Het Hof van Gelderland

Dank zij het huidige winkelcentrum blijft bovenstaande naam voortleven, maar ouderen hebben nog weet van het vroegere hotel, eens een trefpunt voor velen. Reeds in de vorige eeuw bezat Het Hof van Gelderland een goede naam en trok pensiongasten uit het gehele land. Ook plaatsgenoten wisten de gelagkamer te vinden: al vanaf 1883 hield de sociëteit "Tot Gezellig Samen zijn "hier haar bijeenkomsten en organiseerde op gezette tijden concerten en lezingen.
De toenmalige eigenaar, de heer w. Mulder, wees zijn gasten vol trost op de fraai aangelegde "overtuinaan" de andere zijde van de straat waar het. onder de zware bomen. bij zomerdag goed toeven was. Aan de noordzijde van het hotel bevond zich de onmiskenbare stalhouderij terwijl, voor de hoofdingang, een fraai kastanjeboom de entree opluisterde. De heer Mulder overleed in 1912 en werd als eigenaar opgevolgd door de heer G. van Laar.


In 1913 kwam de beroemde "overtuin" in publieke veiling en werd door de gemeente aangekocht voor marktterrein. De tot stand koming daarvan zou echter nog even duren: pas veertien jaar later 1927 werd de nieuwe markt in gebruik genomen. Van Laar stopte in 1930: de stalhouderij werd inmiddels omgebouwd tot garagebedrijf waar zijn zoon, A. van Laar, de scepter zwaaide. Opvolgers van het hotelbedrijf werden de heer W. J. van Lier, daarna de heer D. J. van Dijk. Hij zou de laatste hotelier van Het Hof van Gelderland zijn. Juli 1959 werd het aloude hotel verkocht aan de NV Priba,vertegenwoordigd door de heer Bijvank uit Amsterdam. Deze firma wilde hier een modern warenhuis vestigen maar stond financieel blijkbaar niet al te sterk.
Althans, de heer Bijvank wendde zich tot het gemeentebestuur met het verzoek hem, voor aankoop en verbouwing, een lening van 250.000 gulden te verstrekken.
Als tegenprestatie ontving de gemeente de grond ten zuiden van het hotel voor de ontsluiting van de Achterdoelen.

De Edese winkeliersvereniging toonde zich zeer verontwaardigd; een dringend verzoek ging naar de raad om de aanvraag af te wijzen. Het zou te gek zijn, als iemand van buiten nog wel, met steun van gemeenschapsgeld, de plaatselijke middenstand kon beconcurreren. Evenwel zonder resultaat: tijdens de raadsvergadering van 12 augustus 1959 werd met tweeëndertig tegen zes stemmen besloten de lening aan te gaan. Toch trok, voorlopig althans, de winkeliersvereniging aan het langste eind.


Gedeputeerde Staten wilden het raadsbesluit niet goedkeuren,voorlopig bleef Het Hof van Gelderland leeg staan.
Uiteindelijk werd het pand doorverkocht aan een NV die de vaste goederen van Bijenkorf en Hema beheerde met als resultaat de vestiging van een Hema filiaal.
Helaas moest nu ook de fraaie kastanje verdwijnen, 4 april 1962 werd de boom geveld.


Thans is hier de situatie geheel veranderd en de klok terugdraaien is onmogelijk. Maar soms tracht ik me voor te stellen hoe het hart van Ede er uit zou zien als de heer Oosterwaard ruim een halve eeuw geleden zijn zin had gekregen.
Na ingebruikneming van de nieuwe markt lanceerde dit vroeger zo populaire raadslid het plan om Het Hof van Gelderland aan te kopen en daar een nieuw gemeentehuis te bouwen. Door het ingesloten marktterrein met op de voorgrond een representatief stadhuis zou ons dorp over een royaal en centraal gelegen plein beschikken voor alle mogelijke open luchtbijeenkomsten. Het heeft echter niet zo mogen zijn.
H. J. Nijenhuis