Ten afscheid

Voor de laatste maal ga ik mijn wijkbericht schrijven. Vaak moest dit in mineur zijn, want predikanten komen veel in aanraking met de donkere zijden van het leven. Maar vandaag mag het anders zijn.
Ik denk aan de verrassende afscheidsavond die mij en mijn gezin gisteren aangeboden werd. Het was alles zo spontaan en ongedwongen, zo hartelijk en welgemeend! Uit alles proefde ik het verlangen om de grote verandering die aanstaande is, te maken tot een blij gebeuren. Dat is volkomen geslaagd en dat heeft ons ontzaglijk goed gedaan. Wij mogen het nieuwe werk beginnen me( heel mooie herinneringen aan het werk dat achter ons ligt. Als wij de zaal van Rehoboth vanaf het podium zagen allemaal bekenden met wie wij in de loop der jaren zo vertrouwd geworden zijn geleek het een groot familiefeest. wat wij op zo feestelijke manier uit elkaar mochten gaan, is het mooiste geschenk dat ons gegeven kon worden en zal ons altijd bij blijven.
Ik geloof, dat alle aanwezigen dit ook zo gevoeld hebben.
Dan denk ik ook aan het prachtige geschenk dat ons bij monde van de heer Hansman, de president
kerkvoogd, namens velen werd aangeboden: een ijskast met gastoestel, dat op de ijskast was aangebracht. Dit voor het onbekende huis dat wij toch hopen te betrekken nu wij als woningzoekenden te boek staan.

Nog steeds weet ik niet wie de afscheidsavond georganiseerd hebben. Zeker hebben de broeders kerkvoogden en kerkeraadsleden daaraan hun deel gehad. Nog eens wil ik daarvoor heel hartelijk danken, evenals voor de goede wijze waarop collega Van den Heuvel leiding gaf aan deze avond, voor de goede woorden die gesproken zijn, voor de muzikale medewerking van onze vroegere buren, de familie Van Zoelen, en voor allen die de aanwezigen ontvingen en koffie aanboden.


In dit afscheidswoord dank ik met blijdschap terug aan de talrijke broeders kerkeraadsleden met wie
ik met sommigen vele jaren lang in de wijkgemeente of in het breder verband . Van de centrale kerkeraad mocht samenwerken Ik dank ze zeer voor alle hulp in de pastorale arbeid. Velen besteden alle beschikbare tijd vaak ten koste van hun privéleven ten dienste van de gemeente. Dit mag wel eens in dankbare erkenning onder de aandacht
van de gemeente gebracht worden.
Mijn collega 's dank ik daarvoor dat er in de zorg , voor het welzijn van de gemeente grote eenheid bestond. Het zal toch wel erg vreemd zijn, dat het contact beperkt wordt tot de persoonlijke ontmoeting. Maar wij hopen, dat dit toch in elk geval blijven mag !
Zondag heb ik geen toespraken gehouden. Daarom wil ik in dit afscheid de broeders kerkvoogden danken voor hetgeen zij ten dienste van ons gezin wilden ,doen in de zestien jaar. Dat wij hier de gemeenten dienden.

De taak van de kerkvoogdij is enorm toegenomen. Er is geweldig veel tot stand gekomen in die jaren. Dat heeft heel wat inspanning gekost. Wij zijn ons bewust, dat dit alleen kon gebeuren ten koste van veelopofferingen. Nemen
wij alleen maar de tijd die het werk wekelijks in beslag neemt. En dan alle zorgen met talloze moeilijkheden. Het is geen eenvoudige taak. Heel hartelijk dank.


Tenslotte denk ik aan de gemeente zelf. En nu dreigt mijn wijkbericht toch in mineur te eindigen.
Want ik heb veel vergeving nodig voor het geen ik soms met goede bedoelingen toch verkeerd deed.
Ook voor hetgeen ik nagelaten heb. Neen, dan blijft er niets te roemen over. Gelukkig, dat wij in de kerk
Ps. 103 : 2 mogen zingen: "Loof Hem, die u, al wat gij hebt misdreven, hoeveel het zij, genadig wil vergeven.
Zondag mochten Wij echt gesterkt worden tot de prediking, ook door de prediking. En nu willen wij
door dit bericht afscheid nemen van allen die zondag niet aanwezig waren. Wij kunnen dit niet persoonlijk doen. Mogen wij het dan in de kerkbode doen via de prediking die als meditatie is afgedrukt? Een paar dingen moet ik nog afwerken.
Maar omdat wij toch in de gemeente blijven, hopen wij in staat te zijn dit alsnog te doen.
Een hartelijke groet aan allen, ook van mijn vrouw.


Uw I. Schipper


 

Bron:Kerkbode 1966