Het
jubileum van de Heideweek is zeker een reden om eens terug te blikken op de eerste
van de reeks, al is dat wel wat langer dan een kwart eeuw geleden. In het midden
van de beruchte crisisjaren, 1935, nam de toenmalige voorzitter van VVV, de heer
G. J. Smits, het initiatief in Ede, een "Heideweek" te organiseren.
Uiteraard
in de periode dat de heide in bloei stond. Een Heidekoningin zou die week de scepter
over ons zwaaien.
De bedoeling was tweeledig, enerzijds onze gemeente met haar
prachtige natuurgebieden landelijk meer bekendheid te
geven, daardoor meer
vakantiegangers te trekken, die, anderzijds, vooral de middenstand wat extra geld
in het laadje zouden brengen. Het betekende gezien de sombere tijden, een
gewaagd plan, maar bleek een schot in de roos.
De overgrote
meerderheid van de Edese bevolking, wier medewerking onontbeerlijk was, maar nu
niet bepaald als geweldige feestvierders bekend stonden, toonden zich dadelij
k zeer enthousiast. Alle plaatselijke verenigingen en garnizoen boden spontaan
hun belangeloze bijdragen. Weken tevoren ontstond een feestroes. In vrijwel elke
straat of wijk staken de bewoners de koppen bij elkaar om hun buurt op passende
wijze te versieren en verlichting aan te brengen. Talrijke erebogen verrezen,
in de avonduren door nijvere handen gebouwd en bekleed.
Vrachten bloeiende
hei, toen nog volop aanwezig, werden gehaald en door de vrouwen verwerkt tot honderden
meters slinger.
Dat gezamenlijk werken van buurtbewoners leverde al heel wat
voorpret op, dagen voor het eigenlijke feest begon. Bovendien had het bestuur
van V. V. V. prijzen uitgeloofd voor de mooiste straat en erepoort, zodat ook
het wedstrijd element een rol speelde. Het is voorgekomen dat iemand uit de
Kolkakkers een kijkje ging nemen in de Bunscholen om te zien hoe men daar de zaken
aanpakte, maar als een spion werd weggejaagd.
Nog
nooit was Ede zo fraai versierd als die laatste week van augustus 1935.
De
eerste en ook latere Heideweken werden altijd die week gehouden met, in samenwerking
comité "Nationale Feesldagen", de een en dertigste, Koninginnedag
als sluitstuk. De opening vond dan steevast de vijf en twintigste plaats, ongeacht
op welke dag deze datum viel, uitgezonderd de zondag.
Het openluchttheater
was nog niet gereed, dat zou nog één jaar duren, dus kwam de eerste
Heidekoningin, mevr. Hogervorst,uit de omgeving waar zij thuis hoorde, de hei.
Achter de Langenberg verrees,omgeven door elfen en kabouters, 25 augustus 1935,
uit de paarse vlakte H.M. Caluna I, om daarna haar glorieuze intocht door ons
dorp te houden.
Bloemencorso
Het programma van die
week kan ik mij nog in grote trekken voor de geest halen, zonder echter op volledigheid
prat te gaan. De hoofdschotel vormde een bloemencorso met talrijke praalwagens
waarvoor enorme belangstelling bestond. Elke buurt en vereniging had zich uitgesloofd
om met een fraaie wagen voor de dag te komen. Vanaf de Infanterie kazernes trok
de bewuste middag een stoet door het dorp van meer dan vijftig wagens, met
de meest variabele voorstellingen, begeleid door alle muziekkorpsen uit de gemeente,
waar duizenden toeschouwers bijkans hun ogen uitkeken.
In de avonduren werd
de optocht, nu begeleid door een groot aantal fakkeldragers, herhaald.
Overigens
heb ik, met een aantal kameraden aan dit onderdeel van het programma minder prettige
herinneringen. Als leden van een voetbalclub hadden wij ons weken uitgesloofd
om ons dorp in plattegrond weer te geven, onder de naam: "Ede....de residentie
der Heidekoningin".
De grote kerk, markt, houthandel Tulp, met daar
tussen de nodige huizen en winkels, alles op schaal, van stevig karton gemaakt.
Via de gasfabriek liep een speelgoedtreintje naar station Ede- Wageningen, terwijl
de A.K. V. fabrieken het geheel afsloten. Er waren geldprijzen ter beschikking
gesteld, variërende van vijftig tot tien gulden. Aan wagen en bouwmateriaal
hadden wij van onze schamele zakcenten ongeveer dertig gulden geïnvesteerd,
maar waren overtuigd, gezien het originele idee en fraaie afwerking ,de eerste
prijs in de wacht te slepen. Helaas, de jury hield er een andere mening op na;
onze unieke wagen werd beloond met de laatste prijs, een tientje, zodat er, tot
ons groot verdriet dik geld bij moest.
