In
de beruchte crisisjaren 1930-'39 was de grote politieke figuur in ons land de
AR-man dr. Colijn, door velen bewonderd, door anderen verwenst.
Dat laten we
in het midden maar willen even herinneren dat deze man eens een verkiezingsrede
hield in ons openluchttheater, dat toen, omdat deze naam zo werelds klonk, werd
aangeduid als "Eder Kuil". Hendrikus
Colijn, geboren in 1869, begon
zijn loopbaan als militair onder de gouveneur-generaal van Ned. O-Indië,
J. B. v. Heutz. Hij was o.a. betrokken bij de pacificatie van Atjeh, een provincie
in Noord-Sumatra. Na zijn militaire loopbaan begaf hij zich in de politiek en
was van 1933 tot 1939 onafgebroken minister-president. In 1937 werden verkiezingen
gehouden en Colijn kwam op 24 mei van dat jaar naar de "Eder Kuil" om,
onder de leus: "Laatste appel", ook een beroep te doen op de Edese kiezers.
De afdeling Ede van de AR-kiesverenigingen, met aan het hoofd de heer Pereboom,
had de organisatie in handen. In overleg met de politie waren speciale verkeers
maatregelen genomen: voetgangers en fietsers over Arnhemseweg of Heuvelsepad en
auto's via de Burgm. Prinslaan gaan. De aanvang was gesteld op half vier in de
middag, maar daar Colijn pas om half vijf zou spreken werd de arbeidende bevolking
opgeroepen deze middag een uurtje eerder het werk neer te leggen zodat ieder de
grote man kon horen. Bij ongunstig weer zou vanaf de Watertoren een blauwe wimpel
wapperen ten teken dat de bijeenkomst werd verplaatst naar de "Apollo hal".
Het geheel zou worden opgeluisterd door "De Harmonie".
Meer dan 3500
mensen trokken die middag naar het vroegere zandgat en kochten voor twintig cent
een toegangsbewijs. De openingsrede werd gehouden door ds. Remme uit Amsterdam
waarop "De Harmonie" de plotseling zo populair geworden Lippe-Detmold
mars ten gehore bracht. Ingeleid door ds. De Geus uit de Bilt, hield daarna de
minister-president zijn betoog. Hij beperkte zich tot de heersende crisistijd
waaraan geen einde leek te komen. Colijn hield zijn toehoorders voor dat nu al
vier jaar lang elk jaar 36 miljoen gulden van het nationale inkomen besteed werd
aan verschillende steunmaatregelen.
Hij toonde zich een sterk tegenstander
van het z.g. "plan van de arbeid'. ingediend door de socialisten. "
Wie daarvoor is, stemme niet op mij", zo besloot hij zijn rede. Onmiddellijk
na dit slotwoord kwamen drie mannen naar voren die in zijn Indische tijd onder
Colijn hadden gediend om hun voormalige commandant de hand te schudden. Onder
hen bevond zich ook de toen in Ede zo populaire Karel Jansen, die de borst behangen
met medailles en vurig Oranje klant als hij was, tot de menigte riep: "Leve
de Koningin, een kreet die geestdriftig door de duizenden werd overgenomen. Met
het zingen van het Wilhelmus "begeleid door "De Harmonie" werd
deze bijeenkomst besloten.
H. J. Nijenhuis

