Als
in het najaar de jacht werd geopend, kwam er ook in onze omgeving de nodige bedrijvigheid
in bossen en natuurgebieden. Mensen vanzelfsprekend met een goede beurs, konden
jaarlijks een bepaald stuk grond
pachten om daar al of niet met behulp van
drijvers te gaan jagen.
Dan werden vrienden en kennissen uitgenodigd om gezamenlijk
het geluk te beproeven en er een gezellig dagje uit van te maken.
Ook de gemeente
Ede verpachtte voor dit doel diverse terreinen, die daardoor nog enigszins rendabel
werden. Zo had de heer P. Tulp, een der firmanten van de bekende houthandel,
ingaande 1 mei 1931, voor een periode van drie jaar, plus drie Optiejaren, een
stuk gemeentegrond in Otterlo gepacht voor honderd gulden per jaar .
Nog
voor de eerste termijn is verstreken, in 1933, werd juist op dit terrein, bedoeld
als werkverschaffingsobject, begonnen met de aanleg van vijver De Zanding.
Nu
was de wildstand in deze omgeving toch al niet geweldig, maar de aanwezigheid
van een groot aantal grondwerkers met hun materiaal deed het nog wel aanwezig
wild naar rustiger plaatsen omzien.
Uiteraard allerminst naar de zin van de
heer Tulp, Dus diende hij een verzoek in bij de gemeente, om hem gezien de gewijzigde
omstandigheden te ontslaan van zijn verplichtingen als pachter .
Het advies
werd tijdens de raadsvergadering van 16 juni 1933 behandeld. Ben W wilden het
verzoek slechts gedeeltelijk inwilligen, daar slechts op een deel van het door
de heer Tulp gepachte terrein werkzaamheden werden
uitgevoerd. Daarom stelde
het college aan de gemeenteraad voor de pacht te halveren en dus op vijftig gulden
per jaar te brengen.
De heer Van Hunnik kon zich met dit standpunt verenigen,
al zal de pachter nu wel niet van die drie optiejaren gebruik maken.
"Gehuurd
is gehuurd", stelde de heer Van de Bospoort zich keihard op, "het getekende
contract is en blijft drie jaar van kracht".
Daarmee' was de heer De Klein
het niet eens. De heer Tulp kon naar zijn mening rustig stellen, dat hij een jachtterrein
gehuurd hadden geen vijver met toebehoren.
De heer Pereboom onderstreepte deze
mening: als B en W ,in geval van contractbreuk zouden procederen, kregen zij geen
voet aan de grond. Nog meerdere raadsleden spraken in deze geest, waarna het voorstel
van B en W zonder hoofdelijke stemming werd aangenomen, zodat de heer Tulp voortaan
voor half geld kon jagen.
Overigens kreeg deze raadsvergadering een
merkwaardig slot. In die jaren deden geruchten de ronde over onregelmatigheden
bij het gemeentelijk gasbedrijf. Deze hielden de plaatselijke gemoederen danig
bezig en tijdens de rondvraag werden diverse vragen omtrent de kwestie gesteld.
Er
ontstond zelfs een vrij verward debat, waaraan de burgemeester een eind maakte
door te verklaren, dat alle opwinding nutteloos was, daar tijdens een rondvraag
toch geen spijkers met koppen konden worden geslagen. Toen de heer Van Hunnik
even later toch nog een vraag afvuurde, bleek tot aller verrassing de voorzittersplaats
leeg te zijn.
Burgemeester Creutz was het niets ter zake doende geklets beu
en was ongemerkt verdwenen.
Ten einde raad bezette de loco- burgemeester de
voorzittersplaats, reageerde niet op de vraag van de heer Van Hunnik, nam wel
de hamer en gaf een forse klap op de tafel, de vergadering voor gesloten verklarend.
Ook een manier om van lastige vragen af te komen.
H.J.Nijenhuis

