We
besloten de eerste aflevering met het bouwland van Gerard Veenendaal. In 1929
kocht de heer Holtrust, een jaar daarvoor uit Balkbrug naar Ede gekomen, een gedeelte
van deze grond en liet daar een slagerij met woonhuis bouwen. De slager wilde
graag het gehele terrein kopen, maar die vlieger ging niet op. Veenendaal had
een zoon, Gijs, die al op jeugdige leeftijd een groentenhandel begon en reserveerde
voor hem, naast zijn woning een stuk grond om een eigen huis met bedrijfsruimte
neer te zetten, hetgeen in de dertiger jaren werd gerealiseerd. Nochtans heeft
de slager, ondanks het gebrek aan ruimte om zijn huis, geen spijt over zijn aankoop
gehad, de goed beklante zaak staat er nog altijd, zij het dat nu een zoon de scepter
zwaait. Op het kruispunt met de Amsterdamseweg, stond, zoals meerdere in ons dorp,
een zware kastanjeboom, die echter in 1967, vanwege het toenemend verkeer, het
veld moest ruimen.
Komen we nu aan de overzijde om vanaf bakker
Van de Wetering de weg terug te maken. Hel is overigens opmerkelijk hoeveel bakkers
zich in deze omgeving bevonden. Naast de eerder genoemde Van der Velde en nu Van
de Wetering, kwamen wal verderop. T. ten Ham en Tichelaar, op de hoek van Amsterdamseweg
en Nol. Fischerstraat. J. Koops, aan laatstgenoemde straat Werner en Hansman.
Dan het stukje huidige Molenstraat terug Van Voorthuizen, de Ronde. Brinkman en
precies tegenover de Bergsiraal. Diepenbroek. Men vraagt zich verbaasd af hoe
al deze mensen aan een redelijk bestaan zijn gekomen. Ongetwijfeld zullen zij
ook hun moeilijkheden gekend hebben.

|
|
Daar
protesteerden tachtig Edese winkeliers. zij hel op bescheiden wijze, middels een
groot bord gedragen door de overbekende Keesje Aboe. tegen bemoeienissen van de
overheid. Deze eenmansdemonstratie trok door het dorp om bij het gemeentehuis
te eindigen. Na deze uitweiding komen we bij de melk en kaashandel van Lannoye,
later overgenomen door P. van 't Hof . De huizen van bakker en melkboer zijn ten
offer gevallen aan het doortrekken van de Amsterdamseweg.
In de aangrenzende
tuin van Lannoye werd een huis gebouwd waarin thans een groentezaak is gevestigd.
Vervolgens
de fietsenmaker Hazeleger. een man die vooral bekendheid heeft gekregen als klokkenluider.
Van 1916 tot 18 januari 1943, toen op last van de bezetters.
De klokken uit
de toren werden gehaald,heeft hij naast de dagelijkse aankondiging van het middaguur
,met zijn luiden heel wat lief en leed aan de gemeenschap nomen door Karel
Oudshoorn die er een rijwiel en motorenhandel van maakte.
De buurman van Hazeleger
was oorspronkelijk kleermaker Jacobs,. waar nog andere bewoners volgden, tot M.
van Leersum en zijn kapperszaak begon. Nu komen we bij de aannemer Wagensveld,
een naam die nog goed in het geheugen ligt. In de voorgevel van zijn woning,
waren nauwkeurig symmetrisch, een aantal zielen van flessen gemetseld. Deze originele
versiering, die vooral als de zon er op scheen, voor een verrassend effect zorgde,
trok de belangstelling van vreemdelingen Wagensveld heeft heel wat villa's en
landhuizen in onze omgeving gebouwd en ook verschillende van zijn kinderen traden
op de voorgrond: zoon Bob was lid van de eerste plaatselijke voetbalver, "Juliana",
Maas een erkend musicus en ook de schilder Chris bezat artistieke gaven. Hoe hecht
in dit gezin de familieband was bewees laatstgenoemde na het overlijden van
zijn moeder maakte hij een fraai wandbord waaraan haar klompen werden bevestigd
met het onderschrift: "Moeders tred was uit alle anderen te herkennen."
