Lunteren was eens grootste dorp van de gemeente

Rust heerst er, maar soms ook felle actie

In velerlei opzicht is Lunteren het meest merkwaardige dorp van de gemeente Ede. Voorop zij gesteld dat het een ideale woonplaats is. Vrijwel iedereen, die er werd geboren of er op latere leeftijd is neergestreken, is er met geen stok vandaan te krijgen. Ambtenaren hebben er promotiekansen voor laten schieten en arbeiders zijn bereid dagelijks vele kilometers door weer en wind te fietsen om in Lunteren te blijven wonen.


Het is een gezellig dorp met een gemoedelijke bevolking, waar men zich spoedig thuis gevoelt. Men gaat hier rustig en zonder overhaasting zijn dagelijkse gang. Als wij in Lunteren soms eens een ambachtsman nodig hebben om een spoedkarwei op te knappen verwondert het ons in het geheel niet als dit spoedkarwei na weken nog niet uitgevoerd is.


Wij weten dat de goede man het druk heeft en dat hij zeker komt zodra we aan de beurt zijn. Trouwens, als het karwei eenmaal opgeknapt is kan het ook wel een jaar duren voor we de rekening gepresenteerd krijgen.


Misschien komt het door het veelvuldig contact met onze zomerse vakantiegasten of met de talrijke gepensioneerden, die hier hun laatste levensdagen in zalig niets doen slijten, mogelijk is het ook de herinnering aan de goede oude tijd, toen de notaris er wel voor zorgde, dat alles in orde kwam, maar in elk geval staat het wel vast dat wij hier in Lunteren niet ten gronde gaan aan een overmaat van energie.


Men kan ons geen grotere dienst bewijzen dan ons met rust te laten, zodat we onze eigen boontjes kunnen doppen.
Weliswaar worden er dan vrijwel geen boontjes gedopt, omdat we veel liever ruzie maken over de kwaliteit en de kleur van de boontjes, dan dat we ons werkelijk zouden inspannen om ze voor de consumptie gereed te maken, maar dat windt ons niet op.
Wij komen alleen in actie als men ons werkelijk te na komt. Dan wordt een controleur die onze varkens in beslag wil nemen, het dorp uitgejaagd, dan komen we zelfs in beweging bij een gemeenteraadsverkiezing en dan kan geen dominé ons weghouden van het paasvuur.

Maar verder geloven we het wel. Wij , kankeren er wel dagelijks over dat wij (nog) geen dorpshuis hebben en geen winkeliersvereniging, maar als het er om gemeenschappelijk de schouders er onder te zetten om deze idealen te verwezenlijken ,doen we het toch maar liever niet.


In Ede veel arm volk.

Waarschijnlijk vormt het bovenstaande voor een goed deel de verklaring voor het feit dat de groei van Lunteren geen gelijke tred heeft gehouden met die van Ede en Bennekom.
Vier eeuwen geleden was Lunteren het grootste dorp van de gemeente Ede. Wij danken deze wetenschap aan Heer Johan Arntz die ongeveer 400 jaar geleden pastoor van Ede was. Uit zijn geschriften blijkt,dat Lunteren met de buurtschappen Het Woud en De Valk het belangrijkste gedeelte van het kerspel Ede uitmaakte, terwijl Ede met de buurtschappen Veldhuizen, Manen en Doesburg een dor en onvruchtbaar geheel vormde waar, volgens de pastoor, veel arm volk woonde.
Pastoor Arntz heeft in 1570 ook een woningtelling gehouden en uit het resultaat daarvan blijkt, dat er toen in Ede en omgeving nog slechts 95 huizen stonden, doch in Lunteren en omgeving 120.


Tot omstreeks 1800 is in deze verhouding niet zo heel veel verandering gekomen. Tijdens de Franse overheersing in 1812 was het aantal huizen in Ede en omgeving gestegen tot 256, maar in Lunteren en omstreken stonden er toen al 323.
Een eeuw later had Ede, wat het aantal inwoners betreft, Lunteren al ver overvleugeld en vooral de laatste tientallen jaren heeft Ede zich buitengewoon snel ontwikkeld tot een industrie en garnizoensplaats van betekenis, terwijl Lunteren (gelukkig) overwegend een landbouwdorp is gebleven.
Toch heeft ook in Lunteren de laatste halve Eeuw de ontwikkeling niet stil gestaan. Vijftig jaar geleden was, om maar een voorbeeld te noemen, het bedrijf van de boerenbond nog gevestigd in een onooglijk schuurtje aan de Spoorstraat. Aan die zelfde Spoorstraat stonden toen nog slechts drie huizen.
De plaats, waar nu het rusthuis Mea Vota staat, heette toen het Papenhof. Het was een stuk bouwland, omzoomd door een eikenwal en een sloot, die als vuilnisstortplaats werd gebruikt.
Aan de Boslaan stond alleen de enkele jaren geleden afgebroken boerderij van Aart Veenendaal met een oude schaapskooi.
Verder was deze laan,evenals de Bosrand,nog geheel onbebouwd.
Het villapark bestond nog niet ,evenmin als de Dingerlaan en de Wilbrinkstraat.


Tussen de Oranjestraat en de Stationsstraat lag een groot stuk bouwland ,want ook de Oranjestraat was aan de zuidzijde nog geheel onbebouwd.
De Lunterse Dorpstraat was omstreeks 1910 nog getooid met zwaar geboomte ,die het dorp een vriendelijk aanzien gaven en op de hoek van de Postweg bij d'Amsepomp werden uitvoerig de dorpsschandaaltjes behandeld.
Wilde men per paard en wagen gaan naar Ede of Barneveld rijden dan kon men gebruik maken van de Edese of Barneveldse grindweg,maar de tolgaanders Jan Willem Vermeer zorgden er wel voor dat het verschuldigde tolgeld werd betaald.
De beide tolhuizen staan er nog als herinnering aan dit niet eens zo verre verleden.
Notaris Rutgerus Dinger was vijftig jaar geleden in de kracht van zijn leven en er kon in Lunteren niet zo heel veel gebeuren als hij zich er niet achter schaarde . De hervormde pastorie werd bewoond door ds.H.C.Lammers.

Hij was de enige predikant ter plaatse,want het zou nog tot 1912 duren alvorens de kleine gereformeerde kerk in ds.G.Davelaar haar eigen dominee kreeg.
Dr.Kimmyser zorgde geheel alleen voor het lichamelijk welzijn van de Lunterse bevolking en zijn naam heeft bij velen nog een bekende klank.

Meer industrie vestigen.

Overigens bevond Lunteren zich omstreeks 1910 reeds in een periode van vooruitgang.
De aanleg van de spoorlijn Ede-Nijkerk in 1903 verloste het rustige dorpje uit zijn isolement. Het herstellingsoord voor onderwijzers werd gebouwd,er verrezen bovendien een paar kindertehuizen en de pas opgerichte V.V.V. voerde een succesvolle actie voor de blijvende vestiging van vreemdelingen en voor vakantiebezoek, zeer ten profijte van de Lunterse middenstand.

Vooral de laatste jaren heeft ook het gemeentebestuur zich intensief met de ontwikkeling van Lunteren bezig gehouden. Het sociografische rapport van drs. Kwantes heeft de ogen geopend voor een bescheiden industrievestiging.,terwijl voorts door stimulering van de woningbouw in Lunteren ,de middenstand een krachtige injectie heeft gekregen. En zo is er ook in Lunteren in de laatste vijftig jaar heel wat veranderd zonder dat het karakter van het dorp daarvan grote schade heeft ondervonden.