Hotel Buitenzorg:in het verleden rustplaats,ook voor notabelen

Van de drie gerenommeerde hotels die ons dorp eens rijk was, zijn hotel "Welgelegen", later "De Witte Hinde", nabij het station en "Het Hof van
Gelderland", in het centrum, verdwenen maar "Buitenzorg" aan de Amsterdamseweg, staat er
nog altijd. Wij willen in deze regels een en ander vertellen over een periode van dit aloude hotel,
waarin de heer J. G. Pieterse de scepter zwaaide en "Buitenzorg" een begrip voor Ede betekende. De verschillende gegevens werden ons welwillend verstrekt door mevr. Holthaus-Pieterse.
   

Vooraf een stukje geschiedenis, eengoed bewaarde en fraai uitgevoerde oorkonde vermeld: "Op de zevenentwintigste dag van de grasmaand 1895 is door jonkheer A. W. v: Borssele en zijn echtgenote, mevr. Francoise Stephanie, baronesse van Brakel van Waddenoyen en Doorwerth, het famitiehotel "Buitenzorg" feestelijk geopend." Het pand was reeds in 1842 gebouwd, in opdracht van ene dr. Waller, toenmalig directeur van "Calvé" te Delft. Het was bestemd als buitenhuis en kreeg, de wellicht voor hem toepasselijke, naam van "Buitenzorg" mee.


Later deed de villa dienst als meisjeskostschool, onder leiding van de dames Post en Leeson.
Na opheffing van dit instituut kreeg het gebouw in 1895 een geheel andere bestemming, het werd nu hotelrestaurant, waarbij de naam "Buitenzorg" bleef gehandhaafd. Eerste hotelhouder was de heer Vincent Otto, die het bedrijf in 1901 overdeed aan de heer w. Roelofsen. Deze maakte al de nodige reclame voor zijn zaak getuige de volgende advertentie in een plaatselijk blad: "Hotel Pension "Buitenzorg".
Cuisinier W. Roelofsen, gedurende het seizoen table d'hotel, half zes. levering van dejeuner, diners en souper, met of zonder servies".
Vijftienjaar later, per 1 juli 1916, deed Roelofsen het hotel over aan de heer J. G. Pieterse, die echter eerst de kat uit de boom keek. Er werd een huurcontract.voor drie jaar opgemaakt en pas in 1919, toen de zaken naar wens verliepen werd de koop werkelijkheid. Jacob Gijsbertus Pieterse, geboren 20 februari 1888 te Rotterdam, was allerminst een vreemdeling in het hotelvak. Hij behaalde het, altijd trouw bewaard gebleven, diploma voor kok eerste klas, op 25 oktober 1909 en volgde daarna meerdere opleidingen.

Minister Colijn
Voor zijn vertrek naar Ede was hij verbonden aan een groot hotel in Den Haag. Op 5 oktober 1916 trad Pieterse in het huwelijk met mej. N. Hoorman, eveneens Rotterdamse van geboorte.
Onder beider gezamenlijke leiding nam het hotel een grote vlucht en kreeg al gauw landelijke bekendheid. In het oude gastenboek van voor de tweede wereldoorlog komt men namen tegen vann ministers, waaronder zelfs H. Colijn, kamerleden en tal van vooraanstaande personen uit binnen en buitenland.

De overname van het hotel: links de heer en mevrouw Pieterse,rechts de heer Roelofsen


Ook schrijvers van naam, zoals Arthur van Schendel, de Vlaamse dichter Emiel Hullenbroek en Melis Stoke brachten graag in deze rustige omgeving enkele weken door. Laatstgenoemde heeft zelfs tijdens een verblijf in "Buitenzorg" daar zijn bekende roman "Zoutwaterliefde" geschreven. Met degelijke gasten moest men wel over telefoon beschikken en zodra die mogelijkheid in Ede bestond, volgde aansluiting en wel onder nummer vier; voor de aardigheid, houthandel Tulp kreeg no één.


Regelmatig verschenen in de grote dagbladen advertenties, waardoor we een indruk krijgen van de geldende prijzen uit die tijd. "volledig pension vijf gulden per dag, kinderen half geld en dienstbode of kindermeisje drie en een halve gulden". De gasten werden ondergebracht in gerieflijke kamers, ook toen al voorzien van stromend water en waarvan de oppervlakte, al naar behoeft, sterk varrieerde.


De nummers elf en dertien ontbraken, een overblijfsel uit de beginperiode van het echtpaar Pieterse. Zoals bekend mag zijn, bevond zich, tot ongeveer 1920, een vliegveld aan de Zonneoordlaan, waar ondernemende jongelui een opleiding voor vliegenier konden volgen. Begrijpelijkerwijze waren dat jongens uit gegoede kringen, waarvan sommige in "Buitenzorg" logeerden.
Maar om het noodlot niet te tarten: wilden wij onder geen voorwaarde een kamer met één van beide genoemde nummers hebben, reden voor de heer Pieterse om deze dan maar voor goed te schrappen.


Nog een bijzonderheid, zij het van veel oudere datum; in een aantal slaapkamerdeuren bevond zich, op ooghoogte, een luikje voorzien van matglas. Deze stamden nog uit de kostschoolperiode en waren bestemd voor het toezichthoudend personeel, dat door het openen van het luikje onverwachtse controle op de leerlingen kon uitoefenen.

Volgeboekt
Gedurende de zomermaanden was het hotel vrijwel volgeboekt, maar ook heer en mevrouw Pieterse; rechts de heer
als de vakantiegangers vertrokken waren, volgden nog een aantal drukke dagen. Allereerst in september als de jaarlijks terugkerende herhalingsoefeningen in onze omgeving plaats vonden.
Heel wat officieren brachten hun vrijen tijd door in hotel "Buitenzorg" wat gepaard ging met de nodige gezellige avonden.


