Het
bos groeit mee met zijn tijd . In het Sysselt en het Edese Bos vind je door de
tijd heen allerlei maatschappelijke veranderingen terug, zegt dr. J. F. van Oosten
Slingeland. Hij is voorzitter van de stichting Het Geldersch Landschap, dat het
mooie en uitgestrekte Sysselt sedert 1967 tot haar bezitting mag rekenen. Maar
de heer Van Oosten Slingeland heeft nog wel meer reden om zich met de uitspraakover
de veranderingen in de bossen van Ede te wagen: van 1946 tot 1964 was hij rentmeester
van zowel Het Sysselt als het Edese Bos.
"Het waren prachtige jaren,
waarin alleen al als gevolg van de oorlogsschade in de bossen ontzettend veel
gebeuren moest", zegt hij bij de terugblik die eigenlijk al diep in de achttiende
eeuw begint.
Zo rond 1770 begon op het Sysselt de bosbouw. De heren van Kernhem
voerden vanaf het begin een erg goed beheer. Dat is op het Sysselt heel essentieel
geweest. Je zag daar heel duidelijk dat waar er een krachtig gezag is de bevolking
met de handen van de bomen afblijft.
Zo was het op het Sysselt, zo is het
overal. De enorme ontbossing die nu in Afrika plaatsvindt, heeft daar ook te maken
met het ontbreken van een centraal gezag. Maar Van Kernhem straalde het gezag
altijd erg sterk uit. Elders op de Veluwe, bijv. in Wageningen en Bennekom,
was dat veel minder.
Ook met het beheer dus. In de bossen vind je dat nog steeds
terug.Van Oosten Slingeland was in Sysselt en Edese Bos rentmeester voor de op
kasteel Middachten in De Steeg wonende graaf Bentinck. Het Edese bos had een wat
andere " voorgeschiedenis"Sysselt: in de 18e eeuw nog altijd bezit van
de omwonende boeren en met een holtrichter die het hout eens per jaar bij holtspraak
verdeelde .
Maar in beide bosgebieden begon tegen het eind van de 18de eeuw
de bosbouw,teken van een nieuwe tijd waarin begrippen als productie en economisch
belang ook in het bos begonnen te leven. Er kwam op grote schaal de bebossing
met de houtproductie interessante dennen. En vanaf eind van de eeuw gingen de
Edese bossen ook uit eikennhakhout leveren: het bast voor de leerlooierijen,de
takkebossen voor de fornuizen van de bakkers.
Vanaf 1880 kwam er weer een grote
verandering,zegt van Oosten Slingerland,de spoorlijn kwam,vanuit Ede naar de mijnstreken.Dat
mijnhout hebben we tot 1960 geleverd. Toen gingen de laatste mijnen dicht. En
ineens vielen er een belangrijke inkomstenbron weg .De hele energie voorziening
was overgegaan op olie,maar nu ook op aardgas en kernenergie. Daar stond je met
je bossen. Weer zag dat typische verschijnsel dat het heel moeilijk is om bosbouw
te plannen. Want bomen groeien nu eenmaal maar langzaam. Door de opkomst van de
chemische industrie was de looimarkt ook al weggevallen.
Paradijs.
Mijn
hart ligt in de bossen. In het Edese bos en Het Sysselt,met dat prachtige Paradijsgedeelte
,kom ik er nog steeds graag,zegt de in de schaduw van kasteel Middachten wonende
voorzitter van het Gelders landschap. In 1946 zette hij als rentmeester van graaf
Bentinck voor het eerst voet in beide bossen.
Als bewijs van de band met het
maatschappelijk gebeuren had ditmaal de oorlog er stevig huisgehouden. Veel hout
was verdwenen in de kachels van de Edenaren en in de oorlogsmachine van de Duitsers,,Tientallen
ha's lagen kaal"herinnert van Oosten Slingerland ,de eerste taak die ik had
was de herbebossing. De wederopbouw kwam op gang,de mijnen waren er nog,het was
in de jaren vijftig alles productiehout wat de klok sloeg.
We hadden slechte
dennenbossen,ik heb er toen de Douglas spar en de Japanse lariks neergezet. Een
andere omzetting was de vervanging van het eikenhakhout,waarvoor de markt immers
weg was,door het naaldhout.
