Grasduinen in de buurtboeken (1

Dankzij de medewerking van het buurtbestuur en onze gemeentearchivaris, de heer Das, heeft ondergetekende
zich kunnen verdiepen in de nog aanwezige notulenboeken van de buurt Ede-Veldhuizen, een instelling die vroeger zo'n vooraanstaande rol in ons dorpsleven speelde. Daarbij troffen we heel wat interessante zaken aan, misschien niet wereldschokkend, maar ongetwijfeld het navertellen waard.


Het oudste buurtboek dateert uit 1596 hetgeen duidelijk wijst op respectabele leeftijd van de buurt. Voorlopig willen we ons echter bepalen tot gebeurtenissen waar oudere Edenaren nog weet van hebben.

Buurtspraak
De belangen van de buurt werden besproken op de jaarlijkse buurtspraak ,na "gedane afkondigingen", zodat iedereen werd geacht van deze belangrijke dag op de hoogte te zijn. Sinds 1880 werd voor de buurtspraak een vaste dag gesteld n.l. de derde Donderdag in september. Deze datum wordt nog heden ten dage gehandhaafd evenals de aanvangstijd, 's morgens tien uur en het klokgelui dat vanouds aan de bijeenkomsten vooraf ging. Naast de jaarlijkse kende men ook nog buitengewone buurtspraken, waar urgente zaken, die geen uitstel konden lijden werden behandeld. De buurtspraak, onder leiding van de buurtrichter, bijgestaan door buurtschrijver en buurtmeesters was ten allen tijde voor een ieder vrij toegankelijk. Sinds 1846 evenwel mochten aan stemmingen slechts zij deelnemen die in bezit waren van een eigen huis of grond, kadastraal gelegen binnen de grenzen van de buurt Ede-Veldhuizen, de z.g. geërfden.

Kerk
De plaats van samenkomst was eeuwenlang het koor van de oude Ned. Herv. kerk geweest. Tijdens de buurtspraak van 1912 echter, verzocht geërfde E. van Dronkelaar, nu er meerdere geschikte ruimtes in Ede te vinden waren, voortaan in een andere gelegenheid bijeen te komen. Volgens spreker werden uitsluitend wereldse zaken besproken, die in dit Godshuis niet thuis hoorden. Buurtrichter L. Tulp wees dit voorstel verontwaardigd van de hand,een meer dan tweehonderd vijftig jarige traditie, kun je niet zo maar overboord zetten.
De geërfden waren het daar roerend mee eens, men wilde de kerk niet ruilen voor een kroeg, zoals één van hen uit uitdrukte. Het verzoek werd dan ook met ruime meerderheid, een en zeventig tegen zes stemmen afgewezen.
horen luiden en was blijkbaar de buurt liever kwijt dan rijk. Althans, op de volgende buurtspraak Donderdag 18
September 1913 lag er een brief van het college van kerkvoogden waarin beleefd werd verzocht de buurtspraken
niet langer in het koor van de kerk te houden, maar uiterlijk per 1 Juni 1913 naar een andere vergaderplaats uit te
zien. Die termijn was inmiddels al verlopen; de buurt stond voor het blok er werd niet meer over gedebatteerd. Het
volgend jaar verhuisde men naar het aloude logement "de Posthoorn", eerst een paar jaar in de daarachter gelegen kegelbaan, in 1919 naar het hotel zelfs waar tot 1940 voortaan de buurtspraken werden gehouden. Een lichtpunt voor de geërfden, men kon hier vergaderen onder het genot van een kopje koffie, of desgewenst, een borrel.

Bezittingen
De buurt bezat, even na de eeuwwisseling nog heel wat bezittingen, maar de invloed van de gemeente op het
gebied van wegen en gronden werd steeds groter, waardoor de verhouding tussen gemeente en buurt soms te
wensen overliet. Jarenlang is er bijvoorbeeld gekibbeld over de rechten van de Buurtsteeg tot in 1879 een bevredigende oplossing werd gevonden. De buurt deed afstand van deze, toen belangrijke verkeersweg, tegen een schadeloosstelling van vijfhonderd gulden.
Soms had de gemeente de medewerking van ,de buurt nodig, zoals het volgende voorval aantoont waaraan
op Dinsdag 6 Mei 1907 zelfs een buitengewone buurtspraak aan werd gewijd.

Zwartelaantje
In Ede was, mede door de komst van het garnizoen, een gasfabriek gebouwd, die op 8 Maart 1905 het eerste
gas leverde en nu wilde men ook in Bennekom in deze vooruitgang laten delen. Daarvoor moest vanaf de fabriek een leiding naar de gashouder in Bennekom gelegd worden die simpelweg via de Stationsweg had kunnen lopen.
Enkele jaren terug had de buurt aan de westzijde van de Stationsweg, achter de tuinen van de villa's die daar geleidelijk verrezen, een wandelpad, omzoomd door bomen, laten aanleggen, al gauw bekend als het "Zwarte Laantje".
Het was daar, temidden van de fraaie natuur, rustig wandelen en heel wat Edenaren hebben er prettige herinneringen aan. Overigens, zij het in stukken geknipt, het "Zwarte Laantje" is er nog altijd, al is de vroegere charme ervan verdwenen.
Het gemeentebestuur, zuinig als men in die dagen was, lette op de kleintjes.
De aanleg van de leiding door de Stationsweg betekende opbreken en later weer bestraten van een gedeelte
van de weg en zou de kosten aanmerkelijk doen stijgen. Derhalve verzocht het gemeentebestuur, op deze buurtspraak vertegenwoordigd door de heer Noorman, gebruik te mogen maken van het "Zwarte Laantje" dat slechts uit een verharde zandlaag bestond en daardoor het graven van een sleuf veel eenvoudiger maakte.
Hoewel de buurtrichter, zoals uit zijn inleiding bleek, voor inwilliging van het verzoek was, dachten verschillende
geërfden daar anders over. De heer Mulder vreesde dat door ontsnappend gas de pas geplante bomen zouden
dood gaan, zoals in Barneveld al was voorgekomen. De heer Van Hunnik adviseerde de leiding via de Maanderweg te leggen; dat was eveneens een zandweg, maar wel eigendom van de gemeente. Een derde deed nog een eenvoudige oplossing aan de hand,graaf de sleuf langs de spoorlijn Ede dorp-Ede ss., daar heeft geen mens last van.

