Bovengenoemde stichting kan worden beschouwd als een voorloper van de diverse
bejaardenhuizen die Ede thans rijk is. De
naam doet de herinnering voort leven
aan een man, die de laatste twintig jaar van de vorige eeuw een belangrijke rol
in het plaatselijke gereformeerde leven vervulde, de heer G. J. C. Cavaljé.
De
heer B. Eygenraam heeft ooit een boekje over hem geschreven waaruit we enkele
gegevens ontlenen. Georg Jan Caspar Cavaljé werd op 10 december 1824
te Zwolle geboren en verhuisde later naar Amsterdam, waar hij een hoedenzaak begon
voor dames uit de betere kringen. Dit bedrijf had hem blijkbaar geen windeieren
gelegd want in 1876 had hij zijn schaapjes op het droge en verhuisde als rustend
burger naar Ede. Al kort daarop overleed zijn vrouw, waarna hij anderhalf jaar
later in het huwelijk trad met de Edese mejuffrouw Clant, dochter van een Lutherse
emeritus-predikant.
Beide huwelijken bleven kinderloos en wellicht mede daardoor
werd Cavaljé de geldschieter van de jonge Gereformeerde
Gemeente in
Ede, die na de Doleantie van 1886 was gesticht. Hij zorgde voor een noodkerk en
schonk een grote lap grond op de hoek van de Telefoonweg en de Veenderweg voor
de bouw van een christelijke school, die ook grotendeels door hem werd gefinancieerd.
Wat later trok hij zich uit het openbare leven terug en overleed op 13 mei 1905.
Na de dood van mevrouw Cavaljé bleek uit het testament dat aan het schoolbestuur
ook nog 1.25 ha grond op de Paasberg, tussen Bergstraat en Paasbergerweg, was
vermaakt, zij het onder bepaalde voorwaarden.
Op dit terrein moest een oude
mannen en vrouwenhuis, om een term uit die jaren te gebruiken, verrijzen. Voor
de bouw
daarvan was een bedrag van 5000 gulden vastgelegd, terwijl er 4000
gulden voor onderhoud was. Dit geld bleek niet toereikend en daarom werd een deel
van de grond voor 8000 gulden verkocht aan de gemeente die er meteen een bouwverbod
oplegde om het vrije uitzicht vanaf de Paasberg te waarborgen. Op het resterende
deel aan de Bergstraat werd de Cavaljéstichting gebouwd naar een ontwerp
van architect Noë in de stijl van een Engels landhuis.

Het
bevatte vier woningen van beperkte omvang, kamer, slaapkamer, keuken en bergruimte,
alle op het oosten gelegen, omgeven door een fraaie tuin.1n februari 1928 werd
het geheel opgeleverd en kwamen de eerste bewoners. Door de jaren heen is er altijd
voldoende vraag naar de huisjes geweest. mede door de lage huurprijs. In 1972,
het jaar van de opheffing bedroeg deze nog slechts veertig gulden per maand met
inbegrip van licht, gas en water .In dat jaar besloot men,mede vanwege de hoge
onderhoudskosten en doordat inmiddels het bejaardencentrum Het Maanderzand in
gebruik was genomen, de Cavaljéstichting van de hand te doen.
De
nieuwe eigenaar werd de heer H. G. Stroomberg, die het pand liet slopen waarna
op dezelfde plaats de huidige villa verrees. De eerste bescheiden bejaardenwoningen
waren verdwenen maar de naam Cavaljé blijft voortleven in de school aan
de Telefoonweg. Hier is in een zijgevel een metalen plastiek aangebracht, voorstellende
een kruisridder en ontworpen door de
kunstenaar Lex van Voort, ter gedachtenis
aan de heer Cavaljé.
H.J.Nijen huis