Een tijdje ging het met de economische factor goed.
Maar maatschappelijke veranderingen kunnen heel wat vlugger van de grond komen
dan de plannen die men met het maar langzaam groeiende hout heeft.
Verkopingen
Van
Oosten Slingerland :Alles was net zo goed voor elkaar,toen in 1962-'63 de grote
kentering kwam. Je had toen al de uitbreiding van Ede.Die gingen ten koste van
landbouwgronden,en dus ook van de boerenbedrijven. En dat betekende weer dat er
een grote terugval was gekomen in dat prachtige plaatselijke evenement :de openbare
verkoping van hout,een of tweemaal per jaar. Voor ons houtleveranciers van het
Edese bos en de Sysselt kwam daar vanaf '62 de loonexplosie bij. Voor je het wist
zat je ineens in de rode cijfertjes.
In 1958 was de graaf overleden. De twee
dochters hadden veel minder belangstelling voor het bosbezit,maar vreesden ook
de grote financiële problemen die nog steeds onverbrekelijk bij het huidige
bosbeheer horen. In 1964 werd het Edese bos verkocht aan de gemeente,drie jaar
later ging het oude Sysselt over naar het Geldersch landschap. Rentmeester van
Oosten Slingerland verdween ook uit de bossen van Ede. Hij werd directeur van
de praktijkschool voor bosbouw in Arnhem en zou pas veel later als voorzitter
van Het Geldersch Landschap weer met de Sysselt te maken krijgen.
Het
is een prachtige tijd geweest denkt hij weer terug, aanvankelijk had ik te maken
met de oude boswachter Staf, de vader van de oud-minister. Een eenvoudige, doodeerlijke
man die alles van het bos wist. Een beetje behoudend ook. Je bent nog jong, onthoud
maar van mij dat het van het dennenhout moet komen, zei hij tegen mij, de man
die in Wageningen had gestudeerd en met de Douglas spar en andere nieuwe ideeën
kwam.
Staf werd later voortreffelijk opgevolgd door Boswachter Ossenkoppele,
maar ik herinner me toch ook dat hij naast behoudende ook al iets liggen voor
ons in het productiehout.
Maar je moet ook laantjes aanleggen,hartstikke leuk
voor de bevolking.
En zo was het natuurlijk ook. De VVV in Ede was toen natuurlijk
ook niet gek. Er kwamen steeds meer toeristen,het garnizoen was er, het bos voor
iedereen natuurlijk prachtig om te wandelen.
We zijn aangeland bij de nieuwste
officiële functies van het bos die van het groene erfdeel van de natuurwaarden
en die van het belangrijke grondgebied van de Qpenlucht recreatie. Als voorzitter
van Het Geldersch Landschap heeft Van Oosten
Slingeland in het Sysselt opnieuw
te maken met de belangenbehartiging van boom en bos in Ede.
Prachtig
"Het
beleid en de mentaliteit zijn duidelijkomgebogen", zegt hij, "in de
bosbol ook sterk te maken met de nieuw ecologische inzichten. Het is niet mee
prijs alles eruit halen wat er inzit. Je wilt nu een rijk mogelijke vegetatie
en fauna hebben. Nou wat dat betreft zit men in Ede goed. Het Edese bos en het
Sysselt, dat zijn voor Ede toch letterlijk prachtige uitloopgebieden.
Vooral
in het Sysselt komt hij nog graag terug. En het is daar dat het maatschappelijke
proces zich
Opnieuw aandient in de eigentijdse snit van discussiestuk en functiewaardering.
Het historische bos,mag,net als het Planken Wambuis ,meedingen naar de militaire
COT-status op een van de domste stukken papier die er bij het ministerie ooit
de deur uitgingen. In deze Edese paragaaf het structuurschema militaire oefenterrein
wil het leger niet alleen de hei op, maar ook al het bos in. "Ontzettend
jammer als dat ooit zou moeten doorgaan", zegt de oud-rentmeester hoofdschuddend",niet
alleen omdat het zo 'n prachtig bos is dat nu naar de knoppen dreigt te gaan,
maar ook omdat het zo buitengewoon waardevol is als uitloopgebied van en voor
Ede.