In
het volgende dubbele huis woonde dan deze zijde meester de Leeuw, verbonden aan
de openb. lagere school.
Naast het bijbrengen van de nodige kennis aan kinderen,
organiseerde deze man op winteravonden cursussen in land en tuinbouwkunde, waar
heel wal jongere Edenaren profijt van hebben gehad. De altijd bedaarde meester
De Leeuw kon soms aardig uit de hoek komen: vertelde iemand hem dat hij zich
tekort gedaan voelde, dan klok het "Ja ja, man, het is ongelijk verdeeld,
de aardbeien zitten te laag en de kersen hangen te hoog".
De andere helft
van de dubbele woning hebben o.m. de wed. Van Zoelen en de naaimachineman Jantje
van Bruggen gewoond. Nu volgden twee kleinere aannemers, de timmerman Joh. v.h
Bospoort, in de volksmond.
Hannes en de metselaar E. van Peursem. Na het overlijden
van de timmerman werd de zaak overgenomen door A. Harwijnen. die echter al spoedig
naar de Torenstraat vertrok, waarna de wed. Van de Bospoort een zaak in huishoudelijke
artikelen begon.
De metselaar Van Peursem woonde op de hoek van het verbindingspad
met de Bunschoterweg. om onbekende redenen ook wel Sjorssteegje" genoemd.
Vooral bij avond werd dit nog geen meter brede pad, aan weerszijden omzoomd door
hoge heggen. door velen gemeden.
Tijdens een dronkemansruzie werd daar iemand
vermoord, een misdaad die diepe indruk achter liet. Hoewel zijn bedrijf van bescheiden
omvang bleef. beschikte Van Peursem toch wel over voldoende werk om zijn twee
vaste werknemers J. Veenendaal en Navest, het gehele jaar door aan het werk
te houden. Een slappe periode werd gebruikt om een voorraad dokken te maken, ineengevlochten
bosjes stro die, bij ontbreken van bebording. tussen de pannen werden gestoken
om wind en jachtsneeuw te weren Ook werd hier in een grote bak, kalk ongeblust,
vooral in schoonmaaktijd een gewild artikel om muren en plafonds helder wit te
krijgen.
Het ruime huis met aangrenzende opslagplaats staat er nog altijd:
nu is daar Otto's Snuffeldump" gevestigd.
Na het "Sjorssteegje"lag
vroeger een braak liggend terrein waarop meubelmagazijn Koetsier verrees .Het
volgende pand heeft ettelijke bewoners gekend tot Van Scherrenburg er zijn slijterij
"De Standaard" begon; later kwam hier café "Honderd"
zodat het contact met drank althans is voortgezet.
De volgende huizen zijn
alle met de grond gelijk gemaakt, te beginnen met dat van de schoenmaker Giesbert
Hey.
Deze man was niet alleen een een prima vakman, maar heeft in christelijke
kringen grote bekendheid gekregen door zijn langdurige arbeid voor de Zondagschool
het "Mosterdzaadje" en de ver. "Patrimonium. "
De Zondagschool
werd' , september 1892 door ds. Van Boven, meester De Graaf en J. van Zoelen opgericht
en voorzag, daar ons dorp destijds nog een Hervormde school rijk was, in een grote
behoefte. Het aantal kinderen beliep al gauw in de honderden, waardoor heel wat
pro- deo medewerkers nodig waren, waarvan de heer Hey op 17 juni 1897 er één
van werd.Een lange reeks van jaren zou hij, op zijn eenvoudige maar doeltreffende
manier de jeugd in aanraking met het evangelie brengen.
