Ook
in 1953 werd de H.eideweek in ons dorp op uitbundige wijze gevierd. De buurtverenigingen
zorgden toen nog voor de straatversiering met verlichting en probeerden elkaar
de loef af te steken. Ede-Zuid bleef niet achter, vooral
de Parkweg met drie
erebogen mocht er wezen, terwijl de winkeliers voor aantrekkelijke etalages hadden
gezorgd.
Helaas stond rechts aan het begin van de Parkweg een urinoir waar
de bewoners uit deze omgeving zich bijkans groen en geel aan ergerden.
Met
de beste bedoelingen, ook al ten behoeve van treinreizigers daar neer gezet, veranderde
het geval in enkele jaren mede door gebrek aan onderhoud en door onbehoorlijk
gebruik in een stinkend bouwsel.
Bij een bepaalde wind was die stank niet
te harden, terwijl bij tijd en wijle de drek over de straat liep herhaalde verzoeken
aan B&W om het onding te slopen en een fatsoenlijk man maakte er toch geen
gebruik van haalden niets uit.
Daarom besloot de buurt tijdens deze Heideweek,
als de Heidekoningin met haar gevolg de Parkweg zou bezoeken, eens extra aandacht
te vestigen op deze steen des aanstoots.
Op het dak van het urinoir werd een
aantal conservenblikjes met bloemetjes geplaatst en twee grote borden gaven
nadere uitleg. Aan de oostzijde, dus meteen bij het betreden van de Parkweg,
stond een royaal schilderstuk, voorstellende eenzeeleeuw met een grote waskniijper
op zijn neus en met de volgende toelichting:
Zoals ik hier sta
in Ede-Zuid
Perst de stank mijn neusgaten uit
O, vroede vaderen van Ee
Geef
me gauwe en andere stee
Blijkbaar vond men dat nog niet
overtuigend, want
boven de ingang
prijkte ook een bord waarop geschreven in sierlijke letters
werd
vermeld
Ondanks beloften van liquidatie
Sta ik nog steeds op hetzelfde
plaatsie
Ik
stink uren in de wind
Toch blijf ik een troetelkind
En wel van de Raad uit
Ede
Anders was ik allang overleden.
Of dit fraaie dichtwerk succes heeft
gehad is niet bekend, wel dat enigetijd later de gemeente voor aanleg van een
trottoir een streep grond nodig had van de kolenhandelaar Dekker, aan wiens terrein
het urinoir grensde. De eigenaar stelde de benodigde grond gratis ter beschikking,
mits de stankplaats werd gesloopt. En o wonder, tot grote opluchting van de omgeving
was het geval binnen twee dagen verdwenen.
Uit dezelfde Heideweek nog een grapje,
dat zich hier ook afspeelde.
Voor de gesloten spoorovergang aan de Parkweg
stonden twee vakantiegangers geduldig te wachten.
Aan de overzijde bij hotel
Welgelegen hing boven de Stationsweg een enorm spandoek waarop met koeien
van
letters stond: "Welkom in Ede van 15 tot 22 augustus".
Plotseling
viel het oog van een der toeristen er op: hij stootte zijn kameraad aan en zei:
"Zie je dat. Eén week van het jaar ben je hier welkom, maar langer
niet".