Ditmaal eens een heeloude maar ware geschiedenis waaruit blijkt dat in vroeger tijden niet met de rechterlijke
macht viel te spotten. Vanaf de middeleeuwen tot aan de Franse tijd regeerden in onze gemeente de Ambtsjonkers. Zij regelden vrijwel alles, zoals op het terrein van de kerk door benoeming van dominee en koster, hielden éénmaal per jaar rechtszitting in de "Posthoorn" en indien de door hen opgelegde belastingen.
Voor het behartigen en uitvoeren van hun belangen werd een schout aangesteld, die tevens voor rust en orde in het dorp had te zorgen. Verder moest de man toezicht houden op de wegen, was opperbrandmeester,
fungeerde als notaris bij alle mogelijke verkopingen en erfhuizen, kortom hij vertegenwoordigde de overheid. Als
hulp bij al deze werkzaamheden werd hem een onderschout toegewezen, maar in feite was de schout alleenheerser en oppermachtig. Slechts de jaarlijkse buurtspraak van de verschillende buurten, kon, mede door hun uitgebreide bezittingen, een bescheiden invloed op het beleid uitoefenen.
Op 28 januari 1679 werd te Ede, na het overlijden van schout Nicolaas Lutteken, een man die zelfs ook nog als
pandjesbaas bekend stond, Johan otters tot zijn opvolger benoemd. Deze Otters is blijkbaar een nauwgezet functionaris geweest, althans er zijn heel wat uitvoerige verslagen omtrent zijn optreden als schout bewaard gebleven.
Zij worden vermeld in het boek "De Geschiedenis van Ede" deel II en waaraan wij het volgende verhaal ontlenen.
Volop werk
Vooral op het terrein van justitie bleek er voor de schout volop werk te zijn, want ook in die jaren kwam er in onze gemeente drankmisbruik voor,werd er gestolen en was zijn tussenkomst vereist bij huiselijke twisten of vechtpartijen na een, uit de hand gelopen cafébezoek. Vrijwel de ergste misdaad waar schout Otters tijdens zijn ambtsperiode bij werd betrokken, betrof een broedermoord. Het juiste tijdstip van deze gebeurtenis is niet bekend, maar moet liggen tussen 1679 en 1717, het jaar waarin de schout overleed. Op een bepaalde zaterdagmorgen trokken de gebroeders Evert en Dirk Peters uit Ede voor een familiebezoek naar Wageningen. Zo ver zou het echter niet komen want juist bij het bereiken van de stad kregen de twee onenigheid. De ruzie
liep zo hoog op dat Dirk op een gegeven moment zijn mes trok en zijn broer dood stak.
Koelbloedig
Na deze daad bekommerde Dirk zich allerminst om zijn slachtoffer; koelbloedig liet hij Evert liggen en keerde weer naar Ede terug. De vermoorde broer werd pas een uur later gevonden en men toog aan het werk om zijn identiteit en woonplaats vast te stellen waar destijds de nodige tijd in ging zitten.
Nadat Dirk, nog geenszins gekalmeerd, zijn woning had bereikt ging opnieuw als een razende te keer zodat zich voor zijn huis een aantal buren en belangstellenden verzamelden die er echter geen notie van hadden wat de tierende man op zijn geweten had. Pas tegen de avond werd de schout vanuit Wageningen van het gebeurde op de hoogte gebracht.
Vergezeld door de onderschout, Cornelus Arntsen trok hij naar de woning van Dirk Peters,maar de vogel bleek gevlogen. Het gehele dorp werd afgezocht maar, ook al door de duisternis, tevergeefs. De volgende
dag, zondag, werd het zoeken gestaakt; niet dat de schout zo kerks was, integendeel, hij lag nog wel eens met de dominee overhoop, maar hij beschouwde deze dag wel als een rustdag. Een dorpeling dacht daar anders over: Dirk had die zaterdagmiddag, links en rechts, heel wat bedreigingen geuit en voor er meer slachtoffers vielen zag hij de woesteling liever achter slot en grendel. Dus had hij de man nauwlettend in de gaten gehouden en bracht, tegen de avond, de schout verslag uit.
Dirk had de nacht doorgebracht bij zijn broer Willem, die aan het andere eind van het dorp woonde. Even voor het uitgaan van de middagdienst in de kerk waren beide broers naar buiten gekomen, vergezeld door een zoon van Willem. De moordenaar was gepakt en gezakt; waarschijnlijk had hij al zijn bezittingen bij zich. De scherpzinnige detective was er achter gekomen dat Willem zijn broer naar Amersfoort zou brengen. Daar had de schout van Ede niets te vertellen en was Dirk veilig. Het drietal was richting Lunteren gegaan.
