Midwintergrap in Harskamp (2)

1927

De veldwachter had de tip, wellicht ongemerkt door meester Wormgoor gegeven, in zijn oor geknoopt, De volgende middag
stapte hij, ondanks een miezerige regen, op zijn dienstfiets en trapte naar Jans in de Struiken. Op zijn klank opende de vrouw de lage grote deur en vroeg verwonderd: "Hé, de veldwachter, er is toch geen narigheid", Nee, nee, maar ik had even met de jongens willen praten, zijn ze hier," "Ja, als altijd in de oude schuur, loop er maar heen", antwoordde de vrouw en deed de deur dicht, Het viertal zat in de as van een oude potkachel, die de schuur verwarmde, genoeglijk aardappels te poffen, Zij keken amper op toen hij binnenkwam en meteen al een opschrijfboekje voor de dag haalde, dat maakte altijd indruk: "Eerst maar even jullie volledige namen en adressen", begon hij. De vier keken elkaar aan, maar reageerden niet, waarop de veldwachter een paar passen dichterbij kwam, Daarbij viel zijn oog op een bos koperdraad, dat duidde op stropen een bezigheid die gegarandeerd een bekeuring opleverde. "Zo, dus jullie zitten ook al achter konijntjes aan", informeerde hij, "Nee man, dat draad is van Maks, die was net nog hier, maar ging wat strikken zetten op het
knollenland van Dirk V. Witselaar, Nu kreeg de veldwachter haast, Maks was een bekend stroper op wie hij al geruime tijd had voorzien, de kwestie met de jongens kon wel even wachten . Met een "jullie krijg ik nog wel", verdween hij, door de aarsgrenzen de drassige weilanden naar het land van de boer. Het bleek zwaar ploeteren, zijn uniform werd er niet mooier op en, nog beroerder geen stroper te zien. Wel kwam v. Witselaar de achterdeur uit, verwonderd dat de veldwachter over zijn terrein zwalkte. Deze gaf uitleg, ik ben op zoek naar Mak, die moet hier aan 't stropen zijn.
"Man laat je niet uitlachen, er is hier meer dan duizend meter zicht, al zou Maks op karwei zijn, dan had hij je allang zien aankomen, ik had je wijzer geacht. De veldwachter moest hem gelijk geven, hij sjokte terug naar Jans om zijn fiets op te halen. De schemering viel en het regende nog steeds toen hij bij het huis kwam ,maar zijn fiets niet zag staan.
Jans helderde dat op ,de jongens zijn weg ,maar we hebben eerst je fiets naar de schuur gebracht, het regende nogal.
De veldwachter pakte zijn rijwiel, liep de eerste vijftig door de modder om, nadat de weg wat beter werd, op het zadel te springen. Hij kwam niet ver; beide banden bleken leeg, natuurlijk weer een streek van die aardappelpoffers. Zichzelf verwensend en inwendig vloekend dat hij op de stroper was afgegaan, in plaats van die jongens goed onder handen te nemen sjouwde hij met zijn fiets aan de hand naar huis. Zijn vrouw keek verbaasd: "Man waar heb jij uitgehangen, je ziet er uit als een zwerver; ga gauw naar de pomp eerst wassen en dan omkleden. Wij krijgen vanavond meester Wormgoor met zijn vrouw op visite, hij wou weten of je het werkelijk kalm aan deed.

Wat later, met een goede sigaar, een kopje koffie en door de rustige gesprekstoon van meester,voelde de veldwachter zich weer op zijn gemak, hij dorst zelfs te vertellen wat hem die middag weer was gepasseerd. Slechts met moeite kon meester Wormgoor zijn lachen bedwingen: "Ik heb het je gisteren al gezegd, blijf rustig een poosje thuis en bemoei je nergens mee, als de mensen je nodig hebben, komen ze wel".
De veldwachter knikte instemmend maar de volgende morgen een nieuwe ramp,zijn rijwiel bleek verdwenen.
Dat was toch hondsbrutaal ,om bij een politieman te stelen. Briesend liep hij naar de buren om te informeren of zij iets verdachts hadden gehoord. Juist bij het tuinhekje kwam Gerrit Hol, die leerling fietsenmaker was, met het rijwiel aanzetten. "Ik
hoorde dat je gisteren pech had",zo begon hij schijnheilig, jullie hadden visite gisteravond, dus kon ik de fiets ongemerkt weghalen. De banden zijn weer in orde en ik heb hem goed schoongemaakt, alles voor noppes. Inderdaad het rijwiel zag er weer keurig uit, de veldwachter was verrast, hij begon de bengels met andere ogen te bezien. Zij mochten dan wel streken uithalen op zijn tijd maakten zij het ook weer goed.

