Zestig jaar Oud-Ede

5 september 1984
Maandag 10 september is het op de dag af zestig jaar geleden dat de heren H. Staf, A. van de Craats, H. J. Bellen, J. A.
Eygenraam en P. Sibbles, ten huize van laatstgenoemde bijeen kwamen ten einde te komen tot oprichting van een oudheidkundige vereniging. Tijdens een volgende bijeenkomst, een maand later ,waarop ook notaris W. F. J. Fischer aanwezig was, kreeg de zaak haar beslag. De vereniging kreeg de naam "Oud Ede" met als doelstelling: het bestuderen, onderzoeken en vastleggen van alle mogelijke zaken die van belang geacht werden om voor het nageslacht bewaard te blijven. De heer Fischer werd tot voorzitter gekozen, een functie die hij tot zijn overlijden, in december 1946, zou vervullen, terwijl de heer Sibbles als secretaris fungeerde.

De eerste voorzitter van "Oud Ede", notaris W. F. J. Flscher. De contributie werd vastgesteld op vijf gulden per jaar waarmede de zaak organisatorisch voldoende was geregeld. De heren konden aan de slag, maar timmerden niet aan de weg; integendeel, gewoon als lid toe treden bleek onmogelijk. Men moest allereerst voldoende interesse tonen en kon dan op een vergadering worden voorgedragen. De eerste acht jaar viel slechts aan twee mensen, de heer C, W, van Kooten uit Ederveen en de heer L, C. Schreuders te Nederwoud, deze eer ten deel.

Eerstgenoemde nam zijn benoeming aan maar moest later wegens vertrek uit de gemeente weer bedanken, terwijl meester Schreuder pas na zijn pensionering en daarmede gepaard gaande verhuizing naar Ede, actief werd, Genoemde heer Schreuder heeft heel wat nasporingen verricht en deze in talrijke artikelen gepubliceerd,terwijl van zijn hand tevens het boek "Rond de grijze toren" verscheen.
Voor de maandelijkse bijeenkomsten fungeerden de leden bij toerbeurt als gastheer en zorgde de vrouw des huizes wel voor een kopje koffie, zodat hieraan geen kosten verbonden waren.

Op deze vergaderingen werden onderwerpen van de meest uiteenlopende aard aangesneden. uitgediept en vastgelegd. Elk van de leden bezat zo zijn eigen specialiteit, de heer Staf wist alles over bossen en grondbeheer; de heer Eygenraam, hoofd van de school met de Bijbel aan de Telefoonweg, behandelde het onderwijs in vroeger jaren,kapitein Bellen, later naar Assen overgeplaatst, deed altijd enthousiast over zijn opgravingen in de omgeving, notaris Fischer kende, mede door zijn beroep, heel wat oude villa's met huidige en vroegere eigenaren, de heer Van de Craats was van oudsher bekend met het postwezen terwijl de heer Sibbles nauwgezet alle mogelijke archiefstukken bestudeerde die hij maar in handen kon krijgen.
De zes werkten in goede harmonie , samen en bezaten voorhands nog weinig behoefte de vereniging uit te breiden. De selectie bleef streng, enige, heus niet de eerste de beste Edenaren, werd het lidmaatschap geweigerd, daar men weinig verwachtingen van hen koesterde.

Tot aan de tweede wereldoorlog duiken nog slechts twee namen op die deze eer waardig bleken, de heren Buisman en Van Hemessen. Van deze beiden bleek bovendien laatstgenoemde een misgreep te zijn, althans op de vergadering van 23 Maart 1937 deelt de voorzitter mede dat het lid van opgravingen onder leiding van Hemessen niet langer als zodanig gehandhaafd kan blijven. Hij verzuimt voortdurend de bijeenkomsten en toont geen enkele inzet voor het verenigingswerk. Krasse taal die thans niet veel bestuurders voor hun rekening zouden nemen.

Boek
Door het naarstig speuren en vastleggen van alle mogelijke gegevens ontstond geleidelijk een beeld van het vroegere Ede. Teneinde deze onder een ieders bereik te brengen werd besloten de onderwerpen te rangschikken en in boekvorm uit te geven. Begin maart 1933 verscheen "De geschiedenis van Ede", deel 1, nog voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog gevolgd door een tweede deel. Later zag nog een derde editie het licht dat de buurtschappen en kerkdorpen van onze gemeente behandelde. Wij mogen de pioniers er dankbaar voor zijn, tot vandaag de dag verstrekken de drie delen voor geïnteresseerden nog altijd een schat aan inlichtingen.


Door schenkingen, vaak uit nalatenschappen, en opgravingen, kreeg Oud- Ede geleidelijk zoveel waardevolle bezittingen, dat naar een geschikte opslagruimte werd omgezien. Tot dusverre werden waardevolle eigendommen bewaard in de kluis van notaris Fischer

Op 12 april 1937 kwam de vereniging in het bezit van het pand Driehoek 24, een aloude boerderij, voordien bewoond
door de familie Hendriksen. Het huis werd door vrijwilligers opgeknapt en als bescheiden museum ingericht. Woensdag 1 juli 1938 werd de nieuwe aanwinst, na een rede van burgemeester Creutz. in gebruik genomen. Tijdens de oorlogsjaren bleef "Oud-Ede" zo goed mogelijk doordraaien: na de evacuatie van Arnhem. september 1944, werden zowel boerderijtje als bakhuis, kort daarvoor geschonken door boer Jochemsen uit de Maanderbuurt, als woonruimte gevorderd en pas in mei 1946 weer vrijgegeven. Woning en bakhuis bleken totaal uitgewoond,maar van geen enkele instantie werd geen cent ontvangen om de schade te herstellen.


