De
naam Bospoort klopt niet meer, maar wordt toch door tal van oudere Edenaren nog
regelmatig gebruikt.
Vroegere naamgevers hadden het zo aardig vastgelegd: door
de Bospoortstraat, via Boslaan, naar het Edese bos. Thans vormt bedoelde straat,
van firma Geels tot slager Holtrust, het sluitstuk van de Grotestraat en is, hoewel
deels veranderd, toch nog wel herkenbaar gebleven. Woon en winkelhuizen stonden
hier broederlijk naast elkaar en het is wel aardig na te gaan, zo vanaf het begin
van deze eeuw tot aan de tweede wereldoorlog, zonder echter volledig te kunnen
zijn, welke mensen hier eens woonden en werkten. Beginnen we aan de linkerzijde
met de smederij van de fors gebouwde Geels, een man destijds bekend in het hele
dorp en van wie in vroegere
verhalen al vaker is verteld.
|
Naast
de smid lag de groentenzaak van G. H. Heij, uitgegroeid tot een groot bedrijf,
reden om er wat nader bij stil te staan. Gerhardus Richardus Heij, in de omgang
kortweg Gerrit, afkomstig uit Wageningen, trok na zijn huwelijk met Suzan Christina
Tieman, naar Ede en begon, in 1906, een groentenhandel aan de Bospoortstraat.
Groenteman betekende niet bepaald een rustig leven, het was werken van 's morgens
vroeg tot s'avonds laat. Daar kwamen zelfs per week bijkans twee nachten bij,want
op dinsdag en vrijdagmorgen was Gerrit Heij, met paard en wagen, in alle vroegte
present op de Arnhemse markt om verschillende groentesoorten van Betuwse telers
te kopen.Thuis gekomen, na een rit van ruim drie uur, werden de inkopen gesorteerd
voor winkel en wagen en vervolgens de klanten langs. Overigens ging Gerrit Heij
met zijn tijd mee; reeds in 1921 beschikte hij over een T. Ford vrachtwagen, waardoor
het transport probleem heel wat eenvoudiger werd. |
De
winkelklanten werden bediend door mevr. Heij, terwijl haar moeder, al jong weduwe
geworden, het drukke huishouden, er waren zeven kinderen voor haar rekening nam.
In de twintiger jaren, begon moeder Heij te sukkelen, haar gezondheid liet te
wensen over en op doktersadvies verhuisde de familie naar de rustige omgeving
van de Lunterseweg. De zaak werd voortgezet door een broer Jan Heij, later
opgevolgd door de gebr. Tieman. Gerrit Heij begon een grossierderij in groenten,
aanvankelijk in een ruimte van de tweedehands" meubelhandelaar Stoffers aan
de Grotestraat, later in een groot pand aan de Brouwerstraat. Daar nam het
bedrijf een enorme vlucht, aanvankeIijk onder zijn leiding, later van beide zoons
Gerrit en Jan, terwijl ook nog een schoonzoon H. Beekman, zijn intrede in de
zaak deed.

Vrijwel
alle groentenhandelaren uit de wijde omgeving haalden hier hun waren, thans massaal
uit het Westen aangevoerd. Gerrit Heij jr. overleed in 1966. Nog twee jaar werd
het bedrijf door broer Jan voortgezet, die er, om gezondheidsredenen in 1968 mee stopte.
Het pand werd aangekocht door de gemeente en gesloopt; deze omgeving doet thans
dienst als parkeerterrein.
Na de groentenzaak, wat verder van de weg gelegen,
een villa "Mon Desir", waar in 1924 de familie De Vos kwam
wonen.
De Vos was politieman in Culemborg en bezat een groot gezin waarvan ettelijke
kinderen, bij zijn pensionering nog een baan moesten zoeken.
Zijn vierde zoon
beroepssergeant bij het 22e reg. Infanterie, dat hier was gelegerd adviseerde
hem naar Ede te verhuizen, daar was volop werk. Het klopte, binnen een maand na
zijn komst hadden vijf van zijn spruiten werk bij de AKV fabrieken. We vermelden
deze familie speciaal, omdat vier jongens De Vos bij de v.v. "Ede"
speelden en vooral Dick en Bas heel populair waren in de toenmalige Edese voetbalwereld.
Later
heeft in "Mon Desir" o.m. de familie v. Dalen gewoond, die overtollige
ruimte benutte door officieren op kamers te nemen.
Daarna volgde een royaal
stuk grond, behorende aan de Spaarbank waarop Jansen, die in 1912 de eerste Edese
begrafenisonderneming
oprichtte, zijn groenten en aardappelen verbouwde.

Dit
eerste gedeelte van de straat is totaal veranderd, de smederij is opgeslokt door
uitbreidingen van de firma Geels, waar eens de groenteboer woonde, zetelt nu Ertman.
"Mon Desir" is verdwenen en op het bouwland staat nu een meubelmagazijn.
Maar het volgende pand heeft de jaren getrotseerd, het vroegere onderkomen van
gemeentewerken en ontvanger.
Het nog altijd solide gebouw verleent thans onderdak
aan verschillende andere diensten.
Vervolgens kwam de van ouds bekende slagerij
v. Deutekom; voor zijn komst werd het huis bewoond door de wed. Hendriksen. Op
zondag deed haar woning dienst als een soort koffiehuis kerkgangers die te ver
weg woonden om tussen ochtend en middagdienst naar huis te gaan, konden hier
een boterham met een kop koffie gebruiken .
Toen Van Deutekom het pand kocht
liet hij het verbouwen tot winkel-woonhuis.
