In
de twintiger en dertiger jaren stond ook in ons dorp de hygiëne nog op een
laag pitje.
Badkamers waren bij de massa nog onbekend; slechts enkele gegoede
families beschikten daar over. Nu was bet natuurlijk niet zo dat de mensen toen
vervuilden, maar gemiddeld éénmaal per week helemaal wassen en verschonen
werd ruim voldoende geacht.
Kantoor en middenstands mannen droegen overhemden
met losse boorden, zodat indien nodig in het midden van de week kon worden
volstaan met simpel een schoon boordje aan te brengen.
Het boezeroen van de
arbeider was altijd donker van kleur, waardoor bij hem vuil worden helemaal niet
opviel. Op zaterdagavond stond met teil en groene zeep als onmisbare attributen,
de lichamelijke wasbeurt op het programma.
Drie cent extra
Het
bleef echter behelpen, waardoor de heer Van Tijen in 1937 op het idee kwam om
Ede met een badhuis te verrijken, zoals reeds in Arnhem en Wageningen het geval
was. Hij kocht een lap grond aan de Ericalaan, precies tegenover het kerkgebouw
van de Ned. Protestanten Bond. Een broer van deze ondernemende man, architect
H. van Tijen uit Den Haag, maakte het ontwerp. Het voorste deel bevatte een ruime
hal en woongedeelte voor de beheerder; daarachter twee gescheiden afdelingen,
resp. voor dames en heren, beide met een aantal douchecellen en ligbaden. In genoemde
hal kon men tevens een kopje koffie kopen om de wachttijd te verkorten. Hoofdaannemer
was de firma M. van Gestel en Zoon; de officiële opening vond plaats op 12
maart 1938.
De toegangsprijzen lagen, ook naar begrippen van die tijd,
betrekkelijk laag. De normale bezoeker betaalde voor het gebruik van een douche
zeven en een halve cent, terwijl een ligbad het dubbele kostte. Daarbij werd een
stukje zeep en een handdoek van grove kwaliteit verstrekt. Bovendien werden deze
tarieven voor kinderen, militairen beneden de rang van onderofficier en werkelozen
gehalveerd.
Ook mensen uit Bennekom waren voordelig uit, de verbinding Ede-Wageningen
kostte dertig cent, maar met bijbetaling van slechts drie cent kon de reiziger
tevens gebruik maken van het badhuis. De duur van een bad was niet onbeperkt,
na twintig minuten werd op de deur van de douchecel gerammeld met de aanmaning
"aankleden, hoogste tijd", terwijl een kuipbad tien minuten langer mocht
duren.
Tweeduizendste
Het badhuis bleek al spoedig in een behoefte
te voorzien, al bleven de werkelijk drukke dagen beperkt tot vrijdag en zaterdag.
Met gerechtvaardigde trots werd in de Edesche Courant vermeld dat op 30 april
1938 reeds de tweeduizendste bezoeker was genoteerd, die een cadeautje mocht ontvangen,
dat was aangeboden door chocolaterie "Rio".
Ook in de jaren na de
Tweede Wereldoorlog bleef het bezoek nog op peil, maar in de vijftiger jaren kwam
er geleidelijk aan de klad in. Er verrezen talrijke nieuwbouwwoningen compleet
met geiser en douchecel, en bij de toenemende welvaart was ook in oudere huizen
nog wel een plaatsje voor een eenvoudige badkamer te vinden. Het badhuis rendeerde
niet meer en werd gesloten. Nadien beeft bet gebouw ettelijke andere bestemmingen
gehad, maar staat nog altijd bekend als "het badhuis".
P.
S., Volgens het bericht dd. 19 april 1984 van bet College van B en W wordt een
bestemmingswijziging aanbevolen om het voormalige badhuis te verbouwen tot
drie zelfstandige woningen.
H. J. Nijenhuis

