De
toren en het rooster
De kerk vormde eertijds het centrum van de gehele parochie
,waartoe tot 1567 ook Lunteren behoorde. De hoofdingang was in de toren en vandaar
kwam men in de kerk. Al dadelijk viel het oog op de altaren en vooral op het hoogaltaar
in het Koor.
De huidige toren was oorspronkelijk lager .In de 17de eeuw ,dus
na 1600 ,heeft men hem verhoogd.
De ingang was eertijds veel breder ,het grote
glas er boven is door toemetseling geheel bedorven. Dat raam was eens de glorie
der kerk en voor de brand van 1635 hoogstwaarschijnlijk van gebrandschilderd glas.
Ook de deur is half toegemetseld .
Vroeger gaven dubbele deuren toegang tot
de kerk,ook bij begrafenissen. Ze zijn vervangen door een enkele.
Fraaier
is de toren door een en ander niet geworden! De toegang tot de kerk is later dichtgemetseld.
In
de grote ruimte onder in de toren werd school gehouden. Tot 1826. Toen kwam de
eerste gemeenteschool aan de Grotestraat, schuin tegenover de kerk. Hiervan bestaan
nog afbeeldingen. In 1863 kwam de school aan het Maandereind gereed.
De eerste
school werd verkocht en verbouwd tot woonhuis.
De torenruimte werd voor allerlei
doeleinden gebezigd. Tot voor kort hingen. er brandslangen te drogen en bewaarde
de Oranjecommissie er haar materiaal.
De toen gemetselde ingang werd bij de restauratiewerkzaamheden
weer geopend, waarbij een hoge en brede gotische "poort" voor de dag kwam. Deze wordt grotendeels weer gesloten. Er is hier ruimte gereserveerd voor
de bouw van een keuken, terwijl een tweetal trappen wordt geplaatst. Een geet
toegang tot de orgelzolder,de andere leidt naar de stenen trap naar de toren.
Zodoende kunnen toeristen de toren bestijgen zonder de kerk binnen te gaan.
Zoals
bekend,behoort de toren aan de gemeente .
Restauratie is ook hier noodzakelijk,maar
dit zal voorlopig nog tot vrome wensen blijven behoren. Evenals bij de kerk ,is
ook hier veel geknoeid en opgelapt.
De torenruimte wordt straks toegangsruimte.
Een en ander ziet er verwaarloosd en vuil uit .Getracht zal worden hierin verbetering
te brengen. Om de oorspronkelijke brede toegang en dubbele deuren en het grote
raam weer in ere te herstellen ,zal gezien de hoge kosten,voorhands niet mogelijk
zijn.
Om de kerk heen was een kerkhof,afgesloten door een laag muurtje (tot
1863) Daar stond het knekelhuis ,waarin de niet vergane beenderen uit geruimde
graven geborgen werden.
Voor de ingang der kerk,dus van de toren,bevond zich
een rooster in een opening van de kerkhofmuur. De oorspronkelijke bedoeling was
,de overal loslopende en wroetende varkens van het kerkhof te weren. De dieren
bleven met hun poten tussen de tralies steken. Maar het rooster had een nog veel
hogere betekenis . Het was de grens tussen het ongewijde ,de straat,het ingewijde
,het kerkhof.
Voor de mensen uit die "goeie;
ouwe tijd" was het rooster een ding van grote betekenis. In oorlogstijd (
en dat was het in de 15e eeuw nagenoeg altijd) overviel een vijandige bende dikwijls
het dorp. Men trachtte inwoners te vangen, om losgeld te eisen.
Dan vluchtte
ieder, als men de bende niet kon verdrijven, naar het kerkhof. Daar was men veilig,want
het kerkhof was een vrijplaats, Wie over het rooster was, werd niet meer gemolesteerd.
In
1467 bijv, kwam plotseling een troep ruiters het dorp binnenstuiven om te moeskoppen,
d.i. om te roven en te plunderen. Een windmolen en vele huizen raakten in brand.
Maar de boeren weerden zich geducht. Volgens de brief van de ruiterhoofdman verzetten
zich wel 150 man. " Wij dachten, dat wij die wel konden neerhouwen, maar
hun tegenstand was zo krachtig, dat wij met de gehele troep moesten aanvallen."
Toen namen de boeren de vlucht naar het kerkhof, zodat de rovers niet meer dan
een enkele man in handen kregen. Deze konden , vrijgelaten worden na het betalen
van een losgeld.
Eén ervan kon wel f 300,- betalen, vertelde de krijgsoverste.
Het
rooster werd in 1620 voor het laatst vernieuwd, het 'had geen zin meer om het
te handhaven, trouwens een vrijplaats was het kerkhof al lang niet meer, ook niet
in de 80-jarige oorlog.
Bron:Kerkbode
1960 |