Angerlo een goed bedoeld plan

De nu volgende geschiedenis die slechts amper twintig jaar geleden plaatsvond en belanghebbenden danig
bezig hield, is thans geheel in het vergeetboek geraakt. Vraagt men de gemiddelde Edenaar, hoe zat dat eigenlijk met Angerlo, dan is het al mooi als hij zich de plaatsnaam nog herinnert.
Dank zij gegevens uit het gemeentelijk archief kunnen we een en ander, zij het beknopt en verre van volledig, nog eens ophalen.
Door de, in het begin van de zestiger jaren, gestadige uitbreiding van plan Veldhuizen en industrieterrein moesten
heel wat boeren en landbouwers hun bezittingen aan de plaatselijke overheid verkopen en verhuizen. Weliswaar ontvingen zij een behoorlijke prijs, maar grond om opnieuw een bedrijf op poten te zetten kon de gemeente hen niet aanbieden. Men kwam op een helder idee: als er in Ede geen ruimte meer is voor boeren, zoeken wij die elders.


In Angerlo woon je een grootgrondbezitter die bereid was, onder bepaalde voorwaarden, zijn landgoed "de Bevermeer" groot ongeveer honderd en vijftig hektare, aan de gemeente Ede te verkopen. De gemeente Angerlo strekte zich, als een lang lint, uit langs de oostelijke IJsseloever tussen Doesburg en Westervoort. Zij bestond, althans in het begin van 1960, uit drie dorpen t.w. Giesbeek met 1600, Lathum met 650 en Angerlo met 1100 inwoners.


De eigenaar van "de Bevermeer", de heer S. E. v.d. Hardt Aberson bood zijn gehele grondbezit met inbegrip van een
kapitale villa, een woonhuis waar zijn bedrijfsleider woonde en een leegstaande boerderij compleet met stallen
en bedrijfsinventaris te koop aan voor f 1.280.185,-. Wel stelde hij twee beperkingen: de villa zou door hem, voor
zelfbewoning, tegen nader overeen te komen prijs, worden teruggekocht en hij wenste het jachtrecht op alle gronden te
behouden.
Deze terreinen, waar zich tien a twaalf Edese boeren konden vestigen, bestonden voor het overgrote deel uit
grasland. Voor de boeren uit deze omgeving vormde dan ook de rundveehouderij de voornaamste bron van inkomsten. Door de weilanden te scheuren kon evenwel de grond ook heel goed voor landbouw geschikt gemaakt worden, alleen de zware klei vereiste een , andere bewerking dan de zandbodem rond Ede.


Het aanbod werd door B. en W. goedgunstig ontvangen en de plaatselijke bladen begonnen er aandacht aan te
besteden. Er verschenen uitvoerige artikelen met de nodige foto's over het landelijke Angerlo, die moesten aantonen hoe goed wonen het daar zou zijn.
Eerst gingen enkele Edese deskundigen een kijkje nemen, daarna maakte het college van B. en W. met de vrijwel
voltallige raad een excursie naar het nieuwe land. Zij werden gastvrij door de burgemeester van Angerlo, de heer C.
G. M. van Riel ontvangen. Deze verklaarde verheugd te zijn met de komst van de Edese boeren: het betekende
een aanwinst voor zijn gemeente en zij konden op volledige medewerking zijnerzijds rekenen.


Het voorstel van B. en W. tot aankoop van "de Bevermeer" werd in de voltallige raadsvergadering van 28 februari
1962 behandeld. Bij nadere onderhandelingen was de prijs vastgesteld op f 1.200.000,-, terwijl de heer Hardt
Aberson de vil1a voor f 142.697 ,- zou terugkopen. Wethouder Wiegeraadt gaf een uitvoerige toelichting: Ons dorp breidt zich geweldig uit en dat kan alleen in zuidelijk en westelijke richting daar wij van hogerhand nooit toestemming verkrijgen de bosgebieden aan te tasten. Helaas worden hierdoor de boeren niet kind van de rekening, dus moeten wij voor hen opkomen. Wij willen met deze aankoop landbouwers en boeren de gelegenheid geven hun bedrijf, zij het ver van huis en in een andere omgeving, te kunnen voortzetten.
We hopen dat zij in hun nieuwe woongebied kunnen aarden en spoedig ingeburgerd zullen zijn.


