Geheimzinnige
zaken
Men zegt wel eens van sommige verhalen:"Die moet je met een
korreltje zout nemen, maar beter is het terug te gaan tot de tijd waarin de volgende,
soms wat wonderlijke zaken, zich afspeelden. Zij werden op lange winteravonden,
als de wind door de schoorsteen huilde, wat ook al de nodige sfeer gaf, verteld
en gingen van vader op zoon over .
Aan de waarheid werd nooit getwijfeld, nog
over gedebatteerd. De lezer van deze tijd mag erover denken wat hij wil, maar
het blijft zinvol een paar van deze verhalen, zij het met eigen woorden, hier
weer te geven, zodat zij voor het verdere , nageslacht bewaard blijven. De geschiedenissen,
alle zich afspelend rond Harskamp, werden opgeschreven door de thans vijfentachtig
jarige Lammert van de Bospoort, die de verhalen op zijn beurt gehoord heeft van
zijn opa, ook al een Lammert en bezitten dus een eerbiedwaardige leeftijd.
Pa
van de Bospoort woonde in de tweede helft van de vorige eeuw in een bescheiden
huisje met uit gepleisterde voorgevel en rieten dak, aan een zandweg die op de
Dorpsstraat uitkwam . Aan het begin van dit karrenspoor stond een bonenstaak waaraan
een bordje gespijkerd met het trotse opschrift "Eigen weg". Hij bebouwde
zijn ongeveer drie ha land met rogge. aardappelen en groente, terwijl zijn bescheiden
veestapel bestond uit een hit, koe, wal varkens en kleinvee. Geurtje, zijn vrouw,
hield er in het bakhuis een soort apotheek op na en meende tegen alle mogelijke
kwalen het juiste geneesmiddel te bezitten. Voor dauwworm, destijds een veel voorkomende
kinderziekte, was een pannenkoek. vermengd met kruiden, waarover alleen zij beschikte,
het aangewezen middel. Het baksel moest om de twee uur eenzelfde tijd op het hoofdje
gelegd worden en met drie dagen was het euvel verholpen. Heel wat mensen hebben,
al of niet met succes, bij haar aangeklopt.

Opa
van de Bospoort was een tevreden en serieus man, altijd bereid een ander te helpen.
Hij twijfelde er liet aan dat ook hogere machten invloed op het leven van een
mens kunnen uitoefenen. Hij had dat zelf al op jeugdige leeftijd ervaren: al vroeg
wees geworden, moest hij voor zichzelf en een jonger zusje de kost verdienen.
Wel stopten de buren het tweetal vaak wat toe maar het was bij hen lang geen
vetpot. Naast het bewerken van zijn grond, trok de jongen in het najaar de bossen
in om dennenappels te rapen. Op bepaalde tijden verscheen een rondtrekkende opkoper
uit Arnhem die er dertig cent per zak voor gaf.
Eens, begin september, bleek
er geen cent meer in huis en de broodtrommel leeg. De volgende dag zou de handelaar
uit de stad weer langs komen en in arre moede besloot hij te gaan zien of er rotsen
lagen. Gewapend met kruiwagen en lege zakken, trok hij naar de Rietweg, destijds
nog volslagen wildernis,.waar een aantal zware dennenbomen stonden. Zoals de jongen
al had gevreesd, dennenappels genoeg, maar allemaal nog groen en vast aan de
takken. Teleurgesteld wilde hij elders zijn geluk beproeven, toen plotseling
een geweldige storm opstak. Het leek wel een windhoos: De takken van de bomen
zwiepten en bogen onder dit geweld, terwijl de jongen zich plat op de grond drukte.
Even onverwachts als de wind was gekomen, werd het ook weer stil. De jongen kwam
overeind en zag tot zijn grote verwondering, de grond bezaaid met bruine rotsen.
Te verheugd om lang over dit wonder na te denken, raapte hij vier zakken vol en
keerde met een zwaarbeladen kruiwagen huiswaarts. Daar wachtte opnieuw een verrassing:
zijn zusje had bezoek gehad van een totaalonbekende vrouw, die alleen maar had
gezegd: "Hier, dat is voor jullie", en een zelfgebakken boekweitbrood
en een kluit boter had achtergelaten.
Soms kan een geheimzinnige zaak
een doodgewone achtergrond bezitten, zoals bij zwarte Evert, een man die aan het
eind van de Berghuisweg woonde.
Het echtpaar bezat weinig contact met de omgeving
en leefde uiterst sober, al beweerden sommige mensen dat zij er warmpjes bijzaten.
De man beschikte over de gave, zo werd althans beweerd, om ziek vee te kunnen
genezen, ook als alle andere middelen faalden. Een boer aan de Westengerdijk tobde
al maanden met een kreupel paard. Het dier was niet tot werken in staat en hinkte
de hele dag maar in de wei. De man had er meer last dan gemak van en het begon
hem te vervelen. Wel kwam regelmatig de veearts kijken, hetgeen even regelmatig
geld kostte, maar geen spoor van beterschap. De boer besloot met het paard naar
de markt in Barneveld te gaan, maar besefte drommels goed dat het dier in deze
toestand niet veel op zou brengen. Als laatste redmiddel besloot hij de avond
voor de paardenmarkt, zwarte Evert te raadplegen. "Dat is best", meende
Evert, "ik wil best komen, maar het is een heel eind, je moet me wel halen
en brengen". De boer toonde begrip: "Ik waarschuw Albert de snor wel
even, dan zit je ook nog eens een keet in een auto".
