Dankzij de medewerking van de vereniging Oud Bennekom, zullen we op gezette tijden ook wat voorvallen en gebeurtenissen uit deze omgeving ophalen.
Evenals in andere delen van onze gemeente kende men in vroeger jaren ook in Bennekom "de buurt" om op jaarlijkse buurtspraken de belangen van de geërfden te behartigen. Tot deze groep behoorde elke inwoner, die binnen het grensgebied van de buurt, een eigen huis of voldoende grond bezat.
Geleidelijke veranderde echter de structuur van het dorp; aangetrokken door de fraaie en rustige natuur, begon zo
omstreeks het begin van de vorige eeuw, een trek van, veelal beter gesitueerden stedelingen naar deze omgeving. Zij lieten er hun, vaak kapitale, huizen bouwen en drukten hun stempel op het dorpsleven waardoor de invloed van de buurt verminderde. Dus gingen er stemmen op om aan de buurt, als zijnde uit de tijd,
maar een eind te maken. De nog vrij grote bezittingen konden dan verkocht en de opbrengst onder de
geërfden verdeeld worden. Er werd herhaaldelijk over gesproken waarbij ook nostalgie een rol speelde,
maar in 1887 was het toch zover .
Notaris Fischer uit Ede werd opdracht gegeven de gronden van de buurt te verkavelen en in veiling te
brengen. Deze liet er geen gras over groeien: op 24 juli en 7 augustus 1888 werden publiek, respectievelijke bij inzet en toeslag, één en zeventig percelen dennenbos en heide onder de hamer gebracht.
Daarna volgde de Bennekomse Meent, uitsluitend grasland, verdeeld in niet minder dan zeven en negentig kavels, die op 24 juli en 7 augustus van genoemd jaar werden verkocht.
De uitvoerige catalogi van de verkopingen zijn, nog altijd in goede staat, bewaard gebleven. Daarbij valt het op dat beide veilingen ten huize van een particulier zijn gehouden; de inzet vond plaats bij de heer J. Bak, de toeslag bij de weduwe Recter. Zij zullen wel over voldoende ruimte hebben beschikt om alle belangstellenden te ontvangen.
De laatste buurtspraak werd gehouden op 15 juni 1889 in de oude erk. Van deze bijeenkomst is een
uitvoerig verslag te vinden als besluit van het Bennekomse buurtboek dat zich in het gemeentelijk archief bevindt en waarvan we de volgende gegevens ontlenen. Het bestuur was destijds als volgt samengesteld: Brand v. Roekel, buurtrichter, bijgestaan door de buurtmeesters: J. v.d. Weerd, A. v.d. Berg, J. v. Eck en A. van
Steenbergen.