Argumenten
De heer Noorman ontzenuwde al deze argumenten, gas ontsnappen was thans, met de moderne koppeling van
de buizen, onmogelijk. Bovendien was niet met zekerheid vastgesteld dat bedoelde bomen in Barneveld daardoor
waren doodgegaan. De aanleg via de Maanderweg was veel te lang en kostbaar, terwijl de Centrale Spoorwegmij
nooit toestemming zou geven, zo vlak naast de rails te gaan graven. Bovendien beloofde spreker het hele karwei in
tien dagen te kunnen klaren en daarna het gehele wandelpad onbeschadigd en in de oorspronkelijke staat te brengen.
Nog gaven niet alle geërfden zich gewonnen, zodat een stemming de beslissing moest brengen. Met een uiterst krappe meerderheid, tien tegen negen stemmen kreeg de gemeente
haar zin en mocht door het Zwarte Laantje haar buizennet leggen.

Paasberg
Liet de verhouding tussen buurt en gemeente soms te wensen over, voor de belangen van de Edese dorpsgemeenschap toonde de buurt Ede-Veldhuizen haar volle aandacht, getuige het volgende. Voor de gewone buurtspraak gehouden op 19 September 1918 bestond een enorme belangstelling; meer dan honderd mensen waren aanwezig. Het valt overigens toch op, dat zodra de agenda belangrijke punten bevatte, de geërfden in grote getale kwamen opdagen, zo niet dan verschenen slechts enkelen. En ditmaal kwam een belangrijke zaak aan de orde bij monde van buurtrichter L. Tulp werd de vergadering ter kennis gebracht dat het buurtbestuur, met algemene stemmen, had besloten de grond tussen Bergstraat en Arnhemsestraatweg, bekend als de Paasberg gratis aan de gemeente af te staan. In heel vroeger jaren was de Paasberg veel uitgestrekter, maar werd door de aanleg van de straatweg naar Arnhem in 1828 doorsneden. Sindsdien bleef het gedeelte ten noorden van de straatweg de Paasberg en de andere zijde werd voortaan Klinkenberg genoemd.


Reeds in 1832 had de buurt een klein stukje van de Paasberg beschikbaar gesteld voor het plaatsen van een
monuyment ,in de volksmond gauw "de Pieremiet" gedoopt, ter nagedachtenis aan Anna Maria Moens. Thans
achtte het buurtbestuur de tijd gekomen om dit prachtig stuk natuur met het fraaie panorama op het dorp, voor het
nageslacht veilig te stellen, hetgeen bij een eventuele verkaveling waarschijnlijk niet het geval zou zijn. Wel werden
aan deze schenking enkele voorwaarden verbonden. het gehele terrein mocht uitsluitend tot wandelterrein bestemd worden en altijd voor iedereen vrij toegankelijk blijven. Bovendien moest de gemeente zich verplichten, teneinde de Paasberg gemakkelijker te kunnen bereiken, de Bergstraat vanaf villa Sterrenberg tot aan de Arnhemseweg, binnen vijf jaar te verharden.

Bezwaren
Niet alle geërfden waren het met dit royale aanbod aan: de heren Van Dikkenberg en Jochemsen hadden de grond liever verkocht, De buurtrichter verklaart dat het terrein is geschat op drie duizend gulden, zodat voor elk van de ruim duizend geërfden. Bij verkoop, na aftrek van onkosten, misschien een rijksdaalder zou overblijven, Geërfde Jochemsen geeft zich nog niet gewonnen: "Als we op deze manier doorgaan bezittingen weg te geven, kunnen we de buurt wel opheffen en vervallen alle rechten van de geërfden, "zoals plaggen steken en grint halen", Niettemin wordt het voorstel om de Paasberg,
onder genoemde voorwaarden, aan de gemeente te schenken met 87 tegen 27 aangenomen.
Ten tijde van de overdracht was de Paasberg begroeid met dicht kreupelhout waartussen tal van slingerpaadjes
liepen, een ideaaloord voor verliefde paartjes, In 1945 egaliseerden de Canadezen grote delen van het terrein
waar gazons werden aangelegd, Bovendien verrees hier het mausoleum voor gevallen verzetstrijders, maar ondanks het totaal veranderd beeld vormt de Paasberg nog altijd een fraai geheel.
H. J. Nijenhuis


Wordt vervolgd