Aan
het einde van de Tweede Wereldoorlog betekende nog niet dat alle mogelijke zaken
ook direct verkrijgbaar waren. Integendeel, het distributiestelsel bleef nog enige
jaren gehandhaafd en daarbij ook de stroom brieven, met alle mogelijke verzoeken
die regelmatig het desbetreffende kantoor bereikten.
De Edese Courant publiceerde
in augustus 1947 een aantal van deze, soms merkwaardige, pennevruchten, waarvan
we er een paar laten volgen. Ze werden veelal in één volzin geschreven,
zonder een enkele punt of komma.
De eerste komt van een huisvrouw die
zo haar twijfels had over een eerlijke gang van zaken.
Nu wil ik eens vriendelijk
vragen of het wel eerlijk toe gaat en of de een alles krijgt en de ander niets
of dat onze vergunningen in verkeerde handen komen wij hebben in 1945 een jas
aangevraagd voor Piet en kregen een kaartje dat wij een vergunning konden halen
en toen wij daar kwamen zeiden ze dat wij later bericht zouden krijgen wanneer
er weer jassen waren dan waren
Wij het eerst aan de beurt en hebben nooit bericht
gehad hoe zit dat het is al negen jaar geleden dat mijn man een nieuw pak gekregen
heeft de jas wordt heel vies de broek is al gelapt en nu nog niet vergunning wij
hebben het al meermalen aangevraagd maar altijd mis ik wil er weleens mee komen
en u te laten zien of het nodig is wij hebben een gezin nvan dertien personen
en komen te kort aan pakke voor mannen en zonen aan werkkleding we hebben op alle
bedde niet eens lakens omdat wij geen verschoning hebben en de slopen gaan kapot
uw kunt komen zien of ik wil ook wel even komen als u dat hebben wil ik wil ook
graag eens een beurt hebben ik leef in goede hoop uw medewerking en af wachting
Het
tweede schrijven bezit wel dezelfde stijl, maar is blijkbaar meer doorjaloezie
geïnspireerd.
Aan de leider van het disterbusiekantoor. Ik weet niet hoe
dat komt dat vrouw die en die nog altijd de bonnen van haar zoon het en hij zit
in de kast in Arnhem voor 19 maanden en zij het al de bonnen nog van hum en die
verkoopt ze mot ze die niet inleveren dat is heel scheef het is geen verhouding
zoo ik zou zeggen dat mot onderzorgt worden dan het ze de rookkaart ok nog van
hum ik wens dat het uitgezogt word, een uit Ede-Zuid.
Tot besluit een
paar aanvragen voor extra textiel. Een man die een straf moest ondergaan schrijft
als volgt:
Ik had graagwerkkleren, ik moet naar het huis van bewaring in Arnhem
en kan toch niet in mijn zondagse kleren gaan zitten.
Prachtig was ook
de toelichting van een aanstaande moeder die babykleertjes en luiers aanvroeg:
"Daar ik in verwachting ben had ik hiervoor gaarne vergunning".
H.
J. Nijenhuis

