Luchtbeschermings-oefening in Ede

In de tweede helft van de dertiger jaren tekenden zich, vooral door de ontwikkelingen in Duitsland, de eerste donkere oorlogswolken aan de hemel af. De politieke spanningen in Europa namen toe maar de grote massa lag er niet
wakker van. Het was crisistijd met grote werkloosheid waardoor veel gezinnen moeite hadden het hoofd
boven water te houden. De dagelijkse beslommeringen waren meer dan genoeg. Maar de overheid, gesteund door mensen met een vooruitziende blik, nam zo goed en kwaad als het ging, voorzorgsmaatregelen. In het gehele land
kwamen luchtbeschermingsdiensten van de grond, want men besefte drommels goed dat bij een nieuwe oorlog vliegtuigen een belangrijke rol zouden spelen. Ook in Ede werd een dergelijke dienst in het leven geroepen met aan het hoofd de commissaris van de politie, de heer H. P. Hulsman.

Om paraat te blijven werd door de verschillende onderdelen, brandweer, burgerwacht en ontsmettingsdienst van
tijd tot tijd geoefend. In het voorjaar 1937 zou de eerste grote avondoefening worden gehouden met inschakeling van de gehele bevolking van Ede-dorp. De nadere details werden tijdens een groot bezochte bijeenkomst op 8 maart
1937 in Reehorst, vastgesteld voor deze oefening die gepland was op donderdagavond 11 maart ,d.a.v. van 20 tot 22 uur, verstrekte de heer Hulsman de volgende instrukties. Op genoemde uren moesten de burgers hun huizen zodanig verduisteren dat geen enkele lichtstraal waarneembaar zou zijn.
Wie geen luiken voor de ramen had of over andere goed lichtwerende middelen beschikte, moest het licht uitdraaien en twee uur in het donker zitten. Men werd verzocht die avond, noodgevallen uitgezonderd, zich niet op straat te
begeven, er werd gerekend op aller medewerking.

De commandopost van de luchtbeschermingsdienst was gevestigd in de wethouderskamer van het gemeentehuis. Daar waren, behalve de heer Hulsman o.m. aanwezig de heer C. de Vree, commandant van de Rijksveldwacht, de heer J. J. v.
Egmond, opperbrandmeester en de heer A. Weener, directeur gemeentewerken en hoofd van de ontsmettings en opruimingsdienst. Hier zou men de berichten volgen die vanaf een post boven op de Watertoren telefonisch werden
doorgegeven. Om de werkelijkheid zo goed mogelijk te bedacht,gepaard gaande met het nodige gejoel en gehos.
Bovendien hadden velen een zaklantaarn meegenomen die op de mest onverwachte momenten werden aangestoken. De politie begon wellis waar een klopjacht op raddraaiers maar dat bleek in de gegeven omstandigheden onbegonnen werk. Wel vermelde later het rapport dat ettelijke lantarens in beslag genomen waren. Dit rumoer was echter voorlopig het enigste wat te beleven viel,er gebeurde helemaal niets. Het vliegtuig liep op zich wachten,de commandanten zaten rustig bij de kachel,buiten was iedereen op zijn post. Tot overmaat van ramp begon het te regenen waardoor veel mensen het voor gezien hielden en naar huis trokken. Agenten, controleposten en verdere diensten lieten zich gelaten nat regenen,tot
eindelijk, even na tienen, het ronken van een vliegtuig duidelijk hoorbaar werd. Even later vloog het toestel met ontstoken
lichten, niet volgens de voorschriften over de markt, waar op hetzelfde ogenblik de brand in het strohuis ging.

