Pas
in 1860, bij de komst van burgemeester Van Borssele, werd in Ede de eerste, officiële
gemeente-secretaris benoemd.
Wel was in 1818 de ambtsdokter R. Burggraaf als
zodanig aangesteld. Hij kwam althans op het heldere idee van zijn jaarlijks salaris,
vierhonderd gulden, een klerk in dienst te nemen die tegen een beloning van éénhonderd
vijf en twintig gulden het nodige schrijfwerk voor de gemeente verrichtte.
De
rest stak de dokter zelf in zijn zak en wijdde zich uitsluitend aan zijn geneeskundige
praktijk. Zij het met de nodige strubbelingen, wist dokter Burggraaf zich tot
1850 te handhaven.
Geen wonder dat burgemeester Th. Prins, die in 1851 zijn
vader opvolgde, gezien diens ervaringen, dit werk er zelf bij deed.
Secretarissen
op rij
Negen jaar later kwam burgemeester Van Borssele. Die stelde prijs
op een man die naast het administratieve werk, het college van B en W met raad
en daad kon bijstaan. Met algemene stemmen werd door de raad in 1860 de heer
J. C. ten Cate, afkomstig uit Eibergen, tot gemeentesecretaris van Ede benoemd.
De heer ten Cate toonde zich een bekwaam man, hetgeen blijkt uit het feit dat
reeds drie jaar later, tijdens een openbare raadsvergadering, hem als blijk van
waardering een gouden horloge werd aangeboden. Een geste, die gewoonlijk tot het
bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd wordt bewaard.
Zo ver was hij
toen nog lang niet, pas in 1880 kwam zijn opvolger in de persoon van de heer F.
C. W. D. van Nes, die op zijn beurt in 1908 plaats maakte voor de heer W. J. A.
C. Bins. Laatst zag het blijkbaar in Ede niet zo zitten, want binnen drie jaar
trok hij naar Ned. Oost Indië om daar carrière te maken.
Daarna
wordt de functie jarenlang bezet door de heer 0. R. Berger, een man waar we wat
langer bij stilstaan, daar bij oudere Edenaren zijn naam nog altijd een bekende
klank bezit.
Secretaris Berger
Oscar Rudolph Berger, geboren 7
maart 1882 te Arnhem, werd in 1903 klerk bij de Provinciale Griffie, waar hij
zijn eerste kennis op het terrein van gemeente huishouding opdeed.
Daarbij
studeerde hij met goed gevolg voor het diploma gemeentesecretaris en akte staatsinrichting
M.O. Per 1 april 1911 werd hij tot gemeentesecretaris van Ede benoemd.
De
heer Berger stelde de verwachtingen niet teleur. Ambtshalve woonde hij alle raadsvergaderingen
bij, waar hij overigens een zwijgende rol vervulde, maar op bijeenkomsten van
B en W lag dat anders. Daar gaf hij waardevolle adviezen en kwam met aanvaardbare
oplossingen voor de dag. Soms werd een verwarde discussie door de voorzitter
gesloten met de woorden: "de secretaris zal de zaak nog eens nader bekijken".
Berger:
een begrip
Op 1 april.1936 werd de heer Berger gehuldigd vanwege zijn zilveren
ambtsjubileum. En niet ten onrechte, want naast zijn officiële functie is
deze man van grote betekenis geweest voor het Edese openbare leven. Als voorzitter
van het Oranje Comité was hij de organisator van talrijke feestdagen, terwijl
hij veel werk heeft verzet voor de plaatselijke VVV Bovendien had de heer Berger
zitting in het bestuur van "Patrimonium" en Vaktekenschool. In 1913
was hij mede-oprichter van de Evangelisch Lutherse Kerk te Ede en maakte jarenlang
deel uit van deze kerkenraad.
Twintig jaar lang vormde bij met burgemeester
Creutz, dank zij een perfecte samenwerking, een begrip voor Ede. De heer 0. R.
Berger ging I april 1947 met pensioen en overleed, ruim één en zeventig
jaar oud, in 1953.

De
gemeentesecretaris van Ede in 1983, de heer I. C. Oudshoorn,