Na het overlijden van notaris Fischer, in 1946, werd de heer Buisman voorzitter, maar aan de structuur van de vereniging veranderde vooralsnog weinig, al verdween geleidelijk de oude garde. In 1950 bestond "Oud Ede" uit de volgende leden: M. Buisman, voorzitter: L. Schreuders, secretaris: mej. A.vandeCraats,S.D.Denijs,H.van de Top, J. Versteeg, J. van Gestel, H. Staf
en H. Top uit Lunteren, waaruit blijkt dat alleen de heer Staf van de oorspronkelijke oprichters nog in leven is.

Ommekeer
De ommekeer begint in 1952, dan wordt burgemeester H. M. Oldenhof voorzitter, een functie die hij eenentwintig jaar zou bekleden. Voor het eerst komt nu ook een penningmeester op de proppen, een baantje dat tot dusverre de secretaris voor zijn rekening genomen had. Meteen maar een expert op dit terrein, de heer J. A. L. Dijkstra directeur van de toenmalig Rotterdamse Bank. Nog belangrijker was, dat de besloten club werd opgeheven en het lidmaatschap voor een ieder open stond. Dat resulteerde in 1953 al tot honderd een en dertig leden, welk aantal in de loop der jaren tot ruim zevenhonderd zou groeien.

Lezingen
De vereniging trad meer naar buiten,talrijke lezingen over de meest uiteenlopende onderwerpen werden gehouden en een jaarlijkse excursie kwam op het programma, een onderdeel dat zich tot vandaag aan de dag in een enorme belangstelling mag verheugen.
Het boerderijtje in de Driehoek blijft zorgen baren, het wordt bouwvallig en de steeds groeiende collectie bezittingen eiste steeds meer ruimte. Men blijft de aandacht vestigen op een groter onderkomen en denkt zelfs aan een streekmuseum. In 1964 werd bekend dat de hoofdbewoonster van huize Kernhem, mevrouw De Ridder, wilde vertrekken en daar alleen het echtpaar Jonkers nog overbleef. Dat zou een prachtige locatie zijn: negentien kamers met gezamenlijk een slordige drieduizend vierkante meter expositieruimte.
Bovendien voldoende parkeerruimte en zelfs de mogelijkheid er een openluchtmuseum bij de bouwen en als klap op de vuurpijl, het echtpaar Jonkers bleek genegen de rondleidingen te verzorgen. Allemaal mooie plannen die tijdens een vergadering in 1964 uitvoerig werden besproken, maar financieel gezien nooit haalbaar zouden zijn, waarschijnlijk alleen in de ogen van de heer Tolsma. Deze verklaarde bij de rondvraag, het bestuur nog een jaar tijd te geven om de kwestie Kernhem op te lossen. Lukt dat niet dan zou spreker persoonlijk naar het ministerie van O.K en W. stappen en de zaak rond maken.
Een ieder die deze fantasierijke man heelt gekend, zal begrijpen dat hij met een daverend applaus werd beloond, maar het is helaas bij woorden gebleven.

Station
In de loop van 1972 werd bekend dat de spoorlijn Ede-Amersfoort zou worden voorzien van een vereenvoudigd beveiligingssysteem waardoor het station Ede-Centrum kwam te vervallen.
Dat was de kans ,er volgden moeizame onderhandelingen tussen "Oud Ede" onder leiding van voorzitter J. de Nooy enerzijds met N.S. en gemeente anderzijds. Het zou te ver voeren hier nader op in te gaan, maar met uiteindelijk resultaat dat op 25 januari 1975 het museum geopend kon worden mede dank zij tal van vrijwilligers die een groot deel van de restauratie en inrichting voor hun rekening namen.
Er werd een museumcommissie benoemd, verantwoordelijk voor beheer en verzorging van de bezittingen onder
leiding van de heer J. van Gent. Dank zij financiële steun van overheidswege,belangeloze hulp van verschillende leden en twee vaste medewerkers, de heren Diepenveen en Nijdam, draait het museum voortreffelijk. Regelmatig worden tentoonstellingen gehouden die bezoekers van ver buiten de gemeente trekken.


De zes initiatiefnemers van 1924 konden onmogelijk voorzien wel een vlucht hun "Oud Ede" zou nemen.
Thans ruim zevenhonderd leden, een aantal dat nog wel verdubbeld kan worden want elke rechtgeaarde Edenaar zou lid moeten zijn van de vereniging, die zich nu al zestig jaar inspant om het verleden voor het nageslacht te bewaren. Sinds 1972 bezit "Oud Ede" een eigen orgaan, "De Zandloper", dat vier maal per jaar verschijnt en de leden van allemogelijke zaken op de oog te houdt.
Ter ere van dit jubileum zal maandag 10 september om 20.00 uur in de Reehorst een feestelijke herdenkingsavond worden gehouden, waarbij het zeker niet aan belangstelling zal ontbreken.
H.J.Nijenhuis