De belangstelling bleek enorm groot: overigens wel begrijpelijk want er viel een aardig bedrag te verdelen en velen waren nieuwsgierig wat dit potverteren hen op zou leveren.
De buurtrichter kon, na het luiden van de klokken, in totaal honderd twee en twintig geërfden verwelkomen. Na een korte inleiding omtrent het doel van deze bijeenkomst, hetgeen overigens alle aanwezigen wel bekend was, gaf de voorzitter het woord aan de heer D. Hoffman.De ze maakte de eindafrekening ,die reeds enkele weken voor geïnteresseerden ter inzage had gelegen bekend. Hieruit bleek dat in de jaren1888 en ’89 door publieke en onderhandse verkoop van de buurtbezittingen een totaal bedrag van f 80582,04 was ontvangen. Daar stond als noodzakelijke onkosten de somma f 9719,24 tegenover zodat uiteindelijk f 70862,20 voor verdeling
overbleef. De officiële lijst van geërfden bevatte tweehonderd negenentachtig namen zodat een ieder f 245,20 zou ontvangen. De aanwezigen knikten tevreden, maar op de vraag van Brand v. Roekel of men zich met deze afrekening kon verenigen, vroeg de heer Van Daalen het woord. Deze mr. A. C. van Daalen, geboren en
getogen Bennekommer, afstammeling uit een aristocratische en kapitaalkrachtige familie was een
man om even stil bij te staan. Hij bewoonde, aan het eind van de Dorpsstraat, althans komend uit de
richting Ede, een ruime villa, die later werd afgebroken en waar thans het Bart v. Elst plantsoen is gelegen. In de jaren waarin deze geschiedenis speelt, was de heer Van Daalen nog in de kracht van zijn leven, die een vooraanstaande plaats in de Bennekomse dorpsgemeenschap innam en wiens woorden gezag uitstraalde
De Hullenberg
Als grootgrondbezitter behoorde hem ook het fraaie natuurgebied De Hullenberg, dat niet, zoals in die tijd vrij veel voorkwam, was afgesloten, maar zij het tegen een kleine jaarlijkse vergoeding, open stond voor het publiek. Wel bleef hij, bijgestaan door zijn boswachter Kemping zorgvuldig toezien dat er geen vernielingen plaatsvonden.
Op het hoogste punt stond een wandelaars konden rusten, maar die in de loop bouwvallig werd. Al op latere leeftijd in 1925, liet de eigenaar een nieuwe rustplaats bouwen die, met enig feestelijk vertoon, aan de plaatselijke VVV werd aangeboden, een geste die men dankbaar aanvaardde. Deze men v." Daalen heeft zelfs, in
samenwerking met enkele andere plaatsgenoten, in 1896, een poging ondernomen om Bennekom tot
zelfstandige gemeente te verheffen. Als argumenten voerden de heren aan dat Bennekom tot zelfstandige gemeente te verheffen.
Als argumenten voerden de heren aan dat Bennekom zich, door de vestiging van, veelal gegoede burgers, tot een plaats van standing had ontwikkeld en zowel burgerlijk als financieel, rijp was voor zelfbestuur. Het merendeel van de bewoners was hoog aangeslagen bij de gemeentelijke belastingen, waar men weinig van terug zag. Bennekom wilde voortaan haar eigen boontjes doppen en niet langer afhankelijk zijn van Ede. Het verzoek werd ingediend bij Gedeputeerde Staten die het adres voor advies doorzond naar de gemeenteraad van Ede. Daar werd het op 17 april 1896 behandeld en maakte, begrijpelijkerwijze geen schijn van kans. Gedeputeerde Staten
namen dit standpunt over waarmede de zelfstandigheid van Bennekom van de baan was.
Aanval op natuur
Maar nu terug naar de buurtspraak. waar de heer Van Daalen het woord had. Hij verklaarde de
onkostenrekening nauwkeurig bestudeerd te hebben en daarbij aantrof een rekening van notaris Fischer, groot f 825,43. De heer Van Daalen toonde zich verbaasd over dit hoge bedrag, temeer daar het opmeten en in kaart brengen van de gronden reeds door de buurt was betaald, hetgeen een rekening van de landmeters aantoonde. Bovendien ontvang de notaris voor elke koopacte 3% honorarium, vanwaar dan nog deze extra achthonderd gulden. Het geroezemoes verstomde; dat kon wat worden: een regelrechte aanval van de ene
autoriteit op de ander. Het antwoord van notaris, als belangstellende aanwezige, liet niet lang op zich wachten. Hij verklaarde dit blijk van wantrouwen allerminst te hebben verwacht, maar wilde, om alle twijfels bij de geërfden weg te nemen, wel nadere tekst en uitleg geven. Er moesten vele, dikwijls tijdrovende, voorbereidingen worden getroffen voor het veilen van een dergelijk aantal percelen op nog vrij korte termijn. Bijkans honderd en zeventig koopcontracten werden opgemaakt, elk met eigen aspecten. Herhaaldelijk was hij naar Arnhem getrokken voor gevallen waar zich cadastrale moeilijkheden voordeden. Maandenlang hadden drie klerken aan deze
transacties gewerkt en zelfs de nodige overuren gemaakt, die ook betaald moesten worden. Bovendien waren in deze nota ook begrepen alle, door hem voorgeschoten registratiekosten. Aan het slot van zijn betoog verzocht hij de vergadering één of meer deskundigen aan te wijzen, die de ingezonden nota konden controleren waarna zou
blijken dat van geen enkele onbillijke berekening sprake was. Op deze laatste woorden reageerde
echter niemand, ook de heer Van Daalen niet.
Buurtrichter Van Roekel verklaarde vervolgens dat hij, noch de buurtmeesters, aanmerkingen op
het beleid van notaris Fischer bezaten: integendeel, het buurtbestuur was zeer tevreden over zijn
werkzaamheden. Hiermede was de zaak afgehandeld en werd de eindafrekening zonder hoofdelijke
stemming goedgekeurd.

Geërfden
Een tweede discussiepunt vormde de lijst van geërfden die tweehonderd negenentachtig namen
bevatte maar waarvan de juistheid door sommigen aanwezigen in twijfel werd getrokken. De buurtrichter
was van mening dat de gewraakte lijst, aan de hand van de reglementen, zorgvuldig was samengesteld.
Zelfs had men een rechtskundige, mr. Van Haersolte uit Arnhem ingeschakeld en aandacht aan diens
adviezen geschonken. Toch hadden de heren Drost en Van Daalen geconstateerd dat één geërfde
voor twee delen in aanmerking kwam hetgeen in strijd was met reglement en rechtsgevoel. De
voorzitter gaf toe dat hier sprake was van een schijnbare onbillijkheid, maar het betrof hier twee
broers, die echter onder één naam stonden ingeschreven.

Veeg uit de pan
Opnieuw vroeg notaris Fischer het woord: allereerst kreeg de heer Van Daalen nog een veeg uit de
pan wat hij begon aldus: "Zonder de rechtskennis van de heer Van Dalen in twijfel te trekken meen ik
persoonlijk meer waarde te hechten aan de medewerking van mr . Van Haersolte." Daarna wees de
notaris op het feit dat genoemde advocaat zowel eindafrekening als geërfdenlijst zorgvuldig gecontroleerd en goedgekeurd had en men op zijn oordeel kon vertrouwen.
Ook burgemeester Van Borssele, vertegenwoordiger van het gemeentebestuur, sloot zich daar bij
aan, waarna, zonder verdere protesten, ook de geërfdenlijst werd goedgekeurd. Baron Van
Wassenaar bracht dank aan het buurtbestuur voor de vlotte afwikkeling van deze, toch vrij ingewikkelde zaken, waarna Brand van Roekei met een forse hamerslag een einde maakte aan de aloude
Bennekomse buurt. Niet lang daarna zouden de Maander- en Doesburgerbuurt volgen, maar nog altijd
houdt de buurt Ede-Veldhuizen, zij het voornamelijk uit traditie, haar jaarlijkse buurtspraak.
H. J. Nijenhuis