Vrijwel alle raadsleden betuigden hun instemming met het voorstel, alleen de heer P. Brons uit Otterlo, had er geen
goed woord voor over. Spreker vond allereerst het plan veel te duur: een gegadigde moest daar een terrein kopen
dan een boerderij laten bouwen en bovendien de grond geschikt maken voor zijn bedrijf, zaken waarmede een kapitaal gemoeid was. Bovendien, een boer is van oudsher een zelfstandig mens, die zich niet graag van hogerhand een
plaats van vestiging laat voorschrijven maar zonodig liever zelf het initiatief neemt. Op papier klinkt het allemaal
prachtig, maar de toekomst zal leren!dat deze transaktie een blok aan het been wordt.


De heer Brons bleek echter een roepende in de woestijn, hoewel hij al spoedig voor een groot deel gelijk zou
krijgen. Zonder hoofdelijke stemming werd het voorstel tot aankoop van "de Bevermeer" aangenomen en bezat de
gemeente nu ook uitgestrekte gronden in Angerlo. Alom tevreden gezichten in de raad, de kwestie van vervangende
grond was naar behoren opgelost.
Alleen de mensen voor wie deze aankoop bestemd was, bleken een andere mening toegedaan. De boeren
toonden geen enkele belangstelling, misschien was het verstandiger geweest eerst hun mening te polsen. De
ouderen onder hen, met de opbrengst van hun eigendom in de zak, geloofden het wel en gingen rustig leven. Jongeren zochten liever een gedoetje elders in de gemeente met vertrouwde grond en omgeving, in plaats van in de klei te
gaan baggeren. Er kwam dan ook geen enkele aanmelding binnen, maar wel kwamen, nadat de koop van kracht
was, de kosten, verbonden aan het nieuw verworven bezit, uiteraard voor rekening van de gemeente.


Reeds augustus 1962 kwam van het polderdistrict "Rijn en IJssel" de aanzegging zo spoedig mogelijk de afrasteringen langs de watergangen in goede slaat te brengen, de sloten uit te diepen en de opgeworpen grond te slechten alsmede de doornen heggen te snoeien. Een behoorlijke klus, bovendien werk dal veel te ver van huis lag om mensen van gemeentewerken in te schakelen. Derhalve werd in september d.o.v. deze onderhoudswerken in de raad besproken en opgedragen aan de "Grontmij nv" te Arnhem, die het karwei, na opgegeven offerte, uitvoerde.


Reeds waren enkele percelen van "de Bevermeer" verpacht en nu er geen emigranten uit Ede kwamen opdagen,
besloot men, telkens voor een periode van een jaar, daarmee door te gaan, teneinde het renteverlies zoveel mogelijk te beperken.
Het aantal pachters steeg dan ook gestadig; zo stonden er van 1 januari 1965 tot 31 december van dat jaar niet
minder dan vierendertig huurders ingeschreven. Al naargelang oppervlakte betaalden zij honderd tol negenhonderd gulden pacht. Alleen de boerderij, bekend als "De Pievit" bleef leeg staan en raakte in verval. Er kwamen wel talrijke aanvragen om de boerderij te kopen ofte huren, maar de gemeenlening op geen enkel aanbod in. Men speelde nog steeds met de gedachten wellicht komt alsnog een Edese belangstellende opdagen; die had dan meteen een dak boven zijn hoofd, zij het niet helemaal waterdicht.
Maar na enkele jaren stond wel vast dat geen enkele uitgekochte boer of landbouwer het op Angerlo begrepen
had, dus kon men "de Bevermeer" beter kwijt dan rijk zijn Men zocht en vond een koper in de bouwcombinatie "de
Veluwezoom" te Didam. Deze maatschappij bezat bovendien bouwterreinen in Ede nabij de Proosdjjweg en
Slunterweg, die de gemeente graag in haar bezit wilde hebben. Na onderhandelingen kwam men tot de volgende
overeenkomst, de bouwcombinatie zou voor "de Bevermeer", mits vrij van pacht, een bedrag van f 1 ,386.000,-
neertellen, terwijl de gemeente Ede voor de gewenste terreinen f 362.000,- moest betalen. Deze transactie werd
behandeld in de raadsvergadering van 14 apri1 1965.


Eigenaardig, dezelfde raadsleden die amper drie jaar geleden fervente voorstanders waren tot aankoop van
"de Bevermeer" bleken nu dolblij op deze manier, zonder al teveel kleerscheuren, van deze bezittingen af te
komen. Slechts de heren Roseboom en v.d. Kamp toonden bezwaren, gezien de nog steeds stijgende grondprijzen,
zouden we over enkele jaren misschien zeggen: "hadden we al die grond nog maar." Het maakte geen indruk, het
voorstel tot verkoop werd zonder hoofdelijke stemming aangenomen.
Daarmede zakte het doek over "de Bevermeer", een goed bedoeld plan, dat op een mislukking zonder evenwel een
fiasco te worden, uit draaide.