Rumoer om de Zanding

De huidige generatie, die op mooie zomerse dagen naar "de Zanding" trekt,heeft er geen weet van welke moeilijkheden zich voor de Tweede Wereldoorlog rond dit fraaie natuurbad hebben afgespeeld. In december 1932 werd besloten, als
werkverschaffingsobject, tot het graven van een vijver in Otterlo.
Dit verschafte aan ongeveer twee honderd werkelozen ruim drie jaar werk, zo op het oog een hele tijd, maar alles gebeurde met schop en kruiwagen, zwaar werk tegen een miserabele beloning.
Op vrijdag 29 mei 1936 werd het openluchtbad, compleet met theehuis en kleedkamers geopend. Het geheel bleef eigendom van de gemeente en werd, onder bepaalde voorwaarden, verpacht. Een van deze condities hield in dat, in gevolge een besluit van de gemeenteraad, het bad op zondag gesloten moest blijven.

De eerste rechter was de heer J.P. Menger, die het ondanks het verlies van de zondag wel dacht te rooien.De werkelijkheid pakte anders uit, maar weinig mensen waren in de gelegenheid op werkdagen te gaan zwemmen, uitgezonderd dan de werkelozen, maar die hadden geen cent te verteren, dus bleef het bezoek beneden verwachting.
Reeds,na een jaar diende de heer Menger een verzoek in bij het gemeentebestuur om althans het theehuis op zondag te mogen openen. Het eerste exploitatiejaar had een verlies van f 5000,- opgeleverd, in die dagen geen kleinigheid, Aan het zwemmen beurde hij minder zwaar, dat deden de mensen toch wel. Het terrein was niet afgezet, men kon van alle zijden de vijver bereiken en de omliggende struiken vormden ook een prima kleedgelegenheid.
Maar dat hij aan al die bezoekers, die toch al gratis van zijn bad gebruik maakten, nog geen flesje limonade of gevulde koek
kon verkopen, was een hard gelach. Bedoeld adres werd als punt vijftien van de agenda in de gemeenteraadsvergadering van 25 maart 1937 behandeld. Het prae-advies van b. en w, was heel simpel, en volstond met de mededeling dat de meerderheid van het college tegen inwilliging was.
Nu kwamen de tongen los, in een uitvoerige rede bracht allereerst de heer Pereboom zijn standpunt naar voren. "De Zanding" is
nu eenmaal gemeentebezit en valt dien ten gevolge onder de zondagsrust zoals die door een groot deel van de raad wordt gewenst.
Wel kon hij zich de onbillijkheid indenken dat alle café's en restaurants in de gemeente op zondag geopend konden zijn en het theehuis niet, maar dat nam niet weg dat hij zich achter de meerderheid van b. en w. schaarde.
Een ander geluid liet de heer Mens horen: men moet niet alleen de principiële maar ook de financiële kant van de zaak bekijken.

In ons land, met wisselvallige zomers blijft het pachten van een openluchtbad riskan, een paar mooie zondagen kunnen echter
een heet jaar goed maken. Wij moeten niet altijd scherpslijpers willen zijn, aldus de heer Mens.
Als tegenhanger kwam nu de heer Van Silfhout aan het woord,deze wees erop dat de pachter bij aanvaarding van de overeenkomst wist waar hij aan begon. Hij voegde de heer Mens toe dat de meeste mensen tegenwoordig over een
vrije zaterdagmiddag beschikken en voor zover zij er behoefte aan hebben dan naar De Zanding kunnen gaan. Voor de heer De Koning was het al een uitgemaakte zaak, het verzoek van de heer Menger wordt toch afgewezen, laten wij er geen woorden meer aan vuil maken, maar verder gaan met het afwerken van de agenda. Deze nuchtere woorden, waarin een kern van waarheid stak, waren allerminst naar de zin van de heer Bouwman, hij verweet de conservatieve raadsleden dat zij altijd hun oordeel aan anderen willen opdringen.
Een ieder moet voor zichzelf uit maken of hij al of niet op zondag naar "de Zanding" wenst te gaan.
Bovendien blijft het, zoals ook de heer Pereboom toegaf, onrechtvaardig dat alle caféhouders in de gemeente op zondag geopend mogen zijn, maar uitgerekend dit theehuis, waar nota bene geen bier of sterke drank verkrijgbaar is, dan dicht moet blijven.


