Houtverkopingen

Een jaarlijks hoogtepunt voor veel mensen vormden in vroeger jaren, zo eind januari begin februari, steevast de houtverkopingen.
De diverse boseigenaren hadden reeds in het najaar hun bosbaas of rentmeester de bomen laten sorteren, die dit jaar voor vellen in
aanmerking kwamen. Deze werden door een schilfer van de bast te slaan gemerkt en later door bosarbeiders gekapt en uit het bos
gesleept.
De stammen werden van takken ontdaan, op stapels gelegd, de zogenaamde percelen, en met een kwast verf genummerd. Vervolgens verschenen in de plaatselijke bladen advertenties met vermelding van kijkdagen en datum van verkoop. Gegadigden trokken dan langs de opslagplaatsen in het Edesche, Kreelsche en Sijsseltse Bos om hun keus te bepalen.
De nummers waarvoor men interesse bezat, werden nauwkeurig genoteerd, want vergissingen kwamen soms duur te staan. Het
is meer dan eens voorgekomen, dat iemand meende een partij eikenbomen gekocht te hebben, maar naar later bleek eigenaar geworden was van een voor hem waardeloos perceel dennen.


De belangstelling voor deze houtverkopingen was altijd enorm. De grote zaal van De Posthoorn in Ede kon op de bewuste dag alle pijprokende of pruimende mannen amper bevatten. Als na binnenkomst van de notaris, afslager Scharrenburg met zijn werk begon, bleek aanvankelijk de animo tot kopen nog gering. De eerste "mijn" roepers deden meer dienst als prijsbepalers. Ook de al of niet aanwezigheid van houthandelaren had daarop invloed, Maar al spoedig wisten de aanwezigen hoe de zaken er voor stonden en verwisselden de veelal enkele honderden percelen eiken, beuken of dennenhout in vlot tempo van eigenaar.
Elke koper moest contant betalen, borgen was er niet bij. De notarisklerk kwam bijkans handen tekort om het geld te innen en
ontvangstbonnen uit te schrijven.
Drie maanden na de veiling diende de aankoop te zijn opgehaald, zo niet dan verviel het hout aan de oorspronkelijke eigenaar.


Ook in Lunteren waren de houtverkopingen zeer populair. Men sprak daar zelfs van ie Lunterse Kermis. Heel vroeger stonden de notaris en zijn helpers op een boerenwagen temidden van de kijkers op hun witgeschuurde klompen. Na afloop werd door
velen een borreltje op de goede afloop gedronken en stonden in de Dorpsstraat diverse kermis attracties opgesteld. Wat later
week men mede door de vaak ongunstige weersgesteldheid uit naar de eierhal van Floor. Ook hier altijd grote belangstelling
met soms buiten, indien er althans voldoende witte vlokken waren gevallen als ouverture een sneeuwballengevecht tussen
vroege kopers en de opgeschoten jeugd.

In Lunteren hebben overigens deze publieke houtverkopingen nog vrij lang stand gehouden. In de Edese Courant van 20 januari
1961 troffen we nog een grote advertentie aan, waarin notaris Van der Sleesen op dinsdag 31 januari van genoemd jaar om contant
geld voor diverse eigenaars in Hotel Floor zal verkopen ruim tweehonderd percelen zware dennen, slieten, eiken en beukenhout. Nog altijd wordt er hout uit de omringende bossen verkocht maar de jaarlijkse hoogtijdagen, die zoveel mensen op de
been brachten, behoren voor goed tot het verleden.
H.J. Nijenhuis