Op
zaterdag 4 augustus 1951 werd in Ede iets geheel nieuws op touw gezet, n.l. een
"burgerdag". Het idee, afkomstig uit Zwitserland, was door verschillende
gemeenten in ons land met meer of minder succes overgenomen. De opzet was, aldus
de plaatselijke bladen, jongeren die binnenkort drie en twintig jaar en daardoor
stemgerechtigd zouden worden voorlichting te verstrekken omtrent het politieke
leven.
Wij moeten er direct aan toevoegen dat geen enkele politieke richting
naar voren werd geschoven. De aanstaande kiezer werd uitsluitend enig inzicht
gegeven in het voeren van een staatkundig beleid op democratische grondslag. Tevens
werd hen gewezen op de rechten en plichten, die bet burgerschap meebrengen, onontbeerlijk
voor een goede samenleving.
Burgerboekje
Dit alles en nog meer
wetenswaardigheden, vervat in een fraai uitgevoerd "burgerboekje", waarin
burgemeester
Boot een voorwoord had geschreven. De bijeenkomst zou plaats vinden
in het Openlucht theater, destijds nog Eder Kuil
genaamd.
Het plan was met
zorg opgezet, naast verschillende sprekers zouden plaatselijke verenigingen voor
de nodige afwisseling zorgen. Er waren ruim vijftienhonderd uitnodigingen verzonden
aan alle jongeren uit de gemeente die daarvoor in aanmerking kwamen.
Maar eens
te meer zou blijken hoe riskant het blijft, ook in de zomerdag, bijeenkomsten
in de open lucht te organiseren. Het begon die bewuste zaterdagmorgen met een
donkere lucht, die weinig goeds voorspelde en waarschijnlijk heel wat mensen ervan
weerhield de gang naar het openluchttheater te maken. In plaats van volle tribunes,
waren nog geen tweehonderd jongeren en ongeveer een even groot aantal belangstellenden
komen opdagen. Wel was het voltallige
college van Ben W, alsmede enkele raadsleden,
present. Precies om tien uur begon burgemeester Boot met zijn openingswoord, waarin
hij de bedoeling van deze dag uiteen zette en de geringe opkomst betreurde.
Alras
bleek echter dat ditmaal de thuisblijvers in het gelijk werden gesteld: nog voor
de burgemeester was uitgesproken, begon het te regenen. Het merendeel van de bezoekers
zocht toevlucht onder de omringende bomen om van daar de volgende sprekers, de
heer Mr. E. C. van Walsurn, burgemeester van Delft en de heer Prof. L. W. G. Scholten
aan te horen. Beide wezen op het grote voorrecht van ons land, waar zonder enige
belemmering, naar eigen geweten, een ieder zijn stem kan uitbrengen. Tot slot
klonk de opwekking: "Jongelui,ook jullie zullen binnenkort als volwassen
burgers gaan stemmen, maak van dat recht een goed gebruik".
Helaas, de
regen bleef gestadig vallen, waardoor de omlijsting van het programma letterlijk
in het water viel. Een demonstratie van de ruitervereniging."De Valouwe",
evenals het geplande community singing om een duur woord te gebruiken kwamen te
vervallen en het optreden van twee muziekkorpsen werd drastisch beperkt. Daardoor
was
tegen het middaguur de zaak afgewerkt, maar toen was reeds het merendeel
van de bezoekers door de regen verdreven. Voor zover nog aanwezig, ontvingen de
a.s. stemgerechtigden het reeds genoemde burgerboekje thuisblijvers en weglopers
zou het alsnog worden toegezonden voor de organisatoren betekende het al met al
een dag, die bij lange na niet aan de hooggestemde verwachtingen beantwoordde.