De naam "Keurslager"
was destijds nog niet uitgevonden, maar op deze man zeker van toepassing door
de altijd uiterst heldere winkel en zijn prima waren. De slachtplaats bevond zich
achter de winkel aan het politiesteegje, dat de Bospoortstraat met de Not. Fischerstraat
verbond, zogenoemd naar het daar gelegen politiebureau.
Aan de overkant van
dit steegje woonde de sigarenwinkelier Plomp, die aanvankelijk zijn zaak had gevestigd
naast het wat verder gelegen café "De Korenbloem".
Voor diens
komst was dit pand een dubbel woonhuis waar o.a. de familie's Pierik en Bussink
hebben gewoond. De heer Plomp maakte er twee winkels van, de een voor zijn tabakszaak,
de ander werd een chocolaterie, beheerd door zijn dochter Aaltje, die later nog
een modevakschool begon.
Plomp was een rustige gemoedelijke man, die graag
een babbeltje maaktem en daar, gezien zijn beroep, alle mogelijke tijd voor had.
Niet
iedereen was daarvan gediend, zoals zijn buurman V. Deutekom, die wel altijd trouw
zijn sigaren bij hem haalde, maar zo gauw echter Plomp een praatje over het weer
of met dorpsnieuwtjes op de proppen kwam, reageerde de actieve slager: "Het
weer en wat er verder komt kan me niets schelen, geef me maar gauw de rokertjes.
ik heb meer te doen". Later werd de sigarenzaak voortgezet door zoon Willem
Plomp, die van de vroegere chocolaterie een papier en boekhandel maakte.
Opnieuw
een smal weggetje, in de volksmond "het Wilhelminasteegje",niet vernoemd
naar onze vroegere koningin, maar als herinnering aan Wilhelmina, Pieternella
Foeken, die op 18 november 1896 de eerste steen van de villa "Dorpszicht",
halverwege het pad, heeft gelegd.
Nu kwam opnieuw een vroeger alom bekende
zaak, manufacturen magazijn "Het Anker" van de heer W. Kelderman. Als
jongen deed deze zijn eerste elementaire kennis van het vak op bij de textielhandelaar
Foeken aan de Brouwerstraat, tegen de vorstelijke beloning van een dubbeltje
plus een sigaar per week. Maar al gauw trok Kelderman met fiets en grote koffer,
volgestopt met alle mogelijke textielartikelen zelfstandig de boer op. Na op
deze manier een klantenkring te hebben opgebouwd, kocht hij het pand van de fotograaf Pauwen
begon daar in 1911 een winkel. Mede door de vakkundige bediening van de altijd
opgewekte Kelderman, bijgestaan door zijn vrouw Jannigje v.d. Weerd, ook al uit
een rasechte Edese familie kreeg de zaak al gauw de nodige bekendheid.
In
een achterkamer stond altijd de koffie met een lang beschuitje klaar voor wachtende
klanten. Sommige vrouwen waardeerden niet alleen de koffie, maar ook het feit
dat zij straks alleen geholpen werden zonder door anderen op de vingers te worden
gekeken. Ook Belgische vrouwen uit het vluchtkamp op de Ginkelse heide tijdens
de mobilisatiejaren 1914-1918 wisten "Het Anker" te vinden al was het
soms alleen maar om wat uit te rusten na de lange wandeling.
Jarenlang hebben
Jans Versteeg en Willem ten Ham,resp. als naaister en kleermaker voor Kelderman
gewerkt, want men kon bij hem ook terecht voor maatkleding, vooral mancheester
werkpakken waren destijds erg in zwang. Bij het verlaten van de winkel kreeg elke
vrouwelijke klant een pepermunt en de man een sigaar, beide met dezelfde uitnodiging:
"Kom, steek eens op." In later jaren toen zoon Willem de zaak had
overgenomen, werd nog een afdeling "chemisch reinigen" toegevoegd, in
die jaren iets nieuws voor Ede.
Naast "Het Anker" stond oorspronkelijk
een dubbel woonhuis waar o.m. eens de fam. Kit, bekend door de boorden en overhemden
wasserij en de schilder E. J. de Bondt woonden. In de twintiger jaren begon hier
v.d. velde een broodwinkel met bakkerij, later overgenomen door v.d. Spek.
|
Tot
de dertiger jaren werd deze zijde van de Bospoortstraat afgesloten met het bescheiden
huisje van Gerard Veenendaal, gehuwd met Fie Wassinkmaat. Mocht het huis klein,
het gezin
allerminst' het echtpaar kreeg tien kinderen waarvan men zich thans
met verbazing afvraagt, hoe die allen een slaapplaats vonden. Veenendaal was jarenlang
als tuinman in dienst bij de heer Tielkemeyer op de villa "de Stompekamp".
Daar hield hij, tot zijn grote voldoening, zelfs een klein pensioen aan over,
in die dagen een zelfzaamheid in het vrije bedrijf. Maar hij heeft er naast
de drie gulden per week van de Raad v. Arbeid, een onbezorgde oude dag door gekend.
|
Naast
het huisje, dat er hoewel verbouwd, nog altijd staat, lag, tot aan de Amsterdamsestraatweg,
een enorme lap grond, waar Veenendaal zijn vrije tijd doorbracht met het verbouwen
van aardappelen en alle mogelijke groenten. Op het kruispunt met zogenoemde Amsterdamsestraatweg
stond een zware kastanjeboom, een van de vele die ons dorp eens rijk was. Dit
laatste stukje Bospoortstraat is ook al geheel veranderd, maar daar komen we
in de tweede aflevering nader op terug.
H.J.Nijenhuis
Wordt
vervolgd