De debatten werden feller, de heer Budding vroeg de heer Pereboom, indien de rollen omgekeerd waren, hoe hij zou reageren als van hogerhand op zondag de kerkdeuren gesloten werden. Wil men consequent zijn en volledige zondagsrust wensen dan moet op die dag ook het auto en fietsverkeer aan banden worden gelegd.
Wethouder Van Voorthuizen hield een lang betoog: volgens hem betreft het hier allereerst een principiële kwestie waarvoor als
hoofdregel geldt: "Gij zult de Sabbath heiligen", waarop de heer Oostwaard interrumpeert: "Denk er aan, je zit hier niet in de kerk". De wethouder laat zich evenwel niet van de wijs brengen, onverstoorbaar ging hij verder uitvoerig maar liet al te duidelijk, zijn zienswijze over de zondagrust uit te leggen omdat hij daarvoor als gemeentelijk bestuurder, de verantwoording
aanvaardde. Hij eindigde met een geheel nieuw gezichtspunt ,zwemgelegenheid en theehuis laten vervallen en "de Zanding" tot natuurpark te bestemmen. De heer Mens vroeg sarcastisch: "Mag dat wel op zondag open", waarop de wethouder reageerde: "dan mag u er zelfs wandelen".
De heren Bouwman en Roseboom betuigen allerminst gelukkig te zijn met het verwarrende en weinig argumenten bevattende betoog van de wethouder en verklaren zich voor openstelling van het theehuis op zondag. Daarna ontstond nog een lang, maar nutteloos, theologisch debat tussen de heren Pere boom en Van Voorthuizen, waaruit alleen maar bleek dat, hoewel
beiden voor sluiting, hun christelijke opvattingen toch mijlen ver uit elkaar lagen.


Er was al geruime tijd vergaderd, ieder had zijn zegje gedaan, toen de heer Mens, die drommels goed wist hoe de uitslag zou zijn, om nog iets te redden, met een tussenvoorstel kwam. Hij stelde voor zoals ook in andere gemeenten wel gebruikelijk was, het theehuis op zondag om 13.00 uurte openen.
Zijn ei van Columbus kreeg geen schijn van kans, het werd met 16 tegen 7 stemmen van tafel geveegd, waarna, met dezelfde stemverhouding het advies van b, en w. er door kwam: "de Zanding" bleef op zondag gesloten.
Hierdoor blijkbaar aangemoedigd kwam de heer De Koning aan het eind van de vergadering, tijdens de rondvraag met de mededeling dat hij binnenkort zal komen met een voorstel tot algemene zondagsrust, waarop echter niemand reageerde. Men zou zo zeggen, voorlopig genoeg over dit onderwerp, maar dan kent men de raad van voor de oorlog slecht.


Een paar maanden later, om precies te zijn in de vergadering van 24 juni 1937 kwam de heer Mens met een paar lastige vragen. Hij begon met er op te wijzen dat de maand juni prachtige zondagen had gebracht met veel bezoekers op die dagen, die ondanks het verbod, naar hartenlust zwommen of een zonnebad namen. De heer Menger, die toch een behoorlijke huur betaalde, moest met lede ogen toezien hoe talrijke mensen zich vermaakten, zonder dat hij als pachter, er een cent beter van werd. Een en ander was volgens de heer Mens in strijd met het onlangs genomen raadsbesluit en getuigde dat er van dat van rechtsorde in onze gemeente weinig terecht kwam.
Hij vroeg b. en w, dan ook hoe het college deze kwestie wilde oplossen. De burgemeester gaf onomwonden toe, dat deze toestanden waren voorgekomen maar zij zag geen kans, door gebrek aan politie mensen, afdoende maatregelen te treffen."Er wordt regelmatig gecontroleerd, maar als de agent aan deze zijden van de plas staat, duiken aan de andere kant
tientallen mensen in het waren". Dus", concludeerde de heer Mens, als het verbod op mooie zondagen niet te handhaven is
kunnen wij het beter intrekken".
Maar die vlieger ging niet op, integendeel de heer Pereboom noemde dergelijke zaken gezagsondermijning, hier moest streng worden ingegrepen, desnoods moet het politiecorps worden uitgebreid. De heer De Koning was van mening dat op de wegen rond "de Zanding"borden met "verboden toegang op zondag" moesten worden aangebracht: "Dan is iemand al strafbaar zodra hij het terrein betreedt". De heer Oostwaard had een radicale oplossing: verkoop de hele zaak aan de heer Menger dan kan zijn
wij eraf en dan kan hij evenals het zwembad aan de Parallelweg ook op zondag geopend zijn.
Eigenlijk hadden deze besprekingen weinig zin, zij vormden geen agendapunt en "de Zanding" bleef op zondag gesloten. De heer Menger bleef echter met verlies werken maar toen bleek toch dat de meerderheid van de raad werkelijk uit principe handelde en met op het faillissement van de pachter uit was.
In de raadsvergadering van 16 februari 1939 werd namelijk besloten, wegens opnieuw een teleurstellende omzet, de heer
Menger, met 16 tegen 6 stemmen, de pacht over het jaar 1938 kwijt te schelden. " De heer Roseboom wilde hier
onmiddellijk munt uit slaan en diende opnieuw een voorstel in om het theehuis op zondag te openen, " maar hij kreeg de kous op de kop, met dezelfde stemverhouding werd zijn verzoek afgewezen.
Pas in de oorlogsjaren,toen veel belangrijker en ernstiger zaken aan de orde kwamen, dacht niemand meer aan de bestaande verordening. Na de bevrijding toen geleidelijk met veel tradities en taboes werd gebroken, heeft de zondagsrust nooit meer een punt van bespreking uitgemaakt en is "de Zanding" tot vandaag aan de dag een prachtig recreatieoord voor de gehele omgeving.
H.J.Nijenhuis.

jaren 50