In
de grote zaal van hotel"Welgelegen", nabij het station in Ede, werd
op maandagavond 9 december 1957 een wedstrijd in
pijproken gehouden, georganiseerd
door de Niemeijers Tabaksfabrieken. Een vertegenwoordiger van deze firma hield
vooraf een uitvoerige inleiding:
De tabaksplant is afkomstig uit Amerika, waar
waarschijnlijk de Indianen met hun bekende vredespijp de eerste verslaafden aan
nicotine
zijn geweest. Al in de zestiende eeuw werd tabak in Europa bekend, zij het aanvankelijk
als medicijn voor diverse
kwalen. Vandaar de oudhollandse spreuk "Toeback,
dat edel kruid, treckt de vuyle dampen uyt". Maar al spoedig kwam het
roken
en pruimen van dit produkt in zwang. Omstreeks 1580 werden al stenen pijpen vervaardigd,d
ie spoedig via zeelieden en
handelaren hun weg naar Europa's vasteland vonden.
Pijpenstad
Ook ons land maakte kennis met dit nieuwe genotsmiddel:
het pijproken, of zoals men het destijds noemde "toeback suygen", werd
ook bij ons al gauw populair en de vraag naar pijpen steeg enorm. Dat bracht de
Engelsman w. Baemeits in 1617 op het idee om in Gouda een pijpenfabriek te beginnen,
waarbij hij onmogelijk kon beseffen welke vlucht deze industrie zou nemen, waardoor
Gouda als "de pijpenstad" bekend werd.
In 1656 werd het Pijpenmakersgilde
dat zo stimulerend werkte dat een halve eeuw later de helft van de toenmalige
bevolking vanGouda in deze bedrijfstak haar bestaan vond. De klei, waaruit de
pijpen vervaardigd werden, kwam oorspronkelijk uit Engeland, maar werd later vanwege
de goedkopere transportkosten, uit Duitsland aangevoerd.
Wat later deed
ook de houten pijp haar intrede en kon de roker uit een groot assortiment zijn
keus bepalen. Voeg daarbij de neven artikelen, tabakspotten en dozen, veelal in
fraaie uitvoeringen en men kan begrijpen dat deze industrie, vooral in vroeger
aren, voor velen een bron van inkomsten betekende.
Jonge winnaar
Na
deze uiteenzetting gaf de wedstrijdleider, de heer De Vries uit Maurik, om precies
acht uur het startsein. Er hadden zich acht en twintig gegadigden gemeld, met
als Destor de drieentachtigjarige heer Schuyer uit Wageningen. Elke deelnemer
ontving eenzelfde lange stenen Goudse pijp, drie gram tabak en een doosje met
twee lucifers. Buiten de wedstrijdmensen waren nog heel wat belangstellenden komen
opdagen, die gezamenlijk de zaal in een rokerige ruimte veranderden.
Een jury
van vier man controleerde elke deelnemer regelmatig of het vuur in zijn pijp nog
brandde. Na een kwartier kwam de eerste uitvaller, waarop geleidelijk meerderen
volgden. Tegen negen uur waren nog twee pijprokers in de strijd, op wie zich alle
belangstelling concentreerde. Geheel tegen de verwachting in werd de jongste deelnemer,
de negentienjarige G. Geerestein, winnaar. Hem had men zoveel routine niet toegeschreven:
niet minder dan twee en zeventig minuten constant dezelfde pijp roken. De heren
v .d. Top en Bragonje werden twee en drie met resp. drie en zestig en met zes
en vijftig minuten. De winnaars ontvingen een fraaie pijp, terwijl alle deelnemers
met een voorraad tabak naar huis gingen. In zijn slotwoord sprak de heer De Vries
over een geslaagde avond, die zeker voor herhaling vatbaar zou zijn.
H. J.
Nijenhuis