Geen wonder dat deze
bescheiden man, bij zijn veertig jaren jubileum als medewerkers van "Het
Mosterdzaadje" tijdens een feestelijke bijeenkomst, duchtig in de bloemetjes
werd gezet.
Na opheffing van de schoenenzaak, vestigde Kees Veenendaal, een broer
van de reeds genoemde Gijs, hier een groentenzaak. Het volgende pand heeft
verschillende bestemmingen gekend, o.a. Smederij Kaashoek en firma Lam, een electriciteitsbedrijf,
dat later naar de Grotestraal verhuisde.
Nog vier verdwenen zaken volgen voor
we het einde van de straat bereikt hebben. Allereerst de schoenenwinkel en reparatieinrichting
van de heer Slagmolen. Deze had een gedeelte van zijn huis verhuurd aan Rika Laupman,
die er een bescheiden kruidenierswinkel dreef. Rika toonde zich echter meer
huisgenote dan huurster; zij ging op zondagmiddag met het echtpaar Slagmolen wandelen
zorgde zo nodig voor de kinderen en knapte heel wat huishoudelijke klusjes op.
Opnieuw een bekende figuur in de dorpsgemeenschap. de
loodgieter Dolf Smits, tevens jarenlang brandmeester bij de vrijwillige brandweer.
Oorspronkelijk werd dit huis bewoond door de fotograaf Mens, maar toen Smits het
loodgietersbedrijf overnam van Van Beek, gevestigd voor in de Grotestraat. vond
hij dat punt voor zijn zaak minder geschikt. Zij werden het samen eens en ruilden
van woning.
Mens trok naar de Grotestraat en Smits nam zijn intrek aan de Bospoortstraat.
Tot
besluit nog een dubbel woon-winkelhuis; de eerste helft werd bewoond door
Van de Brink die een zaak in manden en rieten meubelen dreef.
Deze man, ook
nog werkzaam als koetsier bij stalhouderij Van Laar, verhuisde naar de Grotestraat,
precies tegenover de toren.
In zijn huis trok nu het echtpaar Van Zetten-Viets
die er een manufacturenzaak begonnen, wel in hun lijn, want hij was kleermaker
en zij naaister. De andere kant bevatte een slagerij, tot 1920 gedreven door de
Joodse slager Berlijn. Deze hield zich strikt aan de Joodse voorschriften en
was dus op zaterdag, eigenlijk de beste verkoopdag van de week. gesloten. Daar
stond tegenover dat zondagmorgen de winkeldeur weer wijd open stond, een uitkomst
voor hotel en pensionhouders als daar onverwachte gasten kwamen.
Ondanks de
geheel verschillende geloofsovertuiging is de familie Berlijn die in het zo juist
genoemde jaar naar Den Haag vertrok, heel populair in ons dorp geweest.
De
zaak werd voortgezet door de heer Jongenotter tot het pand ook in handen van slopers
viel. Na de reconstructie van de Molenstraat liet de heer Jongenotter een ruim
modern winkelpand bouwen dat op 19 januari 1972 werd geopend, thans beheerd door
de firma Schuilman.
Dit waren wat summiere impressies van de vroegere Bospoort-
straat, een buurt rond eigen karakter en hechte gemeenschap, hetgeen vooral
tot uiting kwam.
Bij vroegere heideweken en nationale feestdagen sloofden de bewoners
zich uit om hun straat te versieren en verrezen fraaie erebogen. Op het pleintje
rond de kastanjeboom werden de nodige voorbereidingen getroffen: bij minder gunstig
weer week men uit naar de schuur van Jongenotter. De slagers uit de straat zorgden
dan voor een hartig hapje, een kratje bier ontbrak niet, zodat al heel wat voorpret
werd genoten voor het eigenlijke feest begon. Nu Is dat alles verleden tijd, maar
de naam Bospoortstraat, hoewel uit het adresboek geschrapt, bezit nog altijd een
bekende klank.
H.J.Nijenhuis

