In
een oude Edese Courant kwamen we het volgende bericht tegen:
"Dinsdag
10 juni 1938 hoopt de heer C. Overeem zijn zilverenjubileum als brievenbesteller
te vieren". Dat bracht ons even terug naar lang vervlogen tijden toen "de
post", zoals de man in het algemeen werd betiteld, door zijn vele contacten
met de burgerij een begrip vormde, vooral op het platteland.
Daar was hij een
wandelend postkantoor, verkocht postzegels, in de of betaalde postwissels uit
en schreef desgewenst onder het genot van een kop koffie, een antwoord op de binnengekomen
brieven. De postbode was een vraagbaak voor iedereen en bleef niet gauw een antwoord
schuldig, al vergaarde hij zijn kennis soms op een speciale manier. In die jaren
werden vrij veel briefkaarten verzonden, dat was eenvoudiger en goedkoper en de
inhoud ontging de besteller meestal niet.
De bestellingen in het dorp
werden altijd gelopen. Een leren tas gevuld met brieven en stukken om de nek,
bij regenachtig weer beschermd door een wijde cape. Deze werd slechts met een
haakje om de hals gesloten, zodat de man vrij was in zijn bewegingen terwijl de
post droog bleef. In die tijd kende men nog twee bestellingen, de eerste 's morgens,
de tweede in de namiddag, terwijl zelfs op zondag het kantoor enkele uren was
geopend om post op te halen.
Voor bestellen "op de boer", zoals de
buitenbuurten werden genoemd, ging de fiets mee die bij slecht weer echter soms
meer last dan gemak opleverde. Het leven van een brievenbesteller was vol afwisseling,
al was het niet altijd aangenaam.
Op warme dagen vaak veel te dik gekleed,
terwijl onder geen voorwaarde zonder pet op mocht worden gelopen; in de wintertijd
gehinderd door sneeuwen ijs.
Dat heeft Cees Overeem tijdens zijn lange loopbaan
ook meegemaakt. Hij was niet alleen 25 jaar postbode, maar daarvoor hulpbesteller.
Men bezat voor het in dienst treden bij de PTT een ietwat eigenaardig systeem.
De eisen waren weliswaar niet zwaar, maar een kandidaat begon steevast als hulpbesteller.
Dat betekende dat hij één
of meer dagen in de week, naar gelang
er werk was, meedraaide en alleen de gewerkte uren betaald kreeg. Na verloop van
tijd, soms na jaren en bij gebleken geschiktheid volgde dan de vaste aanstelling.
"Overeem,
bij zijn jubileum de nestor van de Edese brievenbestellers, stond bekend als een
altijd opgewekte en behulpzame man, die echter de voorzichtigheid niet uit het
oog verloor. Bekend is dat het uniform van een postbode veel aantrekkingskracht
op honden uitoefent. Weliswaar behoefde de man, als een hond losliep, het tuinhekje
niet
binnen te gaan, maar Overeem liep altijd bewapend met een stevige stok om de dieren
op een afstand te houden.
H.
J. Nijenhuis