Hij besloot dan ook ditmaal de raad van meester op te volgen en deed het de donkere weken rond Kerstmis wat kalmer aan. Een paar dagen voor oudjaar kwam evenwel een verordening van hogerhand uit Ede waarin hem werd opgedragen nauwlettend toe te zien dat op 31 december de café's klokslag elf uur zouden sluiten. Hij was politieman genoeg om deze opdracht serieus te nemen, maar stelde toch zijn vertrouwensman, meester Wormgoor op de hoogte. Deze, die de dorpelingen van haver tot gort kende meende... Lap het aan je laars en laat je op Oudejaarsavond in het dorp niet zien. De mensen hier lusten best een borreltje, maar het loopt nooit uit de hand. Als jij echter in je uniform opzichter gaat spelen, dan jaag je de mensen op stang en sla je wellicht weer een flater . Er waren destijds in Harskamp twee caféhouders, Beerdsen en Minnen, bij beiden stond op Oudejaarsavond een grote schaal oliebollen op tafel waaraan de bezoekers zich te goed konden doen.
Die avond werden de café's drukker bezocht dan normaal, onder afgelopen jaar uitvoerig hesproken, maar men maakte het niet te laat, de overgang van oud naar nieuw werd in huiselijke kring gevierd .Na lang dubben dorst de veldwachter, ondanks het advies van meester, het ontvangen bevel niet te negeren, als men er achter keek was hij nog niet jarig. Dus reed hij 's avonds half elf op zijn fiets naar café Beerdsen, stapte de gelagkamer binnen en commandeerde: " Vanavond moet de zaak uiterlijk elf uur gesloten zijn".
De bezoekers waren er niet van onder de indruk. Een bezadigde man gaf hem te verstaan: "Maak je niet dik veldwachter, wij hebben nooit moeilijkheden gemaakt, vat maar een borrel van me". De politieman ging daar niet op in, maar spurtte naar Minnen. Daar herhaalde hij zijn order; nu trachtte Minnen zelf hem gerust te stellen, "Kijk nou niet op een minuut, ik geef je de verzekering dat om kwart over elf alles rustig is". Ik kom om elf uur al controleren, was alles wat de veldwachter antwoordde waarop hij naar buiten ging. Hij greep zijn fiets, wilde opstappen en lag gelijk tegen de vlakte. Door het geluid van zijn val stormden de cafébezoekers naar buiten en zagen, bij het licht dat uit de gelagkamer straalde, de inmiddels overeind gekrabbelde veldwachter in stomme verwondering zijn fiets bekijken. Inderdaad, het was een vreemd gezicht, waar het zadel behoorde te zijn bevond zich het stuur en op die plaats het zadel. Tijdens zijn optreden in het
café was klein Jantje vliegensvlug met de fiets aan het sleutelen geweest. De dienaar der wet begreep er niets van; hij staarde slechts naar zijn fiets. Klein Jantje nam het initiatief: "La'we effe kijken of hij niks gebroken heeft, zo'n val kan
lelijk aan komen". De veldwachter liet zich geduldig bekloppen en betasten maar het scheen mee te vallen. " Toch geloof ik", aldus Minnen, met een knipoogje, "dat het beter is als een paar man hem naar huis brengen". De veldwachter, nog steeds versuft, stribbelde niet tegen toen een escorte van vier man hem weg bracht. Aan zijn vrouw vertelde zij dat hij onwel was geworden en gaven haar de raad hem maar gauw in bed te stoppen. Na deze hulpvaardige mannen te hebben gedankt, deed zij dat, waardoor de Harskampers ongestoord Oudejaarsavond konden vieren.
Maar de volgende dag Nieuwjaarsdag, lieten de dorpelingen zich , van een andere kant zien,het werd wel grote verzoendag. Die middag kwamen, met klein Jantje voorop, plechtig een fles drank aanbiedend,van alle mensen die in de gebeurtenissen van de afgelopen weken een rol hadden gespeeld, het veldwachters echtpaar Nieuwjaar wensen. Niemand zinspeelde op het gebeurde, slechts vriendelijke woorden, vergezeld van kleine attenties en het allerbeste voor het komende jaar. De veldwachter werd er door ontroerd: wat bleken die Harskampers, als je hen beter leerde kennen, toch fijne mensen te zijn.
Meester Wormgoor, natuurlijk ook present, genoot glimlachend van de situatie, een beetje gekheid maken was niet erg, als op zijn tijd het gezag ook maar werd gerespecteerd. Om het geheel compleet te maken, kwamen ook de vier kameraden aanzetten. Zij stelden zich nu netjes voor en bekenden dat zij eigenlijk, door het maken van de bewuste pop, de oorzaak
waren van de strubbelingen.
Toen nam meester Wormgoor het woord: "Om jullie wat meer te leren dan streken uit halen, zal ik volgende winter een avondschool , beginnen voor hen die de school al verlaten hebben". Dan kunnen we het vroeger geleerde nog eens ophalen en mogelijk uitbreiden: opj ullie vier reken ik vast. Hij heeft inderdaad woord gehouden, jarenlang heeft meester Wormgoor belangeloos les gegeven op lange winteravonden en daardoor bij veel jongelui hun ontwikkeling op hoger peil gebracht. Het was al laat in de middag toen de laatste bezoekers vertrokken waren, het nieuwe jaar was waardig en vol goede voornemens ingezet. De band tussen de dorpelingen was veel sterker geworden, zo zelfs dat toen de veldwachter enkele jaren later werd overgeplaatst men getracht heeft, middels een lijst met
handtekeningen, hem voor Harskamp te behouden, hetgeen echter niet lukte.

H.J.Nijenhuis

Huize de Harscamp