Albert Borgers was in
die jaren de enige Harskamper die over een dergelijk modern voertuig beschikte,
Tegen acht uur stopte de oude vierkante Ford aan de Berghuisweg ,Evert slofte
naar builen, schopte, gewoontegetrouw als hij ergens binnenkwam, zijn klompen
uit. Hetgeen hij overigens pas goed door had toen zij bij de boer arriveerden.
Hij kreeg echter een paar andere exemplaren en bekeek vervolgens het paard. Daarna
begon Evert het kreupele been van bil tot hoef te masseren. Onder het mompelen
van wat onverstaanbare woorden, voerde hij zijn tempo steeds hoger op, na een kwartier liep het zweet hem tappelings over het gezicht. Tot grote vreugde
van de boer bleek een half uur later het
paard volkomen genezen. Intussen hadden
voorbijgangers de klompen op het zand van de Berghuisweg zien staan. Dat was vreemd,
vooral toen Evert niet thuis bleek, men vreesde dat hem een ongeluk was overkomen.
De buren werden gealarmeerd en bij invallende duisternis begon men aan een speurtocht
in de omgeving. Plotseling doemden twee grote carbidlantarens op: het was Albert
met zijn auto, die Evert weer thuis bracht. De verloren gewaande gaf geen enkele
tekst of uitleg, scharrelde onverstoorbaar zijn klompen weer op en verdween in
huis. De boer van de Westerengerdijk maakte de volgende dag, dankzij de strijkkunsten van
Evert, een behoorlijke prijs voor zijn paard.
De volgende geschiedenis
is veel raadselachtiger en nooit tot klaarheid gekomen. Om de kruising Laarweg-Molenweg
af te snijden was in de loop der jaren een stukje weg opslaan, niet veel meer
dan een karrenpad dat veelvuldig werd gebruikt. In de afgesneden driehoek. in
de volksmond ,een tuut , stonden een aantal oude dennenbomen. Op een stormachtige
najaarsavond was de knecht van de molenaar Chris van Veen, met een vracht graan
op weg naar de molen. Om tijd te winnen sneed hij ook de tuut af, maar hij had
beter op de harde weg kunnen blijven. De slagregens hadden de zandweg onbegaanbaar
gemaakt en prompt bleef het paard halverwege steken. Het dier trilde van inspanning
en ondanks alle inspanningen van de knecht kwam er geen beweging meer in de wagen;
integendeel, de wielen zakten steeds verder weg.
Teneinde raad ging hij zijn
baas waarschuwen, met twee man de wielen lukte het misschien. Chris had evenwel
de situatie al gauw door: "Geen beginnen aan, span het paard maar uit en
breng het op stal, dan zien we morgenochtend wel verder". Dus bleef de wagen,
goed afgedekt met een zeil staan en trokken beide met paard huiswaarts.
De
volgende ochtend was de storm geluwd, baas en knecht stapten naar buiten, de laatste
wilde het paard halen, maar beide bleven opeens stokstijf staan. Tot hun onmetelijke
verbazing stond daar, precies op de losplaats, de volgeladen wagen, als door een
reuzenhand uit de modder getild en daar neergezet. Rond het erf was geen enkel
spoor van mens of dier te ontdekken, maar dit onbegrijpelijke transport is
nog jarenlang onderwerp van gesprek geweest.
Kleinzoon Lammert is nog een aantal
jaren bij opa in huis geweest, nadat zijn kinderen allen getrouwd en de deur uit
waren. Hij hielp de ouder wordende man bij het zware werk op het land, terwijl
deze op zijn beurt de jongen liefde voor de natuur bijbracht. Hij wees hem op
al wat er groeit en bloeit en hoe nuttig soms het simpele onkruid langs de slootkanten
kan zijn. Grootje zegt altijd: " Voor elk gif geeft de natuur ook een
tegengif". Ja, opa was een man met meer dan normale gaven, hij heeft zelfs
zijn eigen dood voorvoelt. Op een mooie voorjaarsmiddag zei opa tot zijn kleinzoon.
"Het is zulk mooi weer, span de hit eens in, ik wil je nog eens wat oude
plekjes uit mijn jeugd laten zien. Gedurende de rit genoot opa zichtbaar en haalde
tal van herinneringen , op, tot het tijd werd naar huis terug te gaan. Op de
terugweg, net op het eigen wegje gekomen, schudde de hit met zijn oren, trilde
over het gehele lichaam en bleef toen plotseling staan. De jongen wilde het dier
aansporen, maar opa hield hem tegen: "Stil jongen, het dier heeft wat te
zeggen". Doodstil bleven paard en wagen staan, tot na een paar minuten de
hit, geheel uit zichzelf, doorliep. Dicht bij huis gekomen, herhaalde , zich deze
ceremonie, waarna de hit naar de stal liep waar hij altijd werd ingespannen. Opa
was opeens stil en bleek geworden, strak voor zich uitstarend.
Pas later gaf
hij uitleg van het zonderlinge gedrag van zijn dier. "Twee maal heeft de
hit vlak bij huis stilgestaan, dat betekent dat binnenkort in onze familie twee
doden zullen vallen". En inderdaad, in hetzelfde jaar stierven opa en grootje,
een goed half uur na elkaar.
Nogmaals, men mag over dergelijke zaken denken
zo men wil, een feit blijft dat onze voorouders anders oordeelden over geheimzinnige
geschiedenissen en voortekenen dan thans het geval is.
H. J. Nijenhuis.

