeentearchivaris
kunnen wij er enkele passage's uit laten volgen. Het burgercomité "Lunteren
Los van Ede", is opgericht ter behartiging der belangen van het dorp Lunteren
en buurtschappen als gevolg van een diep gewortelde ontevredenheid over de tot
heden gevolgde gang van zaken. Dat de geestelijke, materiële en economische
belangen van de bevolking in dit deel der gemeente volstrekt geen gelijke tred
houden met het dorp Ede zelve. Dat alle openbare diensten als daar zijn secretarie, sociale
zaken, distributie kantoor, en politie al geconcentreerd zijn in Ede, waardoor
de hier ongeveer 7200 inwoners voor elke aangelegenheid en dan altijd op een werkdag
want alleen dan zijn de kantoren geopend, een tocht, heen en
terug gerekend
van 15 km moeten maken.
Tot zover een gedeelte van de brief, maar na
deze begrijpelijke klachten, komt men weer terug op de burgemeester, die wordt
beschreven als een man uit de oude feodale school, wars van alles wat naar vernieuwing
op democratische grondslag zweemt. Na 17 april 1945 werden talrijke ambtenaren
aangesteld met terzijde stellingen van gegadigden uit de buitendorpen. Veel bevorderingen
onder het politiepersoneel vonden plaats, maar juist de agent te Lunteren werd
gepasseerd. Het comité komt tot de conclusie dat men deze burgemeester
niet langer het vertrouwen kan schenken, maar dat hij plaats dient te maken voor
een jonger, democratisch denkend man, waardoor het nepotisme zal verdwijnen.
Men windt er geen doekjes om in deze trant gaat de brief nog een tijdje door om
dan vrij mat 'te besluiten, niet met de reeds zo bekend geworden leuze, maar met
een paar simpele wensen. Wij citeren opnieuw: "het burgercomité "Lunteren
Los van Ede", verzoekt derhalve Uw Raad ernstig in overweging te willen nemen
in Lunteren een hulpsecretarie te vestigen met voldoende accommodatie en competent
personeel om aldaar te kunnen afdoen alle de gewone zaken, resorterende onder
een der voren genoemde diensten opdat de naar voren gebrachte grieven en belemmeringen
grotendeels worden opgeheven, althans tot wat bescheidener omvang worden teruggebracht.
Zijn materiele en morele steun te verlenen aan de onlangs hier tot stand gekomen
"Stichting Concerthal Lunteren" met als doel de oprichting van een gebouw
van
voldoende grote om de verschillende geestelijke en culturele behoeften
van de bevolking te bevredigen".
Dit schrijven, waarvan de laatste wens
geheel nieuw was, werd in de gemeenteraadsvergadering van 27 maart 1946, als punt
veertien van de agenda behandeld. Reeds eerder, op de vergadering van 6 februari
daaraan voorafgaand, had de burgemeester op een vraag van de heer De Jager, al
antwoord gegeven op de aantijgingen hem door het comité verweten en deze
verontwaardiging van de. hand gewezen, tot voldoening van de gehele raad. De
burgemeester noemde de actie stuntelig, onwaardig en ondemocratisch. Reden dat
B. en W. er weinig voor voelden met de heren contact op te nemen. Ook in de genoemde
vergadering van 27 maart ontvingen de heren Menger en Mulder geen enkele steun.
Wij willen er even op wijzen dat het destijds nog de noodgemeenteraad betrof en
hier verschillende mensen zitting hadden die later in het politieke leven van
Ede geen rol meer hebben gespeeld. Verscheidene sprekers voerden het woord zo
merkte de heer Vouté op dat er altijd in een grote gemeente als Ede wel
wrijving zal blijven bestaan tussen hoofd en nevendorpen. Hij kan het adres van
het comité dan ook onmogelijk serieus nemen. De heer Gerritzen ziet het
nut van een hulpsecretarie niet zitten.
Otterlo en Harskamp liggen nog
verder weg en klagen nooit. Als een vader voor een geboorte aangifte tien maal
in zijn leven naar het gemeentehuis moet is dat al erg veel. Het distributiekantoor
is overigens geen gemeentelijke instelling; hier heeft de raad geen enkele zeggenschap.
Nadat o.a. de heren De Nooy, Hey, de Groot en Keern de zaak van verschillende
zijden belicht hadden en eveneens tot een afwijzend oordeel kwamen, werd, met
algemene stemmen de volgende motie, ingediend door de heer Gerritzen, aangenomen:
"De Raad kennis nemende van de beschuldigingen tot de persoon van de burgemeester
gericht door het comité "Lunteren Los van Ede", gehoord de
debatten die naar aanleiding hiervan in de raadsvergadering zijn gevoerd, stelt
vast dat de burgemeester in deze geen blaam treft, acht de klachten ongegrond:
er is dus geen aanleiding om deze act "Lunteren Los van Ede" enige verdere
aandacht te schenken.
De burgemeester, dankte voor het in hem gestelde
vertrouwen waarmede de kous af was. De heer Menger vertrok al spoedig naar Otterlo
waar hij pachter was van het natuurbad "De Zanding". opwinding bij de
Lunteranen verdween en de actie stierf een zachte dood. De enige die bij het hele
gebeuren zijde heeft gesponnen de muziekver. "Kunst Na Arbeid.

In
het begin van de vijftiger jaren deed zich bij het corps de wens om uniformen
te bezitten steeds sterker voelen, maar de financiën bleven een struikelblok.
Tot een bestuurslid zich herinnerde dat er destijds in de kas van het comité
een behoorlijk bedrag had gezeten dat onmogelijk besteed kon zijn met alleen maar
wat brieven schrijven. Er werd contact opgenomen met de heer Menger en klopte;
prompt werd KNA ongeveer f 5000,- overhandigd,een mooie basis om de uniformen
aan te schaffen.
Hoewel de doelstellingen van het comité, niet bereikt
werden, heeft het muziekziekkorps en door hen de hele
plaatselijke bevolking
toch profijt gehad van de triomfantelijke leuzen: "Lunteren Los van Ede"
H.
J. Nijenhuis


