De Van Borsselenlaan


Het merendeel van de lezers zal ongetwijfeld de Van Borsselenlaan wel bekend zijn, maar niet iedereen heeft er weet van dat die naam herinnering doet voortleven aan een man,verreweg de langste zittingsperiode heeft gehad
Niet minder dan zesendertig jaar ,van 1860 tot 1896 was hij eerste burger van Ede ,waarbij baron Creutz,van 1917 tot 1938, een goede tweede mag worden genoemd. Jhr.A.W.v.Borssele,telg uit een meer dan duizend jaar oud geslacht,werd bij Kon.besluit van 9 mei 1860 tot burgemeester van de gemeente Ede benoemd als opvolger van de overleden heer Th.Prins.

Op dat moment bevond hij zich in Parijs ,het was vooral op aanraden van vrienden dat hij deze functie aanvaarde en verhuisde naar Ede. Tijdens de raadsvergadering van 23 mei 1860 werd hij,zonder enig feestvertoon ,als burgemeester geïnstalleerd .
Wethouder Horsting hield een welkomsrede ,waarbij hij memoreerde dat het die dag juist zes weken was geleden dat zijn voorganger was begraven.
Hij hoopte op dezelfde samenwerking tussen de raad en het college van B en w. die het gemeentebestuur van Ede steeds hadden gekenmerkt.
Jhr.v.Borssele bracht dan aan de Koning voor het in hem gestelde vertrouwen en beloofde zijn beste krachten aan de gemeente te zullen geven.

Heidedorp
In 1860 was Ede nog een rustig,landelijk heidedorp,geen garnizoen of industrie en vrijwel geen verkeer.
Wel bezat de Rhijnspoorwegmij,Amsterdam-Arnhem ook hier een bescheiden station,maar dat lag zover van de bewoonde wereld dat de dorpelingen er nooit kwamen,tenzij het nodig was.
Zij werden er op stille avonden aan herinnerd ,althans bij gunstige wind,als het fluiten van de locomotief,tot in het dorp doordrong.
De mensen kenden elkaar van haver tot gort en bleven van hun onderlinge doen en laten op de hoogte. De notabelen van het dorp, burgemeester,dominee en dokter werden door jong en oud altijd eerbiedig begroet.
De eerste daad van de nieuwe burgemeester ,was het aanstellen van een gemeentesecretaris. Zijn voorganger had deze baan er zelf bijgenomen,maar Jhr.v.Borssele vond dat daarvoor een speciale man met kennis moest worden aangetrokken. Als zodanig werd de heer J.C. ten Cate,commies en secretaris te Eibergen benoemd. Deze toonde zich al gauw een plichtsgetrouw man die veel werk in het belang van de gemeente verrichte .


Spreekuur
Een maal per week hielden burgemeester en secretaris gezamenlijk spreekuur waarvan druk gebruik werd gemaakt. Voortaan trokken de mensen onderlinge geschillen niet meer naar de veldwachter, maar trokken naar genoemd spreekuur. Daar wist de secretaris, aan de hand van een dik wetboek, veelal wel een passende oplossing te vinden. Ook een tweede urgente zaak stelde de burgemeester al snel aan de orde; de bouw van een nieuw gemeentehuis. Tot dusver had men onderdak gevonden in een gehuurde villa aan de tegenwoordige Not. Fischerstraat, tegenover logement "De Posthoorn", eigendom van wethouder Horsting. Deze ruimte voldeed echter al lang niet meer aan de gestelde eisen.
Aankoop en verbouwing van dit pand bleek veel voordeliger dan het zetten van een geheel nieuw raadhuis. Het
eerste officiële Edese gemeentehuis werd in november 1864 feestelijk in gebruik genoemen.
Dertig jaar later worstelde men ook hier, door uitbreiding van de verschillende diensten, met gebrek aan ruimte.
Ditmaal werden geen halve maatregels genomen, naast het bestaande gebouw verrees een geheel nieuw gemeentehuis, dat op 27 april 1899 in gebruik werd genomen op 19 februari werd dit stijlvolle gebouw door brand verwoest.

Wegen
Een andere zorg waarvoor B. en W. zich zagen geplaatst was de verbetering van wegen. Bij de komst van Jhr.
Borssele was alleen de rijksstraatweg van Amersfoort naar Arnhem, die door het dorp liep, verhard.
Verder was de grintweg naar Wageningen redelijk begaanbaar, maar voor de rest kende men slechts zandwegen die
veel stof opleverden en tijden natte tijden in ware modderpoelen veranderden. Ondanks de bescheiden financiele middelen, werden verschillende grotere werken tot stand gebracht.