Nu moest schout Otters wel tot handelen overgaan. Inplaats van in de bedstee te duiken, werden in allerijl
twee paarden gezadeld en vertrok hij, vergezeld van de onderschout, richting Amersfoort. Dirk Peters en zijn metgezel hadden met stevig doorlopen de stad,voor de avondklok ,als de poort op slot ging, nog wel kunnen bereiken
Helaas voor Peters, bleken de verschillende aanlegplaatsen langs de weg, te beginnen al in Lunteren, een te grote aantrekkingskracht te bezitten waardoor dit tijdstip bij lange na niet werd gehaald. In de vroege maandagochtend bereikten de Edese gerechtdienaars de stad en stelden zich in verbinding met de schout van Amersfoort. In overleg met hem werden de twee nog gesloten toegangspoorten bewaakt.
Een goed half uur na de openingstijd, verscheen het, niets vermoedend drietal en liep de schout regelrecht in de
armen. Dirk Peters werd in de kraag gevat en broer Willem, met zoon, konden na verhoor, de terugtocht naar Ede aanvaarden. Ook Otters wilde niets liever dan naar huis, de arrestant af te voeren en de verloren nachtrust inhalen.
De schout van Amersfoort verhinderde dit voornemen: hij wilde verantwoord zijn. Zijn Edese collega zou wel gelijk hebben, maar bij zulke zware misdaden, moest een arrestatiebevel aanwezig zijn. Een dergelijke volmacht moest worden verstrekt door de Landdrost te Barneveld. Dus werd een ijlbode naar Barneveld gestuurd; de hoge functionaris bleek gelukkig thuis en nog voor het middag was de man met de nodige formaliteiten weer terug.
Opnieuw deed zich een moeilijkheid voor: in Ede beschikte men niet over een gevangenis, hooguit een schuurtje
waar een dronkenlap zijn roes kon uitslapen. De gevangene diende naar Arnhem te worden gebracht, hetgeen betekende dat, na aankomst in Ede, nog eens drie uur heen en drie uur terug gereden moest worden. Er zat niets anders op; een wagen met twee paarden werd gecharterd met de onderschout van Amersfoort op de bok en de stevig geboeide Dirk Peters er in, de bereden schout Otters en zijn helper er naast. Het werd een lange tocht waarbij de nodige rust pauze's voor mannen en paarden werden ingelast, maar men slaagde er toch in voor sluitingstijd Arnhem te bereiken. De gevangene werd aan de St. Janspoort afgeleverd en vandaar naar de gevangenis gebracht. Opgelucht het karwei geklaard te hebben togen de Edese gezagsdragers, door de donkere nacht, huiswaarts.
Doodstraf
In Arnhem maakte men korte metten met de zaak,de feiten stonden vast,verdachte had bekend, getuigen waren
er niet en als vaste stelregel gold in die dagen: "oog om oog, tand om tand." Binnen veertien dagen vond de rechtszitting plaats; Dirk Peters werd, geheel volgens de verwachting, veroordeeld tot de doodstraf, in het openbaar, door middel van onthoofding, te voltrekken.
Tevens werd bepaald dat de terechtstelling moest plaats vinden in de omgeving waar het misdrijf was gepleegd,dus te Wageningen.
Maar ook schout Otters ,die meende van het hele geval af te zijn ,werd opnieuw bij de zaak betrokken. De veroordeelde was namelijk een Edese ingezetene ,hetgeen inhield dat de schout van Ede ,voor het schavot had te zorgen en tevens een ordelijk verloop van de gebeurtenissen had te garanderen.
Allereerst moest een geschikte,liefst hoog gelegen plaats bezocht worden opdat alle belangstellenden een goed uitzicht op de voltrekking van het vonnis zouden hebben. Tevens beoogde men,door toepassing van een dergelijke straf,aspirant misdadigers af te schrikken. Men kende op de Veluwe verschillende vaste executieplaatsen,zoals de Galgenberg te Lunteren,centraal gelegen in het ambt Ede waar vonnissen werden voltrokken,uitgesproken werden door de ambtjonkers.
Schavot
Nadat deze kwestie was opgelost,moest de schout een schavot leveren en dat,volgens vast gestelde regels plaatsen. Daarbij deden zich moeilijkheden voor: schout Otters vroeg alle Edese timmerlieden om een prijsopgaaf.
Deze waren torn ook niet achterlijk rn trokken een lijn: elk van hem berekende negentig gulden voor het karwei,met de onderlinge afspraak dat zij er allen wat beter van werden. Die vlieger ging echter niet op:de schout voelde met de klompen aan dat hij genomen werd en maakte van zijn machtspositie gebruik. De timmerman,Dirk Timmer ,werd ontboden en kreeg kortweg opdracht het werk voor vijftien gulden ,een redelijke prijs ,op zich te nemen. Bij weigering kon hij op een fikse boete rekenen en werd uitgesloten van alle overheidswerk.
Dit dreigement deed Timmer bakzeil halen en hij heeft het werk uitgevoerd. Als laatste maatregel requireerde de schout een aantal boeren uit Bennekom en Manen,die voor een afzetting moesten zorgen en zodoende eventueel opdringende mensen op een behoorlijke afstand te houden. Zo vond,onder enorme belangstelling ,de terechtstelling plaats en stierf de Edese broedermoordenaar Dirk Peters door de handen van een beul uit Arnhem.

