Onlangs
kregen we een boekje, Gids voor Ede, uit 1928, uitgegeven door de plaatselijke
VVV ter inzage. Het is wel aardig te lezen, hoe Ede zich destijds als vakantie
en woonoord naar buiten presenteerde. Na een inleidend woord van voorzitter G.J.
Smits volgde een uitgebreide beschrijving van het vele natuurschoon in en rond
Ede.
Daaruit willen we een stukje citeren met de hoogdravende volzinnen en
schrijfwijze van die tijd: "De natuur rondom Ede vertoont zich in haar weelderigste
verscheidenheid: aan de oostkant ziet ge het tegen de berghellingen gelegen bouwland,
waarlangs, al klimmende, de Paaschberg wordt bereikt, welks bosschages uitlopers
zijn van het Edesche Bosch. Op de Paaschberg gekomen, geniet men van een zeer
schoon panorama over met dal, waarin de rood en blauw gedaakte huizen van het
dorp liggen, samen gesprokkeld rond de kerk der vaderen".
In
dezelfde trant worden Kreel, Drieberg, Sijsselt en Kernheim beschreven met aan
het slot een bijdrage van de eens zo bekende schrijver jac. Gazenbeek, getiteld:
"Langs Veluwse heidepaden". Dan wordt de toon zakelijker. Allereerst
wordt gewezen op de groei van Ede. In 1900 telde de gemeente 15.843 inwoners,een
aantal, dat in 1927 bijna verdubbeld was, namelijk 28.500.
Het dagelijks bestuur
van de gemeente werd gevormd door burgemeester mr. dr. C.O.Ph. baron Creutz en
de wethouders mr. G.j. IJssel de Schepper, H. van Silfhout en P. van de Voort.
Vervolgens wat ons dorp zoal te bieden had; er waren acht lagere scholen alsmede
een openbare en een christelijke ULO.
Helaas moesten kinderen bestemd voor
hoger en beroepsonderwijs naar Arnhem of Wageningen, maar als pleister op de wonde
werd verklaard, dat tussen genoemde plaatsen en Ede goede verbindingen bestonden.
Fraai was ook de aanhef van de, uiteraard bescheiden, lijst van ontspanningsverenigingen:
"Ede, met een concertzaal en een eigen afdeling van Toonkunst is wereldscher
dan men zou denken".
Om aan te tonen, hoe voordelig
wonen het hier was, had men een staaf opgenomen van de belastingdruk in onze gemeente
en deze vergeleken met enkele steden. Zo betaalde men in Ede bij een belastbaar
inkomen van 5000 gulden slechts 216 gulden aan belasting en in Arnhem en Utrecht
respectievelijk 315 en 380.
Zelfs de elektriciteits tarieven werden vermeld,
die per zomer en winterseizoen werden berekend en bovendien afhankelijk waren
van het aantal vertrekken in de woning. En, als dat alles nog niet voldoende was
om mensen naar onze omgeving te trekken, vestigde een royale advertentie van
het gemeentelijk grondbedrijf de aandacht op de vele bouwterreinen, die tegen
een uiterst billijke prijs te koop waren.
Uiteraard hebben
we uit dit acht en zeventig pagina's tellende boekje, dat ook veel advertenties
van zakenlieden uit die tijd bevatte en verlucht was met een aantal foto's slechts
enkele punten aangestipt. Tot besluit dezelfde regels, waarmee ook dit propaganda
exemplaar eindigde:
"Op grond van het bovenvermelde wekken we met vrijmoedigheid
op een ieder, die van woonplaats wenscht te veranderen, om, voor het nemen eener
beslissing, in ieder geval eerst een kijkje te nemen in Ede. Daarna zal uw keuze
niet moeilijk zijn".