In 1870 kreeg de verharding van de weg Ede-Lunteren-Barneveld haar beslag, een zaak waarop laatstgenoemde
gemeente al jarenlang had aangedrongen. Om de kosten te drukken werd dit werk uitgevoerd onder toezicht van
wethouder Van Schothorst. Destijds betekende wethouder zijn meer een erebaantje voor meer kapitaalkrachtige
mensen. Het leverde weinig op en zijn aanwezigheid op het gemeentehuis bleef beperkt tot één dag per week.
Maar Van Schothorst was belangeloos dagelijks present bij de verharding van genoemde weg en spaarde daardoor
opzichterskosten uit.
Overigens was deze heer Van Schothorst ook al een man met een lange staat van dienst. Hij kwam in 1851 als
vertegenwoordiger van Lunteren in de Raad, werd in 1859 wethouder, om deze post onafgebroken tot 1897 te
bezetten. Dat jaar wilde men hem opnieuw voor vier jaar benoemen, maar hij bedankte, gezien zijn leeftijd, tweeënzeventig, voor de eer. Ook de scholen vroegen de nodige aandacht, kostten handen vol geld. Op dit terrein deed zich een merkwaardig incident voor.
In Otterlo, waar reeds vanaf 1860 een school was gevestigd, kwam de kerkvoogdij ruim tien jaar later, in 1871, tot
de ontdekking dat het gebouw op grond van de pastorie stond. Per deurwaarders exploit werd burgemeester Van
Borssele gesommeerd de school af te breken en het terrein te ontruimen. Het college van B. en W. kwam allerminst
onder de indruk van deze dreigbrief en gaf het volgend antwoord: "Als de school moet worden gesloopt, goed,
maar dan wordt hij in Harskamp weer opgebouwd." Deze beslissing werd in Harskamp met gejuich ontvangen, de
kinderen uit dit dorp moesten elke dag de lange weg heen en weer naar Otterlo. Het zou wel aardig zijn als de
rollen eens werden omgekeerd. Zo ver kwam het niet; haastig haalde men bakzeil, waardoor de school voor Otterlo bleef behouden.


Jubileum
Op 9 mei 1885 werd het vijfentwintigjarig burgemeesterschap van Jhr. v. Borssele herdacht. Was zijn installatie
sober verlopen, nu werd alom feest gevierd. In Ede en alle buitendorpen verrezen erebogen en vergezeld door
een erewacht, maakte de jubilaris een rondrit door de gehele gemeente. Het werd een ware triomftocht, die duidelijk
aantoonde hoe populair zich deze man in de afgelopen kwart eeuw had gemaakt.
Wethouder Thomas hield in de geheel gevulde raadszaal een gloedvolle feestrede terwijl de heer Van Schothorst een foto van de voltallige gemeenteraad en een fraai uitgevoerd album met afbeeldingen uit de gehele gemeente aanbood. Het volgend jaar deden zich moeilijkheden voor; de doleantie in 1886, waarbij veel mensen de aloude Ned. Herv. kerk verlieten, betekende tevens de komst van de politieke partijen.
Daardoor verschenen er mannen in de Raad, die eerst aan hun partij en dan pas aan de gemeentebelangen dachten. Dat zinde Jhr. Van Borssele allerminst; derhalve verzocht hij Z. M. de koning hem als burgemeester van Ede
ontslag te verlenen. Een comité van vooraanstaanden verzocht hem echter dringend op zijn besluit terug te komen,
waaraan hij, geroerd door deze sympathiebetuigingen gevolg gaf. Toch solliciteerde Jhr. Van Borssele enkele jaren
later naar de vacant gekomen burgemeestersplaats in Renkum. In deze gemeente lagen de bezittingen van de
familie Van Borssele en hij wilde, ouder geworden, daar graag gaan wonen.
Jammer voor hem, maar hij werd niet benoemd, zijn verhuizing moest wachten tot 1 februari 1896, toen hem,
gezien zijn leeftijd, welontslag werd verleend.

Afscheid
Op 31 januari van genoemd jaar nam hij afscheid als burgemeester van onze gemeente. Verschillende sprekers
brachten de scheidende functionaris dank voor al hetgeen de afgelopen jaren tot stand was gekomen. Baron
Van Wassenaar schilderde hem als een bescheiden man, populair bij rijk en arm. Zijn medeleven met deze laatste categorie onderstreepte de burgemeester nog eens in zijn afscheidsrede,door achtehonderd gulden beschikbaar te stellen ter verdeling onder de behoeftige van de gemeente. Ook zijn bescheidenheid kwam tot uiting .Hij was benoemd tot Ridder in de orde van de Ned.Leeuw,en reageerde daar als volgt op:Ik beschouw dit eerbetoon niet als een persoonlijke verdienste ,maar een hulde voor de gehele gemeenteraad.Naast de vele woorden werd hem het wapen van Ede ,uitgevoerd in zilver en rustend op een fraai voetstuk, aangeboden, met de volgende inscriptie: Aan Jhr. A. W. v. Borssele, bij zijn aftreden aangeboden door leden van de Raad den secretaris, gemeenteontvanger en de Ambtenaren der secretarie . Dit aandenken, evenals het reeds eerder genoemde album, bevindt zich thans in het museum "Oud Ede".

Ook op het terrein van de landeliike politiek had burgemeester Van Borssele zijn sporen verdiend. Hij was ruim dertig jaar onafgebroken lid van de Provinciale Staten, zelfs van 1894 tot 1896 lid van de Tweede Kamer en bovendien nog kamerheer in buitengewone dienst van Z. M. de Koning. Na zijn pensionering trok hij zich terug op zijn landgoed "Den
Oorsprong" te Oosterbeek, waar hij 16 maart 1903 overleed en werd bijgezet in de grafkelder van de fam. Van Brakel,
waaruit zijn reeds eerder overleden vrouw stamde. Ongetwijfeld heeft Jhr. Van Borssele met zijn zesendertig jarig
burgemeesterschap van Ede een record gevestigd dat wellicht nooit verbeterd zal worden.
H. J. Nijenhuis