Dorpspaden

Nog altijd is er als grens tussen het moderne gemeentehuis en de aloude nederlands-hervormde kerk, het Papenpad, eens de verbinding tussen Paasbergerweg en de Driehoek. Het verkeert wel in vrij goede staat, maar het einde aan de Driehoekzijde is vrij rommelig geworden, waardoor toch een deel van de sfeer is verdwenen.

Dit pad was eigenlijk een voortzetting van het vroegere Achterdoelen, dat begon tegenover het Postkantoor en de achter uitgang voor de winkeliers aan de Grotestraat vormde. Eens kende het dorp Ede tal van dergelijke paden, die thans zijn verdwenen of veranderd in brede straten. Een goed voorbeeld daarvan was het Bettekamperpad waarover men lang geleden vanaf de Schaapsweg, bij zomerdag tussen de golvende korenvelden die in het najaar omgetoverd waren in een grote knollentuin, in een rechte lijn naar de kom van het dorp liep.


Na de kruising met de Telefoonweg ging het langs de halte Ede-Gemeentehuis om via de met zijn nog geen anderhalve meter smalste bewaakte spoorwegovergang van Nederland bij bakker Hansman de toenmalige Grotestraat te bereiken.
Een dergelijk pad liep ook aan de andere zijde van het dorp vanaf de ingang van het Edese Bos temidden van de bouwlanden naar halverwege Op den Berg. Soms werd op die manier een stuk omlopen uitgespaard waarvan het Sjorspaadje dat Bospoortstraat met Bunschoterweg verbond, een voorbeeld was.

De naam was te danken aan de metselaar Sjors van Peursum, die aan het begin aan de Bospoorstraat woonde. Dit zeer smalle steegje, waarvan beide zijden omzoomd waren door hoge heggen, bezat een lugubere geschiedenis. Hier was eens tijdens een dronkemansruzie een man vermoord en sindsdien werd het pad op donkere avonden, van straatverlichting was toen nog geen sprake, gemeden.


Een ander pad met zo zijn geheimzinnige achtergrond liep vanaf de kerk tussen de achterzijde van de huizen in de Driehoek en het oude kerkhof aan de Paasbergenveg naar de Schoolstraat. Daar spookte het, twee mannen, die in het late avonduur hiervan gebruik maakten, hadden dat duidelijk geconstateerd. Op het kerkhof zagen zij tussen de verspreid staande grafstenen witte gedaanten op en neer zweven. Later kwam men er achter , dat een huisvrouw uit de Driehoek, die gewend was haar wekelijkse was op het kerkhof te bleken, verzuimd had de lakens binnen te halen, die door een opstekende wind in beweging werden gebracht.
Maar toch: het verhaal had nu eenmaal wortel geschoten. Voortaan sprak men over het spooksteegje.

En dan is er, nu nog gedeeltelijk, het Zwarte Laantje.
De buurt Ede Veldhuizen had in 1901 achter de tuinen van de villa'saan de Stationsweg aan de westzijde dit wandelpad laten aanleggen. De opzet was, dat de mensen te midden van deze fraaie natuur, rustig naar het station konden wandelen zonder door het drukke verkeer te worden gestoord. Het werd al gauw een prachtig wandelpad, waarvan veel Edenaren gebruik maakten.
Dit laatste ook al omdat het de indruk wekte de afstand te verkorten, wat natuurlijk niet klopte. Het
Zwarte Laantje, ook wel Scharrellaantje genaamd, begon aan de Beukenlaan om bij de ijzerfabriek
de Stationsweg te bereiken. In het traject bevonden zich een paar heuveltjes, waarop hekken waren geplaatst om wagens en rijtuigen te weren. Zoals gezegd: een deel van het laantje is er nog steeds, maar heeft door aanleg van andere we gen en door nieuwbouw veel van zijn charme verloren.

H.J.Nijenhuis