De buitendorpen

Burgemeester  van Otterlo


Tijdens het Franse bewind werd, per 1 januari 1812, besloten het aloude ambt Ede te verdelen in vier zelfstandige gemeenten, te weten: Ede, Lunteren, Bennekom en Otterlo met elk een eigen burgemeester, destijds naar het Franse woord als maire betiteld.
De gemeente Otterlo, waaronder ook Harskamp ressorteerde, telde ruim zeshonderd inwoners. Als burgemeester werd benoemd de heer G. Pothoven met als vice-maire de heer J. Schut.
De gemeenteraad bestond verder uit: J. Gerritsen, P. Schut, J. Teunissen, J.G. Brink, J. Brouwer en J.B. Franken. Van deze raad is weinig bekend, welover de werkzaamheden van de heer Pothoven, waarvan
de meeste gegevens zijn ontleend aan De geschiedenis van Ede, deel 4.


Deze man vervulde reeds de functies van schoolmeester, koster, voorlezer en doodgraver en werd nu tevens burgemeester en gemeente-secretaris tegen een salaris van honderd gulden per jaar. Dat lijkt op zichzelf niet
veel, maar er kwam nog wel een en ander bij. Uit hoofde van zijn kosterschap bewoonde hij een ambtswoning die hij nu als gemeentehuis en secretarie inrichtte. Daarvoor declareerde hij een vergoeding van respectievelijk
vijftig en tweehonderd gulden per jaar. Voeg daarbij de kosten van verwarming, licht, papier, inkt en portokosten, een bedrag van rond honderdvijftig gulden, dan kon de burgemeester zich heus wel redden.
Bovendien ontving hij uit de gemeentekas een jaarlijks bedrag van honderd gulden voor zijn werkzaamheden als schoolmeester.

De totale jaarlijkse begroting van de gemeente Otterlo bedroeg ruim elfhonderd gulden zodat er weinig ruimte overbleef voor verdere openbare taken. Financieel gezien stond  burgemeester Pothoven er dus niet zo slecht voor,maar zijn baan bezat ook haar schaduwzijden. Vooral in de Franse jaren,toen hij bevelen van de prefect te Arnhem maar had op te volgen.
Het was volop oorlog,de tocht van Napoleon naar Rusland stond voor de deur,dus waren er veel soldaten nodig. Daar het aantal vrijwilligers  bij lange na niet toereikend bleek,werden in alle gemeenten van ons land,dus ook in Otterlo ,jonge mannen gerecruteerd.
Burgemeester Pothoven had maar te zorgen dat de aanwezige mannen uit Otterlo ook werkelijk kwamen opdagen en moest hen, zekerheidshalve persoonlijk bij het bureau in Arnhem afleveren.
Trouwens ook voor andere zaken moest de burgemeester dikwijls naar Arnhem,waarmede minstens een dag gemoeid was met als gevolg dat de school gesloten bleef.
Verder had hij regelmatig te voldoen aan de vordering van paarden en wapens ten behoeve van het leger,aanvankelijk op Frans bevel,maar ook na de bevrijding van 1813. Zo moesten voor een troepentransport
Door de gemeente Otterlo ,op zondag 18 februari 1816 te Arnhem vijf tweespanwagens met elk twee paarden of zeven karren ,bespannen met een paard ,geleverd worden.
En daar had de eerste burger van Otterlo maar te zorgen dat de opdracht tot volle tevredenheid werd uitgevoerd.
Nog een belangrijke taak het innen van belastingen ,ook een karwei in een gemeente als Otterlo. Het merendeel van de bevolking verkeerde in armoedige omstandigheden en moest bestaan van de landbouw.


Van de ruim zeshonderd inwoners  waren er slechts achtennegentig aangeslagen voor belasting, die dus de gemeente financieel draaiende moest houden.
Maar burgemeester Pothoven was blijkbaar uit het goede hout gesneden en heeft al deze moeilijkheden glansrijk doorstaan.
Als op 1 januari 1818 aan de zelfstandigheid van Lunteren,Bennekom en Otterlo een einde komt en zij weer verenigd worden in de gemeente Ede,keert hij weer terug tot zijn school en kerkelijk werk.
In de vijftiger jaren heeft de gemeenteraad van Ede de Kerkhoflaan te Otterlo ,op verzoek gewijzigd in Pothovenlaan. Toen bleek dat verschillende raadsleden nog nooit van de man hadden gehoord,waaruit blijkt dat ook een burgemeester in het vergeetboek kan raken.