In oktober begon het jachtseizoen: verschillende jagers uit de stad zochten een paar weken onderdak in "Buitenzorg" om gedurende die tijd hun jachtterrein af te grazen. Werd een grote jacht met drijvers georganiseerd, dan zorgde Pieterse tijdens de middagpauze voor een behoorlijke wintermaaltijd, snert of stampot. De taxi-ondernemer J. Heerikhuizen bracht in gezelschap van Pieterse en een kelner, die voor uitdeling moest zorgen dit eten en het nodige bestek naar een bepaalde plaats in het bos. Alle maaltijden werden bereid onder het toezicht van de heer Pieterse, daar mocht niets aan mankeren, alleen het beste was goed genoeg. Eens kwam een loopjongen aanzetten met een aantal pakken koffie, opgeborgen in een lege margarinedoos. Hij zette het geval op de aanrecht, Pieterse keek er met een half oog naar en meende: "Neem die rommel maar weer mee, jouw baas weet drommels goed dat we hier geen kunstboter gebruiken." ,pas toen bleek dat een nieuwe voorraad koffie werd aangevoerd was het misverstand opgelost.

De gasten werden steevast door een charmante mevr. Pieterse ontvangen: na de kennismaking werd een kopje derheden over de dagelijkse gang van zaken, waarna zij hun kamers kregen aangewezen. Ook vierde mevr. Pieterse persoonrijk het beheer over het uitgebreide zilveren bestek, kristallen glaswerk en damasten tafellakens, alles veilig opgeborgen in massieve eiken kasten.


Hotel "Buitenzorg" was ruim van opzet, naast de grote hal en de, voor die tijd, zeer moderne keuken, bevonden zich op de begane grond drie grote salons een conversatiezaal, waar alle mogelijke kranten en tijdschriften ter inzage lagen en een eetzaal die plaats bood aan ongeveer honderd personen.
Als bijzonderheid stond daar een reusachtige ronde tafel waar drie en dertig gasten konden aanschikken, uitermate geschikt voor een intiem familiediner.

Theekoepels
Bij zomerdag was het ook in de buitenlucht goed toeven. ingesloten door de halfronde oprijlaan, omzoomd door zware bomen lag een groot gazon waar de nodige tafels en stoelen stonden.
Voor gasten die meer op hun rust waren gesteld, lag aan de achterzijde van het hotel, grenzende aan Bettekamperpad
en spoorlijn Ede-Lunteren, nog eenn groot terras waar zelfs een paar theekoepels stonden. Hier lag, heel vroeger, ook de moestuin voor de teelt van diverse soorten groenten, maar deze werd, om met de tijd mee te gaan, in de twintiger jaren omgewerkt tot tennisbaan.
Aan deze, mooi meegenomen, verdiende van het terraswerk, kwam een abrupt einde toen in 1933 de rijksweg om het dorp in gebruik werd genomen.
Tot dusver liep al het doorgaande verkeer over Grotestraat en Amsterdamseweg.
Op mooie zondagen, als autobezitters er een dagje op uit trokken, was voor velen hotel "Buitenzorg" de aangewezen plaats om even aan te leggen.
Dat bleek nu verleden tijd, de auto's reden nu met een boog om het dorp heen en de gemiddelde Edenaar van die dagen zou het niet in zijn hoofd haIen om hier op zondagmiddag, nog wel in de open lucht, een glaasje bier te kopen. Hoewel "Buitenzorg", in tegenstelling met veel andere hotels, geen stalhouderij bezat, stond er wel een groot koetshuis. In veel vroeger jaren werden wel ruitertochten georganiseerd en konden, bij overnachting, hier de paarden worden gestald; later deed het gebouw dienst als garage.


De oorlogsjaren brachten ook voor "Buitenzorg" de nodige moeilijkheden; wel werd, zij het op bescheiden wijze, op 1 juli 1941 het feit herdacht dat het echtpaar Pieterse vijf en twintig jaar het hotel beheerde, maar geleidelijk ging het bergafwaarts. De bezetters waren heer en meester en men ontkwam niet aan hun eisen en verordeningen. De prachtige gazons werden verwaarloosd en de tennisbaan deed dienst voor dressuurrijden. Tot overmaat van ramp werd de heer Pieterse, najaar 1944, door toeval of verraad, betrapt op het luisteren naar de verboden Engelse zender en bracht de laatste oorlogswinter in een concentratiekamp door .
Van een geregeld hotelleven was toen al lang geen sprake meer; na de luchtlanding in september 1944 heeft het gebouw zelfs enige tijd gedaan als noodziekenhuis. Na de bevrijding waren het aanvankelijk weer militairen die de boventoon voerden, maar nu Canadezen, die hier hun hoofdkwartier vestigden. Daarna werd hotel"Buitenzorg" opvangcentrum voor Indonesische gezinnen, maar naarmate het leven regelmatiger werd en vakanties weer op het programma kwamen, stond het echtpaar Pieterse weer als vanouds klaar om de gasten te ontvangen. Na een grondige opknapbeurt, was het hotel al gauw weer een trekpleister: opmermelijk werd nu het grote aantal buitenlanders, vooral Amerikanen, die hier korte of langere tijd doorbrachten.
De heer Pieterse overleed in 1955 ,hoewel zijn zoon het bedrijf voortzette en nog ettelijke verbouwingen volgden, willen we met deze markante figuur, aan wie tal van oudere Edenaren zoveel prettige herinneringen bewaren, dit overzicht van hotel "Buitenzorg" besluiten,

 

De achtertuin met koepeltjes

 


H.J.Nijen huis