Terstond kwamen brandweer, EHBO en ontsmetting ,in actie, door de jeugd, die zich niet door de regen had laten verjagen, met een daverend gejuich ontvangen. Het brandje was spoedig geblust, gewonden waren er niet,
evenmin als chemische stoffen, zodat om kwart over tien het signaal "alles veilig" werd gegeven. De lichten waren toen al weer ontstoken ,daar de verduistering slechts tot tien uur behoefde te duren. De piloot gaf later een verklaring af
dat Ede zo goed was verduisterd, waardoor hij een tijd moest rondvliegen alvorens de kom van het dorp was gevonden. Dit werd opgevat als een compliment zodat men, ondanks alles, van een geslaagde oefening kon spreken. In zijn nabeschouwing hield de heer Hulsman er echter een andere mening op na. Vele inwoners hadden , de ernst van de oefening niet ingezien, er was ronduit slecht of in het geheel niet verduisterd. De uitkijkpost vanaf de Watertoren had constant melding gemaakt van plaatsen waar volop licht brandde.

Een slager was zeven maal door de politie gewaarschuwd en toen eindelijk op de bon geslingerd, wat veel meer had moeten gebeuren. Auto en fietslampen waren vrijwel niet afgeschermd;desondanks waren in het duister toch nog twee fietsers op elkaar gebotst, waarvan er een gewond, die notabene zelf op weg was naar de dokter voor een
van zijn huisgenoten. De commissaris eindigde met de waarschuwing dat een volgend maal veel strenger zal worden opgetreden, want de oefeningen moesten doorgaan. De Edese burgers hadden blijkbaar een niet al te beste beurt
gemaakt, maar wie kon hen dat kwalijk nemen. Vrijwel niemand kon toen vermoeden dat dit alles binnen enkele jaren bittere ernst zou worden. De voorschriften en adviezen die van hogerhand werden gegeven, spraken elkaar, mede
door de onbekendheid op dit terrein, nog wel eens tegen. Zo werd landelijk aanbevolen op de zolder van elk huis een paar zakken zand met een schop neer te zetten om een eventuele brand onmiddellijk te kunnen bestrijden. De heer
Weener vond dat voor Ede niet zo direct noodzakelijk: misschien goed voor een grote stad waar de mensen, vier, vijf hoog woonden, maar voor ons dorp, met vrijwel alle eensgezinswoningen, bleef de kelder de aangewezen schuilplaats. Voor de verschillende diensten zouden echter bomvrije schuilkelders moeten worden gebouwd. Men kan aldus de heer
Weener, onmogelijk richtlijnen voor het gehele land geven; elke maatregel dient zich aan te passen taan de plaatselijke gesteldheid.

Op gezette tijden gingen de oefeningen door, maar de animo bij de burgers bleef beneden peil. Dinsdag 29 september 1938, kort voor zijn afscheid, hield burgemeester Creutz een gloedvolle reden om te trachten hierin verandering te
brengen. Met medewerking van de firma Waanders, kon heel modern, iedereen die op de Edese Radiocentrale was aangesloten, zijn woorden beluisteren. De burgemeester begon met zijn spijt te betuigen dat zo weinig mensen gehoor hadden gegeven aan zijn, onlangs gedane oproep om zich op te geven voor de luchtbeschermingsdienst. Op alle mogelijke plaatsen waren daarvoor affiches opgehangen en ook de plaatselijke bladen hadden er de nodige bekendheid
aangegeven. Het resultaat was echter zeer ontmoedigend; slechts negen en twintig personen hadden zich opgegeven, terwijl er minstens een paar honderd nodig waren.

Enkele jaren is er al op gehamerd dat Ede, met haar groot garnizoen en ENKA fabrieken bij een eventuele luchtaanval zeer kwetsbaar zou zijn. De lucht is vervuld met oorlogsgeruchten, aldus de burgemeester, wij kunnen elke man gebruiken. Met klem herhaalde hij zijn oproep: "Geeft u op voor de luchtbeschermingsdienst". lnderdaad, de nazomer van 1938 gonsde van sombere berichten, maar na het accoord van Munchen, 29 september 1938, tussen Hitler, Mussolini, Chamberlain en Daladier zakte de spanning bij de bevolking weg om op 10 mei 1940 ruw wakker geschud te worden met de wetenschap dat de tijd van onschuldige oefeningen voorbij was.

H. J. Nijenhuis