Openluchtspel
Ook
werd in de Maanderheuvels. het tegenwoordige Beatrixparkt maar destijds een heuvelachtig
terrein vol vliegdennen door Edese amateurs een openluchtspel opgevoerd. Daar
stond in die jaren slechts één villa van dokter Balt een man die
een bijzondere geneeswijze toepast te en langdurige patiënten in zijn woning
op nam eigenlijk een ,particulier' ziekenhuis. Op een open. stuk van diens uitgebreid
terrein vond het gebeuren plaats: titel en inhoud van het stuk zijn mij ontschoten
maar het speelde in het verre verleden althans er weerd duchtig met knotsen en
schilden gewerkt. De spelers werden luid aangemoedigd door het publiek dat bij
gebrek aan zitplaatsen in een kring om hen heen stond. De bezoekers toonden zich
vooral opgetogen door het vele Bengaalse vuur dat telkens werd aangestoken
en de omgeving in een fantastische gloed zette.
Een hoogtepunt
vormde ook het optreden door de Edese onderofficieren jachtvereniging op het,
nu ar lang verdwenen zand en grintveld aan de Sijsseltselaant waar heel wat
Edese jongens de eerste beginselen van voetbal onder de knie kregen. Deze bereden
militairen zorgden voor een grandioze middag paardensport; dressuurproeven
carroussel rijden hindernis springen en besloten met het nummer Hongaarse post
,vier paarden door éen ruiter bereden. Eénmiddag werd besteed
aan het aloude ring ,steken met versierde boerenkarretjes. In Veluws kostuum gestoken
hield de man fier de teugels terwijl vrouw of meisje met een houten sabel moest
trachten de ring uit de balk te steken.
Wat gebeurde
er nog meer; een dag voor de jeugd met optocht en kinderspelen, concerten van
de zangver. "Excelsior", "De Harmonie" en O.M.V.A., het populaire
muziekkorps van de Veldartillerie te paard. Demonstraties van "D.O.K.'.'
en "Sparta" op de markt, elke vereniging zette haar beste beentje
voor. Een estafetteloop voor ploegen van acht man dwars door het dorp met als
eindpunt hotel "Terminus", vlakbij het station.
Onze club was ook
met een team present, maar voor de Edese sportverenigingen was weinig eer weggelegd.
Er hadden nogal wat militaire ploegen ingeschreven die van atletiek meer kaas
hadden gegeten en met de prijzen gingen slepen.
Feeëriek
schouwspel
Zodra de schemering viel werd de verlichting van straten,
bogen, huizen en tuinen ontstoken, een feeëriek schouwspel dat bezoekers uit
de wijde omgeving trok. In de voorafgaande maanden had V. V. V. de nodige propaganda
voor deze Heideweek gemaakt, niet onder resultaat. Uit het gehele land kwamen
mensen hier hun vakantie doorbrengen, vooral veel Rotterdammers. Voor hen waren wandel en fietstochten uitgezet . door de bloeiende heide. terwijl s avonds
vreemdelingen en inwonersfeest vierden. In elke wijk of straat, de Bospoort,
Bunschoten, Grotestraat, Maandereind, Telefoonweg, maar ook in het tegenwoordige
Ede-Zuid, de Parkweg, overal'
organiseerden de bewoners straatfeesten. Onder
de tonen van vrolijke muziek werd gedanst, gehost en gezongen tot in de kleine
uurtjes, zonder enige wanklank. Het centrum van al dat feestgedruis bevond
zich in een vroeger stukje Grotestraat, thans Molenstraat met Lord van Wijhe
als de grote gangmaker.
Lord van Wijhe
Elke avond
vond Lord wat nieuws; openluchtspelletjes, gekostumeerde optochten of een boerenbruiloft,
zijn fantasie bleek onuitputtelijk. Al spoedig werd dit gedeelte de "Lord
v. Wjjhe straat genoemd, een naam die zich nog jaren zou handhaven. Vooral de
oudere jeugd leefde zich hier uit, al werd het normale leefpatroon van diverse.
huishoudens danig in de war gebracht. Tien uur was in die dagen normale bedtijd,
maar dan begon het op straat pas gezellig te worden. Daar goede ouders niet naar
bed gingen voor iedereen veilig thuis was, kwamen ook zij slaap te kort, maar
voor één week bleek dat minder erg. Het feest werd besloten met
een vuurwerk op de kanovijver, waarna de rust in ons dorp terugkeerde. De volgende
dag was het slopen geblazen; versiering en bogen verdwenen sneller dan zij aangebracht
waren.
H.J.Nijen
huis

